Haar grootvader kocht in 1353 Breda van de hertog van Brabant. De bestaande burcht werd door hem versterkt met een gracht en vier hoektorens. Het kasteel werd ingepast in de verdedigingswerken van de stad.
Haar vader was een van de rijkste mensen van het Europa van die tijd. Hij had niet alleen het bezit van zijn vader geërfd maar ook via zijn huwelijk het nodige verworven.
Ze was twee jaar toen haar vader stierf en in de Onze Lieve Vrouwe-kerk van Breda werd begraven. En 11 jaar toen ze werd uitgehuwelijkt. Zij was zeer rijk, als enig kind en dus erfdochter, hij stamde af van (armere) adel uit de Duitse landen en was als derde zoon voorbestemd voor een kerkelijke carrière. En 21 jaar ouder.

Vandaag ben ik op stap in Breda. Met een groep krijg ik een rondleiding door het Kasteel van Breda, nu de KMA, en daarna bezoeken we de Grote Kerk en de Waalse Kerk.

Kasteel van Breda

Johanna van Polanen, erfdochter van Jan II van Polanen, heer van Breda, trouwde in 1403 met Engelbrecht van Nassau. Johanna en Engelbrecht kregen zes kinderen en zoon Jan IV van Nassau vergrootte het kasteel na 1460 met o.a. de Rekenkamer en de Nassautoren, nu de oudste nog bestaande delen van het Kasteel van Breda. Het Huis van Brecht is ook uit die tijd, maar was toen een particuliere woning die nu op het kasteelterrein ligt.

Kleinzoon Engelbrecht II van Nassau was een belangrijk man in het Bourgondische Rijk. Hij was ridder in de Orde van het Gulden Vlies en trad in dienst van Karel de Stoute en na diens dood bij schoonzoon Maximiliaan. Hij is ook voogd van de latere Filips de Schone. Hij wordt voorzitter van de Grote Raad in 1494 en is algemeen stadhouder van de Habsburgse Nederlanden in 1496. In 1501 is hij landvoogd van de Nederland namens Maximiliaan.
Hij sterft zonder wetttige erfgenamen. Zijn twee bastaardkinderen konden niet erven en zo kwam de erfenis bij Hendrik III van Nassau terecht.

Achterkleinzoon Hendrik III was de zoon van Jan V van Nassau en hij heeft het Kasteel van Breda meer dan grondig verbouwd. Hij liet bovengronds veel van het oude Polanen-kasteel afbreken en er kwam een bijna streng Spaans Renaissance paleis voor terug. Door de grote poort met zijn naam (donkerrood met gouden versiersels) komen we op streng aandoende binnenplaats. Wat we echter niet meer zien, zijn de uitbundige stenen versieringen. De dubbele staatsietrap naar de grote zaal is verdwenen. Aan de muur zit een engelenkop, een schamel restant van de vele koppen die als omlijsting dienden van de even zovele dakkapellen.
Het paleis is vele malen gerestaureerd en vernieuwd en ook zijn er veel zaken vernietigd en vernield. Maar toch sta ik vol bewondering te kijken.

Het is ook weer een plek met veel historische sensatie. Hier hebben ze echt rondgelopen: Willem van Oranje, Karel V, Philips II, Alva. Philips ging als 22-jarige naar de Nederlanden om in opdracht van zijn vader ook dit gebied te leren kennen en hij maakte hier in Breda kennis met de dan 16-jarige Willem, in alles zijn tegenpool.

De zuilengalerij is een arcade met Dorische zuilen en rondbogen voorzien van terracotta profielen van Romeinse en Griekse beroemdheden. Hiermee liet Hendrik zien dat hij zijn klassieken kende. Het is geënt op het boek Paralelle levens van Plutarchus uit het begin van 1e eeuw.
We mogen binnenkijken in de grote zaal die nog stamt uit de tijd van Hendrik, maar inmiddels geheel eigentijds is ingericht. Onze rondleider, emeritus-professor Klinkert, vertelt dat Koningin Wilhelmina als 14 jarige hier heeft gedineerd, vergezeld van haar moeder Emma.
In de Tweede Wereldoorlog was de Luftwaffe gevestigd in het kasteel. Göring is hier op bezoek geweest en op het buitenterrein vond de diploma-uitreiking plaats voor de Kriegsmarine, die elders in Breda werd opgeleid.
We mogen door de glazen deuren gluren naar de kolommenzaal. Die naam heeft het niet voor niets. Drie rijen pilaren staan tussen de eettafels. Deze zaal is gebouwd als eetzaal en wordt nog steeds zo gebruikt.

