Na een ochtend in de 17e eeuw te hebben doorgebracht, bedacht ik dat ik nog meer 17e eeuwse kunst kon gaan bekijken. Niet in Leiden, maar in Den Haag. Daar is een tentoonstelling met kunst uit een museum in Oekraïne.
Lang leve de museumkaart.

Bredius
Ik had wel eens van dit museum gehoord, maar wist niet precies wat ik me erbij moest voorstellen. Onlangs op een muzikale lezing in Zaltbommel hoorde ik over de man achter het museum: Abraham Bredius. Telg uit een oud patriciërsgeslacht, geboren in 1855 in Amsterdam aan de Prinsengracht, woonde later aan de Prinsegracht in Den Haag. De familie werd rijk dankzij de buskruitindustrie en Abraham wilde een groot pianist worden, maar dat bleek niet binnen zijn bereik te liggen. Vader raadde hem toen aan een grote kunstreis door Europa te maken en daarbij ontmoette hij in Duitsland Wilhelm von Bode, kunsthistoricus en latere directeur van het Friedrich-WilhelmMuseum, nu het Bode-museum.
Bode was onder de indruk van Bredius’ kennis van de Italiaanse kunst, maar tegelijk merkte hij dat Bredius niet in staat was de kunstenaars uit de Nederlanden uit elkaar te houden. Bode raadde hem aan de Nederlandse 17e eeuwse schilderkunst te bestuderen.
Zo gezegd, zo gedaan. Collecties bezoeken, boeken bestuderen, archieven uitpluizen en daarna publiceren. Acht jaar lang was Bredius onderdirecteur van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst, dat daarna door het Rijksmuseum werd overgenomen. En hij was twintig jaar directeur van het Mauritshuis in Den Haag van 1889 tot 1909.
Terwijl hij daar directeur was, kocht hij veel werken aan, zowel voor zichzelf als voor het museum. Veel van zijn aankopen gaf hij in bruikleen aan het museum.

Zijn privécollectie bewaarde hij in zijn eigen monumentale woonhuis aan de Haagse Prinsegracht. De collectie omvat schilderijen van Rembrandt tot Jan Steen, tekeningen, (miniatuur)zilver, porselein, en meubelen. Het museum was tot 1985 in zijn voormalige woning gevestigd en vanaf 1990 is het heropend aan de Lange Vijverberg.

Oekraïne
Ik ben hier speciaal voor de tentoonstelling Oude Meesters uit Kyiv in Den Haag, die zijn laatste week ingaat.
Bredius maakte in 1897 een rondreis door Oost-Europa om onbekende Rembrandts te vinden voor een grote Rembrandt-tentoonstelling ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Hij reisde twee maanden rond en ging naar Warschau, Krakay, Lviv, Kyiv, Sint-Petersburg en Moskou en naar kastelen in Galicië. In Kyiv ontmoette hij het verzamelaarsechtpaar Bohdan en Varvara Khanenko.
Bredius maakte over de collectie die de Khanenko’s hadden verzameld aantekeningen in zakboekjes en die boekjes waren de basis voor de tentoonstelling.

14 werken uit Kyiv, uit het Bohdan and Varvara Khanenko National Museum of Arts, zijn te zien in Den Haag en ze zijn gepaard met 12 werken uit de collectie van Bredius. Al deze werken heeft Bredius destijds in Kyiv zelf gezien en nu hangen ze aan de muren van ‘zijn’ museum.
Tijdens de Russische Revolutie werd het museum staatseigendom en werden werken verkocht. De Duitsers roofden een 20 jaar later een aanzienlijk deel van de collectie en veel is tot op de dag van vandaag spoorloos. En nu, met de huidige oorlog, is het museum leeggeruimd en de collectie opgeslagen.

En toch kan kunst uit een museum uit een stad in oorlog, getoond worden in de stad van de stad van Vrede en Recht, zoals zo mooi op de site wordt beschreven.

