Niet te geloven, dit. Zit ik alweer in het voormalige paleis van de Friese stadhouders in Den Haag. Op Lange Vijverberg nummer 14 is Museum Bredius gevestigd, waar ik vorige week op bezoek was. Het middendeel van het paleis is nummer 15 en daar ben ik vanavond voor een lezing. Op nummer 16 zit het derde deel van het paleis.
Het geheel is gebouwd tussen 1755-1757 op de plaats waar het oude hof van de Friese stadhouders stond.
Het is een statig, bijna strak pand maar de grote middendeur verraadt al het Lodewijk IV en rococo-karakter dat erachter schuil gaat. Hoge plafonds met prachtig stucwerk, marmeren vloeren met rode lopers, houten trappen, een zaal met goudkleurig behang, glinsterende kroonluchters en marmeren wandtafels. We zijn bij Kunsthandel Hoogsteder&Hoogsteder en dat is wel duidelijk. Aan de muur hangen prachtige schilderijen en zelf zit ik op een stoel met vorstelijke allure.
Vanavond wordt de jaarlijkse Hoogsteder-lezing gehouden, georganiseerd door de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau, een vereniging waarvan ik sinds kort lid ben. Titel van de lezing? In (buitengewone) dienst – De adellijke hofhouding in de negentiende en twintigste eeuw, verzorgd door Simone Nieuwenbroek, historicus en conservator op Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten.
Hoofdpersonen in deze lezing zijn Willem Anne Assuerus Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye, heer van Duivenvoorde, Rozenburg, Voorschoten en Veur (1889-1957) en zijn zus Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye, vrouwe van Duivenvoorde, Rozenburg, Voorschoten, Veur en Santhorst (1891-1965).
Kasteel Duivenvoorde
Eerst even naar Duivenvoorde. Nu een17e eeuwse buitenplaats, maar ooit begonnen als middeleeuwse woontoren. In 1226 wordt het al genoemd en het landgoed bleef in handen van dezelfde familie gedurende 750 jaar en bewoond tot 2019. Tot 1817 de familie Van Wassenaer, daarna via vererving in de vrouwelijke lijn de familie Steengracht en in 1912 werd de oomzegger van de kinderloze erflater eigenaar. En dat was onze baron Schimmelpenninck van der Oye. In 1917 ging hij samen met zijn zus op het kasteel wonen.
De band met de Oranjes
Sinds het midden van de 16e eeuw is er een band tussen de Oranjes en de Van Wassenaers. Arend VII (de Watergeus) is één van de edelen bij het aanbieden van het smeekschrift en trekt op met Willem van Oranje.
Johan van Wassenaer is vertrouweling van Prins Maurits. Arend VIII en Frederik Hendrik. Zussen van Arend VIII zijn hofdames van Amalia van Solms. Arend IX gaat mee met Willem III naar Engeland.
De band met de Oranjes wordt ook duidelijk in de bouw van het nieuwe kasteel Duivenvoorde, of eigenlijk een streven naar hetzelfde als de Oranjes hadden. De tuinen werden in stijl van Versailles (en dus Het Loo) aangelegd, er is een Marot-zaal van de hand van hofarchitect Daniël Marot.
In dienst van de vorst
Op hun eigen landgoed waren de adellijke families dan wel heer en meester, zeg maar vorst, maar aan het hof moesten zij zich dienstbaar opstellen. In de 19e eeuw wordt de macht van zowel vorst als adel ingeperkt met als gevolg dat het hofleven verandert. De vorst hoeft zich niet langer bezig te houden met regeren en dat biedt ruimte voor meer hofleven.
Dan de vroege 20e eeuw: vrouwenstem- en kiesrecht, de Russische revolutie die iedereen van adel liet rillen, Troelstra met zijn vergeefde revolutie.
En in die tijd worden broer en zus Schimmelpenninck van der Oye dienstbaar aan het koningshuis.
Willem Anne wordt in 1917 jagermeester van Wilhelmina in Zuid-Holland en kamerheer in buitengewone dienst. Ludolphine wordt in 1926 hofdame honorair van Koningin-moeder Emma.
