Les
Door de dichte mist was ik op mijn speed-pedelec naar Culemborg gefietst. Ik had een ticket gekocht voor een workshop met Cappella Pratensis in de Oud-Katholieke Kerk. En inderdaad, dat is het ensemble dat ik op donderdag en vrijdag had gehoord. Tijdens beide concerten had ik hun manier van zingen kunnen bekijken en uiteraard rezen bij mij de nodige vragen.

Als kind heb ik noten leren lezen, eerst bij blokfluitles, later met orgelles en tijdens mijn jaren op diverse koren heb ik daar baat bij gehad. Nog steeds trouwens. Maar onze muzieknotatie lijkt niet maar toch ook weer wel op de muzieknotatie die dit ensemble gebruikt.

Artistiek leider Tim verzorgt de workshop in het Engels en stelt ons voor aan de drie leden van het ensemble die ons zullen helpen. Doel is dat we aan het eind van de workshop twee liederen meerstemming kunnen zingen vanaf de oude muzieknotatie. En daarna mogen we in de Grote of Sint Barbarakerk de repetitie bijwonen voor het concert van vanavond.

Tim vertelt dat Cappella Pratensis probeert de wijze van zingen te benaderen zoals deze in de late Middeleeuwen gebruikelijk was. Geen transcripties naar moderne partituren (waar de muziek netjes in de partijen boven elkaar staat), maar één groot muziekblad waarover de partijen los zijn verdeeld. Dat betekent dat de zangers niet met een eigen boek of map naast elkaar staan, maar gegroepeerd rondom een grote standaard (Stanley genoemd) waarop aan beide zijden de muziekbladen liggen.

En zo staan wij ook met elkaar om de muziekstandaard heen. Op de standaard ligt één van de mooiste stukken Middeleeuwse polyfone muziek die er bestaat: Inviolata van Josquin des Prez. Maar eerst de basis.

Tellen
Als je alleen zingt ben je de baas over de noten, over het ritme, maar als je samen zingt moet je gelijk opgaan. En als je geen notenblad hebt of niet kunt lezen, hoe weet je wat je moet zingen?
Heel simpel. Je gebruikt je handen om daarop te laten zien welke noot gezongen moet worden. De basis van je wijsvinger is de noot ut (do), die van je middelvinger is re, de ringvinger is mi, de pink is fa, het eerste kootje van de pink is so, het tweede kootje van de pink is la en het derde kootje is si.
En zo heb je een toonladder van zeven noten, die telkens een stapje hoger klinken met één halve toon ertussen. En dan kun je gaan zingen.

Tim improviseert met ons een melodie en inderdaad het lukt ons om hem te volgen. Tim vertelt dat uit de archieven blijkt dat bij sollicitaties van zangers en zangmeesters gekeken werd hoe de sollicitant kon improviseren. Hij moest dan bijv. op zijn linker- en rechterhand twee melodiën tonen, een derde zingen, soms tegen één of twee andere zangers in en heel soms zelfs nog een zesde variant tussendoor zeggen.

Lied
En nu voor het echie. We gaan de noten van Inviolata zingen, een canon, eerst eenstemmig, dan tweestemmig, dan mogen we de tekst erbij zingen. En dan wordt het echt mooi. Tim en twee koorzangers pakken ieder hun eigen partij en wij zingen, geholpen door de vierde zanger, de tweestemmige canon daar doorheen. Ik ben erg verrast dat in zo korte tijd zo’n mooi resultaat te bereiken is.

Na de pauze met koffie en appeltaart gaan we naar het kerstlied Nu sijt willecome. De melodie is heel bekend en dat is gelijk een struikelblok, omdat het toch net ietsje anders is. Maar we komen er uit en zingen dan beide liederen nogmaals in hun geheel.

Na de Glühwein en het kerstbrood gaan we naar de Grote of Sint-Barbarakerk om (een stukje van) de repetitie bij te wonen.