Museum
Het is een statig pand uit de 18e eeuw, onderdeel van het paleis van de Friese Stadhouders met prachtige rococo-interieurs. Het is een heel huiselijk museum, waarbij alle kamers intact zijn compleet met vensterbanken, kroonluchters en haarden. Bijzonder is dat je op de antieke stoelen mag zitten.

In vrijwel iedere kamer zijn een paar stukken uit de tentoonstelling opgehangen, omringd door de collectie die er normaal staat of hangt. Het heeft daardoor een aparte sfeer en ik moet er even inkomen, maar dan loop ik alles nog een keer door. Ook om goed de paarsgewijze indeling op me te laten inwerken.

Meest bijzondere vind ik het gangetje boven, heel smal en volgehangen met prachtige tekeningen van Rembrandt en anderen.
Het volgens mij mooiste dat hier hangt? Een schilderijtje van Rembrandt dat Jezus moet voorstellen.

Mauritshuis
Nu ik toch bezig ben, loop ik naar de andere kant van de Hofvijver, waar het Mauritshuis staat, waar Bredius directeur was.
Grappig is dat daar een heel kleine tentoonstelling is rondom de Grand Tour van Engelse (voornamelijk) heren van stand naar het vasteland van Europa, een beetje vergelijkbaar met de kunstreis die Bredius ondernam.

Uiteraard ga ik ook naar de vaste collectie in dit 17e eeuwse stadspaleis. Ik mag even ‘Potterkijken‘ in de zaal waar het restauratie-atelier is ingericht voor de Stier van Potter. Ik sta vol bewondering bij het meisje met de parel, het puttertje, de vele Rembrandts, maar ook het gebouw zelf is prachtig.
Het 17e eeuwse pand heeft een vroeg 18e eeuws interieur met prachtige plafond- en wandschilderingen. De moderne plafondschildering van de trapzaal is uit 1987 en stelt de val van Icarus voor. In de wirwar van kleuren zijn de vleugels duidelijk te herkennen.

Het gebouw
Het Mauritshuis is niet gebouwd voor Prins Maurits, maar voor zijn achterneef Johan Maurits van Nassau-Siegen, kleinzoon van Jan VI van Nassau-Dillenburg, de jongere broer van Willem van Oranje. Hij liet het tussen 1633 en 1644 bouwen als zijn woonhuis. Tijdens de bouw was Johan Maurits -de Braziliaan- gouverneur van Nederlands-Brazilië, een kolonie die draaide om suiker en slavernij. Het geld dat Johan Maurits daar verdiende, gebruikte hij voor de bouw van dit huis.
Architect was Jacob van Campen, die van het Paleis op de Dam. Het is één van de eerste en tegelijk ook puurste voorbeelden van wat Hollands classicisme wordt genoemd. De symmetrie, de hoge pilasters en de timpanen aan de gevels zijn gebaseerd op de bouwkunst van de Grieken en de Romeinen.
Het interieur was minstens zo indrukwekkend met betimmeringen van tropisch hout, muurschilderingen van Braziliaanse landschappen en grote hoeveelheden voorwerpen die Johan Maurits uit Brazilië had meegenomen. Dit alles ging verloren in een brand in 1704. Het huis werd gerestaureerd en kreeg een nieuw interieur. Een eeuw later – in 1822 – werd het ingericht als museum.

“..Misschien hebt gij, blanke lezer, op school geleerd hoe het Mauritshuis in Den Haag met de kostbaarste Braziliaansche houtsoorten is betimmerd. Wanneer gij dan vol bewondering voor die betimmering stil staat, verzoeken wij u te bedenken hoe het onze moeders waren, die met deze zware last op hun hoofden dag in dag uit (want de Zondag was een instelling, die de Christelijke beschavers verzuimden in Suriname in te voeren) sjouwden over heuvelachtige terreinen door poelen en moerassen, altijd bedreigd door de zweep die uw voorouders hanteerden..”

Anton de Kom, citaat op de muur van het trappenhuis van het Mauritshuis.

Plaats een reactie