Beiden treden in de voetsporen van hun directe voorgeslacht. Vader, grootvader, oudooms, zwager, oudtante en grootmoeder: allemaal waren ze in de 19e eeuw dienstbaar aan het koningshuis.
Willem Anne heeft nauw contact met Prins Hendrik, maar ook na diens overlijden in 1934, blijf Willem Anne in dienst van het hof. Daarnaast is hij ook hoogheemraad en gemeenteraadslid.
Hetzelfde geldt voor Ludophine. In 1934 overlijdt Emma, maar haar functie als hofdame blijft bestaan. Haar takenpakket verschuift. Ze wordt eigenlijk een soort sociaal werker voor het personeel van De Horsten, het landgoed van de Oranjes in Wassenaar, dat naast Duivenvoorde ligt. Zo vraagt ze bijvoorbeeld aan koningin Wilhemina om een donatie voor een meisje dat speciaal onderwijs nodig heeft.
De Tweede Wereldoorlog is een cesuur voor de adel, en zeker voor broer en zus Schimmelpenninck. De koninklijke familie is gevlucht, hun huis raakt beschadigd, maar toch vergeten ze de Oranjes niet.
Na de oorlog mag Willem Anne mee naar de kroning van Elisabeth II in Londen, niet in functie, maar toch…
In 1957 overlijdt Willem Anne, 66 jaar oud, en Ludolphine blijft alleen achter. De last van de successierechten en de reparatie van het kasteel zijn te veel, zeker als zij het nu aan een familielid zou nalaten. Daarom neemt zij het besluit het kasteel in een stichting onder te brengen en om te vormen tot museum. Dat gebeurt in 1961 resp. 1963. In 1965 overlijdt ook Ludolphine, 74 jaar oud.
Broer en zus zijn nooit getrouwd. Uit de archieven valt hierover niets op te maken, dus alles hierover is speculatie.
En kregen ze ook betaald? Nee, dat niet. In buitengewone dienst en honorair betekenen dat je een onbezoldigde functie bekleedt, zoals dat zo mooi wordt genoemd. Wel konden ze onkosten declareren. Ze hoefden er ook niet van te leven, omdat ze opbrengsten hadden uit hun landgoed.
Een weetje: Willem Anne heeft een museum Oranje-Nassau opgericht dat aan de basis staat van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau en Ludolphine verzamelde Oranje-memorabilia.
De thema’s zoals aangestipt in deze avond:
- Identiteit en stabiliteit
De adel ontleende hun identiteit aan het vorstenhuis (immers vanouds de leenheren), maar ook stabiliteit. - Cultuur en familiegeschiedenis
De hofcultuur en de adelscultuur waren (en zijn nog steeds) met elkaar verweven, net als de familiegeschiedenissen. - Intimiteit en gelijkwaardigheid
Tot op zekere hoogte was er een band tussen hoogheid en hoveling, maar intimiteit? Die was er niet echt. Gelijkwaardigheid was er ook eigenlijk niet echt, hooguit op sommige momenten.
En dan nog die naam Assuerus: dat is een vervorming van Ahasveros, de koning uit het bijbelboek Esther. Weet je dat ook weer.
Wat is een kamerheer?
Een kamerheer of kamerling is een functie aan het hof van een vorstelijk persoon. Aanvankelijk was een kamerheer verantwoordelijk voor de vorstelijke slaapkamer, maar geleidelijk aan werd het een erefunctie die als gunstbewijs werd verleend aan edelen en ten slotte ook aan burgers. De praktische taken van de kamerheer in de vorstelijke huishouding waren inmiddels overgenomen door een kamerdienaar, kamerjonker, valet of kamenier.
Het woord kamerheer stamt van het Latijnse cameriarius (kamerling, rentmeester). In de karolingische tijd (7e tot 9e eeuw n.C.) was hij als lid van de ministerialiteit belast met de hofhouding en de inkomsten en uitgaven van de leenheer.