Vuur
Ik heb nl. nog plannen. Eerst ga ik eten bij Una Volta, in de oude locomotiefloods op station Culemborg. Ik had mezelf dat onlangs beloofd en omdat ik vanavond wat te vieren heb, zit ik even lekker uitgebreid te eten.
Ik zit aan het raam in dit industriële gebouw. De tafel en het gebouw trillen als de intercitytreinen langs razen. De sprinters drentelen binnen of vertrekken, een goederentrein dendert ontzichtbaar voorbij.

Inmiddels is de mist opgetrokken en daar ben ik blij om, want nu ga ik terug naar huis en ik was niet voor niets op de speed-pedelec gekomen.

Het is vanavond Brandweer Buren bij Kaarslicht. De brandweervereniging Buren bestaat 100 jaar en dat wordt gevierd door de stad in kaarslicht te hullen en de kerktoren, de molen en het weeshuis in rook en rood licht, alsof ze in brand staan.
Onderweg bedacht ik dat de straatlantaarns natuurlijk blijven branden, dus hoe ze dat oplossen? Heel simpel. In het oude stadje staan van die ouderwets aandoende lantaarnpalen en die zijn allemaal omhuld met een blauwe zak. Er komt nog licht doorheen, maar zo ontzettend weinig dat je er niets aan hebt. En daardoor komt de spotlight op de kaarsverlichting.

Op de Kornewal staan tientallen kaarsen in blik te flakkeren, langs de straten staan honderden glazen potten met waxinelichtjes er in. In veel huizen brandt geen licht, behalve kerstverlichting. Er is erwtensoep, rookworst en chocolademelk te koop. En natuurlijk oliebollen. Er is muziek en overal staan brandweerauto’s. Oude en nieuwe (voor als de nood aan de man is).

Tijd om naar huis te gaan.


Inviolata, integra, et casta es Maria,
quae es effecta fulgida caeli porta.
O Mater alma Christi carissima,
suscipe pia laudum praeconia.

Nostra ut pura pectora sint et corpora,
quae nunc flagitant devota corda et ora.
Tua per precata dulcisona,
nobis concedas veniam per saecula.

O benigna, o regina, o Maria,
quae sola inviolata permansisti.

Ongeschonden, onbevlekt en zuiver zijt gij, Maria,
Die geworden zijt de schitterende poort van de hemel.
O allerliefste moeder van Christus,
Neem onze oprechte lofprijzingen aan

Dat ons hart en ons lichaam zuiver mogen zijn,
Wat nu onze vrome harten en monden dringend vragen.
Door uw welluidende gebeden
Schenk ons vergiffenis voor altijd.

O genadige, o koningin, o Maria,
Die als enige ongeschonden bent gebleven.


Cappella Pratensis
Cappella Pratensis staat bekend om haar innovatieve uitvoering van Renaissance polyfone koormuziek. Het ensemble is een van de weinige professionele groepen die rechtstreeks van historische notatie zingen, steeds gebaseerd op grondig muziekwetenschappelijk onderzoek naar historische improvisatie, pedagogische methoden en liturgische reconstructies. De zangers zijn allen gespecialiseerd in Renaissancemuziek, hebben posities bij Europese onderwijsinstellingen en werken samen met de Alamire Foundation in Leuven.
Bron NPO Klassiek


Noten
Guido van Arezzo (een Italiaanse monnik die leefde tussen 991 en 1033) gebruikte de in zijn tijd overbekende hyme Ut queant laxis om een systeem te bedenken waarbij duidelijk was hoe groot de stap naar de volgende noot was. De beginnoot van iedere regel was telkens een noot hoger, behalve tussen mi en fa, daar zit een halve noot tussen. Deze noten worden ook wel de Guidonische lettergrepen genoemd.

ut queant laxis
resonare fibris
mira gestorum
famuli tuorum
solve polluti
labii reatum
Sancte Iohannes!

Opdat met helder stemgeluid
het volk Gods wonderdaden roemt
reinig, Johannes, hun gemoed,
gij bode van de Heer genoemd.


Plaats een reactie