Hendrik III was nog niet klaar met zijn kasteel toen hij overleed. Zijn drie huwelijken hadden hem ruimschoots de middelen gegeven voor de verbouw van het kasteel, maar hij kreeg slechts één kind, een zoon, Renatus van Nassau, beter bekend als René van Chalon. René’s moeder was de zuster van Filibert van Chalon, de Prins van Oranje. Toen deze in 1530 stierf, was Renatus zijn enige erfgenaam en hij noemde zich vanaf toen Van Chalon en hij mocht de titel Prins van Oranje dragen. In 1538 erfde hij het bezit van zijn vader, maar toen hij in 1544 op het slagveld gewond raakte had hij geen wettige erfgenamen. Het verhaal gaat dat keizer Karel V hem op zijn ziekbed bezocht met de vraag wat er in zijn testament stond. René wilde zijn bezittingen nalaten aan zijn oom Willem van Nassau-Dillenburg. Hm, Karel was ‘not amused‘. Die Nassau was veel te lutheraans. Waarom niet aan het oudste zoontje van Willem, de elfjarige Willem. Die zou nog op te voeden zijn tot een goed katholiek.

Willem van Oranje was de achter-achterkleinzoon van Johanna van Polanen. Hij woonde op het Kasteel van Breda in wat nu het Blokhuis heet, een 16e eeuws vierkant bakstenen gebouw met natuurstenen banden. Ook zijn eerste vrouw Anna van Buren heeft hier gewoond. Enkele van zijn kinderen zijn gedoopt in de inmiddels verdwenen hofkapel.

Turfschip: dat is vooral de band van Maurits met Breda. De opvolger van Willem nam de prinsentitel aan, hoewel zijn oudere halfbroer Philips-Willem officieel de prins was. Zijn list met het turfschip wordt herdacht met een beeldje op het terrein. Professor Klinkert laat ons het Spanjaardsgat zien, de plek tussen de twee zevenhoekige bakstenen 16e eeuwse torens bij de ingang. Daar gebeurde het dus níet! Eigenlijk kwam het schip binnen op de plek waar nu de ingang tot de KMA is.

We verlaten het kasteel door de poort die vernoemd is naar Frederik-Hendrik. In de tijd van de Stadhouderloze tijdperken stond het kasteel voornamelijk leeg. Toen in 1667 de Vrede van Breda getekend moest worden werd gezocht naar een plaats waar alle delegaties bij elkaar konden komen, zonder elkaar te veel in de weg te lopen. Daarvoor was het Paleis van Hendrik III wel handig. Voor de ondertekening was de Grote Zaal een prima plek. Hiervoor moest men wel toestemming vragen aan de weduwe van Frederik-Hendrik, Amalia van Solms.

Willem II was maar kort aan de macht, maar zoon Willem III heeft een nadrukkelijk stempel op het kasteel gedrukt. De vleugel die nog niet was gebouwd toen Hendrik III stierf heeft hij volgens de originele tekeningen laten afbouwen, maar met een eigen touch. De consoles onder bogen in de gangen in hele gebouw zijn wisselend voorzien van de monogrammen van hem (WR) en zijn vrouw (MR) met daarboven de Engelse koningskroon.

Willem IV en Willem V lijken niets meer met het kasteel van Breda van doen te hebben gehad en in de Franse tijd werd het kasteel staatsbezit.

Pas onder koning Willem I is er weer interesse voor het oude kasteel. Er wordt gezocht naar een opleidingsplek voor legerofficieren en Breda ligt dan centraal in de Nederlanden en zo wordt in 1828 het startsein gegeven voor de verbouw van het kasteel naar een opleiding. De genie krijgt de leiding. En ja, dan sneuvelt er nogal wat. De laatste delen van het Polanenkasteel verdwijnen dan, evenals de schitterende staatsietrap en de hofkapel.

Grote Kerk

Tijd voor de lunch en daarna gaan we de Grote Kerk in. Hier zijn diverse herinneringen aan de Nassau’s en Oranjes te vinden.
Van het voorgeslacht van Johanna van Polanen zijn nog steeds grafmonumenten aanwezig. Jan I en Jan II (resp. overgrootvader en grootvader) zijn in steen afgebeeld, deerlijk gehavend.
In het oog springend is het acht meter hoge praalgraf dat Johanna, haar man Engelbrecht en haar zoon Jan IV en schoondochter Maria van Loon herdenkt. Het stamt uit 1475 en heeft de beeldenstorm een soort van overleefd. De gids toont ons een foto van voor de restauratie en dat is schrikken.