Bron Wikipedia
Wat is een hofdame?
Een hofdame is een vrouwelijke functionaris aan een koninklijk of feodaal hof die een koningin, prinses of een hooggeplaatste adellijke vrouw bijstaat. Historisch gezien was een hofdame in Europa vaak van adel maar dan van een lagere rang dan de vrouw die ze diende. Ook als ze voor haar diensten werd betaald, werd een hofdame meer beschouwd als een particulier secretaresse, hoveling of gezelschapsdame dan als dienares. Buiten Europa was de hofdame, vaak paleisvrouw genoemd, in de praktijk vaak wel een bediende of een slavin en geen hooggeplaatste vrouw, al had ze wel ongeveer dezelfde taken.
Het Belgische en het Nederlandse hof kennen nog steeds hofdames die een koningin of een prinses ondersteunen en vergezellen bij verplichtingen.
Bron Wikipedia
Wat is een jagermeester?
Hoffunctionaris die aan het hoofd staat van het koninklijk jachtdepartement. Tot de taken van de jagermeester hoort het zorgdragen voor de kwaliteit en kwantiteit van het (grof)wild.
Hieronder valt het regelen van het afschot, het toezien op de gezondheid van het wild en het bijvoederen. Verder is de jagermeester belast met de organisatie van de hofjachten en begeleidt hij gasten tijdens de jacht. Met de invoering van de Jachtwet van 1852 werd de functie van jagermeester als overheidsbetrekking afgeschaft. Daarna stelde Willem III een aantal jagermeesters aan in dienst van de hofhouding. Sinds de opheffing van het Zuid-Hollandse jachtdepartement in de jaren ’80 van de twintigste eeuw kent Nederland nog slechts één jagermeester. Deze beheert het kroondomein bij Het Loo.
De huidige jagermeester is eveneens opperhoutvester en rentmeester. Hierdoor is de verantwoordelijkheid voor zowel het flora- als het faunabeheer van het kroondomein in één persoon verenigd.
Bron Ensie
Hofdames
De hofdames zijn betrokken bij de voorbereiding en begeleiding van de evenementen waar Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima samen aanwezig zijn. Daarnaast hebben ze een organisatorische en representatieve rol bij evenementen van Koningin Máxima en Prinses Beatrix.
De hofdames werken hierbij nauw samen met de adjudanten van de Koning. De Koning kan de hofdames ‘uitlenen’ aan andere leden van het Koninklijk Huis. Daarnaast kan een hofdame ondersteuning en begeleiding bieden aan een partner van een staatshoofd dat een (staats)bezoek brengt aan ons land.
In de negentiende eeuw waren hofdames vaak jonge, ongetrouwde dames die in het paleis woonden. Koningin Juliana schafte dat gebruik af. Sindsdien zijn hofdames vrouwen met een zelfstandige maatschappelijke positie en een sterk netwerk. De functie van hofdame is, net als die van kamerheer en grootmeesteres, een onbezoldigde honoraire functie, zij ontvangen dus geen salaris.
Bron Koninklijk Huis
Kamerheren
De Koning heeft een kamerheer in iedere provincie. Kamerheren ondersteunen en adviseren bij de voorbereiding en uitvoering van Koninklijke bezoeken aan hun regio.
Kamerheren worden betrokken bij grote evenementen en ontvangsten, zoals Koningsdag, Prinsjesdag, Nieuwjaarsontvangsten, staatsbezoeken en streekbezoeken in hun regio. Zij begeleiden de nieuwe ambassadeurs die hun geloofsbrieven komen aanbieden aan de Koning op Paleis Noordeinde. Ook vertegenwoordigen zij de Koning bij regionale gebeurtenissen zoals een huwelijksjubileum of een begrafenis.
De kamerheren hebben veel kennis over hun regio en beschikken over een uitgebreid netwerk. De functie van kamerheer is – net als die van de hofdames en grootmeesteres – onbezoldigd, zij ontvangen dus geen salaris.
Bron Koninklijk Huis




