16.03 uur. Ik loop vanaf de Maas door de uiterwaard richting de dijk en het is precies het moment van de zonnewende. De zon staat het meest zuidelijk bij ons vandaan. Het is de kortste dag met daarop de langste nacht.

Maar toch voelt dat niet zo, vandaag. Het is zonnig en rustig weer en dat zorgt er voor dat het voor mijn gevoel helemaal niet zo donker is. Ik lees op NOS.nl dat zonlicht wordt uitgedrukt in watt per m². Midden op een bewolkte winterdag is dat tussen de 40 en 60 watt per m² en vanaf 14.30 of 15 uur is dat nog maar dan 20 watt per m² of zelfs nog minder. Vandaag, met al die zon, is er midden op de dag wel 250 watt per m² en om 15.00 uur altijd nog 120 watt per m². En dat scheelt een slok op een borrel.

En met die mooie zon op deze winterdag, krijg je als bonus het gouden uur. Er is meer indirect zonlicht, het licht is diffuus en zachter en omdat de zon laag aan de horizon staat, overbrugt het licht een langere afstand door de atmosfeer. Blauw licht wordt meer verstrooid en rood licht is meer aanwezig. En dat zorgt voor hele mooie momenten.

Kerststallen in de herhaling
Ik ben vanmiddag afgereisd naar Boxmeer. Vorige week hoorde ik op het regiojournaal dat in de Basiliek van Sint-Petrus en -Paulus een tentoonstelling is van wel 550 kerststallen. Deze zijn gekozen uit het bezit van Kees Thijssen die kerststallen spaart. Inmiddels heeft hij er 3002 en daaruit zijn er 550 gekozen om in de basiliek te worden getoond.

Ik loop binnen en wordt ondergedompeld in seculiere kerstmuziek van het smartlappenkoor. Ik vind dat er nog niet eens zoveel kerststallen staan, maar dan zie ik het bordje crypte en daar staat het grootste deel, kom ik achter. Voetje voor voetje schuifelen we in een lange rij langs tientallen kerststalletjes die uit allerlei landen stammen. China, Zimbabwe, Equador, Peru, Rusland, Duitsland, Sri Lanka, Indonesië en nog veel meer, van over de hele wereld staan ze hier.

Boven in de kerk hangen ook schoolplaten, knipkunst, borduurwerk, vouwwerk, een puzzel. In het rechtertransept is een koffiehoek ingericht, bij de grote kerststal van de kerk waar miniaturen staan van Boxmeer temidden van engelen, wijzen, herders, schapen, Jozef en Maria met het kind.

Het meest bijzondere? Het wellicht kleinste kerststalletje ter wereld: 2.5 mm, nog kleiner dan een luciferkop. Vergrootglas er bij, en jawel, er is een inimini kerstvoorstelling te zien.

Historische ontwikkeling
De oudste voorstelling (3e eeuw) van Christus’ geboorte is in Rome te vinden, in de catacomben: een fresco met Maria en de profeet Jesaja. Erboven een tienpuntige ster, symbool van het nieuwe licht.


In de 4e eeuw verschijnen de os en ezel op het toneel, terwijl het kindje in een kribbe van leem of gevlochten wilgentenen ligt. Tijdens het Concilie van Efeze in 431 krijgt Maria de titel ‘Theotokos‘ ofwel godbarende en vanaf dan neemt zij op afbeeldingen een vooraanstaande plaats in bij de kribbe.
Eind 4e eeuw komt ook Sint Jozef ten tonele maar het is allemaal nog tweedimensionaal.
Wel was er een vroegmiddeleeuws mysteriespel waarin de geboorte van Christus aanschouwelijk werd voorgesteld. In 1270 werd de opvoering van dit spel verboden door Pauw Innocentius III, vanwege uitwassen en teveel wereldse elementen.
Fransiscus van Assisi voerde in 1223 ook een kerstspel op, met toestemming van paus Honorarius II, met levende wezens, maar zonder Maria, Jozef en het kind. Het ging om de Eucharistische Geboorte van Christus, om het geloof, zeg maar.
In 1289 werd in de Santa Maria Maggiore in Rome een kerstgroep opgesteld, bestaande uit losse marmeren beelden, gemaakt in opdracht van paus Nicolaas IV. Zes marmeren beelden, Jozef, Maria met kind, een os en ezel (samenéén beeld) en de drie wijzen.