Dan de Prinsenkapel in. Deze kapel heeft een prachtig plafond, blauw met weelderige versieringen in goud en zilver. En middenin staat het praalgraf van Engelbrecht II van Nassau en zijn vrouw Cimburga van Baden. Hendrik III, neef en erfgenaam, heeft dit in 1530 laten bouwen. Zwartmarmer is de zerk met albasten beelden van een sterk vermagerde Engelbrecht, en zijn vrouw, in natuurlijke houding, zoals dat heet. Boven hen nog een zwartmarmeren plaat met daarop de uitrusting van de graaf in albast. De plaat wordt gedragen door vier albasten figuren uit de oudheid, waaronder Julius Ceasar.

Onder de zerk is de Nassau-grafkelder. Hier liggen Hendrik III, René van Chalon en zijn jonggestorven dochtertje Maria en Anna van Buren en haar jonggestorven dochtertje Maria begraven. Het zou de bedoeling zijn dat Willem hier zelf ook zou worden bijgezet, maar hij was vogelvrij verklaard en naar Delft uitgeweken.

Er staat een kopie uit 1948 opgesteld van het grafbeeld van René van Chalon. De titel Le Squelette laat weinig aan de verbeelding over, evenals het beeld zelf. We zien een skelet staan, het onderlijf en de benen nog gehuld in huid, de arm omhoog met daarin zijn hart. Het origineel is gemaakt in opdracht van zijn weduwe Anna van Lotharingen. Zij liet zijn hart begraven in Diest en zijn lichaam in Breda, maar zij wilde hem wel in Diest herdenken en dit was haar manier.

Waalse Kerk

Laatste stop is de Waalse Kerk. De kerk begon als Wendelinus-kapel.
Wendelinus zou een Ierse of Schotse koningszoon geweest zijn, die op pelgrimstocht naar Rome ging en daarna het kloosterleven verkoos boven het koninklijk hof. Hij leefde een tijdje als kluizenaar in het bos van Westerich. Volgens de pelgrimstraditie van zijn vaderland trok hij vragend om onderdak en eten rond. Daarom werd hij in Trier bekritiseerd door een rijke burger. Een jonge sterke man bedelen? Wendel werd varkenshoeder, maar vond te weinig tijd voor bidden, dus werd hij veehoeder en daarna schaapherder. Uiteindelijk in 597, werd hij abt in Tholey. Hij werd vereerd in Sankt Wendel, in de buurt van waar de moeder van Johanna werd geboren.

Johanna had een eigen hof op het kasteelterrein waar ze verbleef, maar ze wilde een kapel stichten, ter ere van Wendelinus en als eerbetoon aan haar moeder, kun je veronderstellen. Maar ze had geen geld meer, haar erfenis was immers nu van haar man. Hij wilde haar geen geld geven, een verzoek aan paus liep op niets uit maar via een soort crowd funding avant la lettre kreeg ze via donaties voldoende geld bij elkaar voor een kapelletje. Het staat er nog steeds, al heeft het heel wat moeten doorstaan. In 1540 werd het de kapel van de begijnen. Zij woonden dichterbij het kasteel dan nu, en werden verzocht te verhuizen door Hendrik III. Na veel gesoebat en koehandel, kwamen de begijnen hier terecht, waar ze hun huisjes bouwden en de kapel in gebruik namen.
Maar dat duurde maar kort. De Reformatie kwam en de kapel werd protestants, als Waalse Kerk. Dat is het nog steeds.

Ik loop het Begijnhof in om even naar het beeldje van Johanna te kijken, gemaakt in 2009 op basis van het grafmonument. Ze draagt een boek met zegels in haar handen.
Ze was 53 jaar toen ze in 1445 stierf. Drie jaar weduwe na bijna 40 jaar getrouwd te zijn geweest met Engelbrecht die ca 70 jaar werd. Moeder van zes kinderen en grootmoeder van zeker 16 kleinkinderen. Het feit dat zij in 1403 met Engelbrecht van Nassau huwde wordt gememoreerd op een groots Nassau-monument bij de ingang van het Valkenberg-park. In 1905 heeft Wilhelmina dit mogen onthullen ter gelegenheid van de 500-jarige band tussen Nassau en Breda. En tot op de dag van vandaag heeft de koning de titels die daarbij horen: Baron van Breda en Heer van Polanen.


Plaats een reactie