Het gebruik van de kerststal verspreidde zich vooral langs de Middellandse Zee. In ons land vond de kerststal pas ingang na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853.

Kloosterwandeling
Ik ga nog een wandeling maken en vind een route met de titel Kloosterrondwandeling.

  • Voormalig klooster Elsendaal stamt uit de 17e eeuw en was vanaf 1672 het onderdak van de Karmelietessen. In 1975 verlieten de zusters het klooster. Het lijkt nu leeg te staan.
  • De Sint-Petrusbasiliek is een bakstenen kerk uit 1952, gebouwd op de plek van de oude voorganger die in 1944 werd verwoest. Rechts van de ingang is de Bloedkapel, met vlak ervoor het relieksschrijn van het Heilig Bloed. Het bloedwonder van Boxmeer zou rond 1400 hebben plaatsgevonden. Hierbij veranderde voor de ogen van een ongelovige priester de wijn in de kelk in bruisend bloed dat vervolgens op de altaardoeken terechtkwam. Nog elk jaar wordt 14 dagen na Pinksteren de Boxmeerse Vaart gehouden, de bloedprocessie waarbij de reliekschrijn wordt meegevoerd.
  • De Weijer is een complex gebouwen waarvan de oorsprong tot de 15e eeuw teruggaat. Toen woonde er een pastoor. In de 19e eeuw kwam het ter beschikking van de Zusters van JMJ (Jezus, Maria, Jozef) en zij bouwden het uit tot een scholencomplex voor meisjes. Sinds 1974 is het van de gemeente en nu is het een sociaal-cultureel-educatief centrum.
  • Langs het kleine protestantse kerkje uit 1822 kom ik op de dijk bij de Nepomuk-kapel uit 1737. Deze kapel werd gebouwd om de kasteelkapel te vervangen, maar toen er geen missen meer mochten worden opgedragen vanaf 1795, raakte de kapel verwaarloosd. Nepomuk is Johannes Nepomucenus, een West-Boheemse heilige uit de 14e eeuw (geboren als Welfflin), die de patroonheilige is van Bohemen, van biechtvaders, priesters, schippers, molenaars, van het biechtgeheim, van het zwijgen, van waterbedreigingen en van bruggen.
  • Naast de kapel is de oprijlaan naar het kasteel van Boxmeer, waar nu de Congregatie van de Zusters van Julie Postel is gevestigd. Ik zie het oude buitenhuis tussen de moderne aanbouwen, een grote kerktoren en een grote kerkzaal. Aan de aanbouwen is te zien dat er een ziekenhuis en later een verpleeghuis gevestigd was. Julie Postel was een onderwijzeres in het Franse vissersdorp Barfleur in Normandië. Zij gaf les aan kinderen van arme gezinnen en ze nam wezen op. In 1807 stichtte zij in Cherbourg de Congregatie van de Arme Dochters van Barmhartigheid. In 1859 werd de gemeenschap officieel erkend als een congregatie.
  • Na een prachtige wandeling naar en langs de Maas keer ik terug naar Boxmeer om te eindigen bij het klooster naast de kerk, Klooster Karmel. Het klooster werd gebouwd tussen 1653 en 1709. Karmelieten vinden hun oorsprong in 1150, op de berg Karmel in Israël. Deze orde belijdt collectieve armoede en is voor het onderhoud afhankelijk van eigen arbeid en aalmoezen.
  • Op de terugweg naar de trein kom ik langs het silhouet van Titus Brandsma, de bekendste Nederlandse karmeliet, die in Boxmeer zijn leven als karmeliet begon. Hij streed tegen de Duitse bezetter en moest dat met zijn leven bekopen. In 1985 werd hij zalig verklaard en in 2023 heilig.

Terzijde: het woord klooster komt van het Latijnse claustrum, ‘afsluiting, omheining’, afgeleid van het werkwoord claudere, ‘sluiten’.


Plaats een reactie