Is er een betere plek voor dit literair concert? Ik stap om iets over half acht uit de trein en loop dan de trap op naar de spoordijk waar nog steeds de oude locomotiefloods uit 1868 staat. Aan de loods is in de jaren 1930 meubelfabriek Gelderland gebouwd.
Ik ben in Culemborg, waar de oudste nog bestaande locomotiefloods van Nederland staat. Nu een restaurant, in vroeger tijden de verblijfplaats van de locomotief die de goederentreinen richting Utrecht hielp de spoorbrug over de Lek te ‘beklimmen’. Ik kijk even in het restaurant dat in de loods gevestigd is, en bedenk dat er dicht bij huis nog van alles is dat ik nog niet ken.
Meubelindustrie Gelderland werd in 1936 opgericht door Koene Oberman. Van zijn vader, een Friese houthandelaar, kreeg hij 200 gulden om voor zichzelf te beginnen. Culemborg had al een traditie van ambachtelijke meubelfabricage en Koene startte daar met seriematige meubelproductie, iets heel nieuws toen. De oude locomotiefloods met de aanbouwen met de karakteristieke zadeldaken werd zijn atelier en fabriek. De locomotiefloods was het tekenatelier, er waren werkplaatsen voor de stoffeerders en een grote productiehal. De fabriek zat op deze plek tot eind jaren ’90 en nu is het een creatieve broedplaats met o.a. een theater.
In bar de Wissel drink ik even een 0.0 biertje en dan gaan de deuren van de voormalige productiehal, nu het theater, open voor het literaire concert. Jan Brokken leest delen voor uit zijn nieuwste boek ‘De weemoed van de reiziger’ en Jeroen van Veen speelt bijpassende muziek.
Uiteraard kom ik niet onbeslagen ten ijs. Toen ik het kaartje voor deze avond, heb ik gelijk het boek gekocht en ik heb het al bijna uit. Én ik heb het bij me. Misschien kan ik het laten signeren?
Brokken begint zijn reis in Utrecht, in wat nu het Rietveld-Schröderhuis heet. Mevrouw Schröder was de hospita van een studiegenoot. Daar past alleen maar muziek bij van Jacob van Domselaer, componist en bevriend met De Stijl-leden Rietveld, Mondriaan en Van Doesburg en leermeestervan Simeon ten Holt. Jeroen van Veen speelt één van diens ‘Proeven van stijlkunst‘, een werkelijk prachtig stuk muziek. Hoekig en kantig, een muzikale Rietveld-stoel, zeg maar.
Vervolgens reizen we naar zuidelijk Frankrijk, naar Collioure. Daar ligt sinds februari 1939 de Spaanse dichter Antonio Machado (voluit Antonio Cipriano José María Machado Ruiz) begraven. Net vier weken voor zijn overlijden, was hij het door burgeroorlog verscheurde Spanje van Franco ontvlucht. De paar gedichten van hem in het boek van Brokken zijn in hun bescheidenheid en eenvoud schitterend. En de brievenbus op zijn steen? Dat verklap ik niet.
De muziek is van Enrique Granados, zijn Spaanse dans opus 5, en van Federico Mompou, diens Musica Callada ofwel muziek van de stilte.
Caminante, son tus huellas
Antonio Machado
el camino y nada más;
Caminante, no hay camino,
se hace camino al andar.
Al andar se hace el camino,
y al volver la vista atrás
se ve la senda que nunca
se ha de volver a pisar.
Caminante, no hay camino
sino estelas en la mar.
Reiziger, je sporen
zijn de weg, en zij alleen;
Reiziger, er is geen weg,
De weg ontstaat in het gaan.
Gaandeweg ontstaat de weg,
en als je omkijkt zie je het spoor
dat nooit meer betreden zal worden
Reiziger, er is geen weg
slechts een schittering in de zee.
Na de pauze, en ja, ik heb mijn boek kunnen laten signeren, steken we de grote plas over. New York. Brokken is namens de krant op bezoek bij Leo Vroman, bioloog, hematoloog en dichter. Hij rijdt met Vroman vanaf zijn appartement in New York naar zijn laboratorium aan de kust. Dichtbij, volgens Vroman. Het is een uur rijden. Vroman wijst Brokken op de vogelgeluiden. Brokken hoort auto’s in de verte. En daarbij past alleen maar Mad Rush van Philip Glass.
Kom vanavond met verhalen
Leo Vroman
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Tineke was de vrouw van Leo. Brokken heeft haar nooit ontmoet. Hij hoorde Vroman op fluistertoon met haar bellen, die dag op het lab, en kreeg op enig moment de telefoon in de hand gedrukt. Hij had een kort gesprek met Tineke dat diepe indruk op hem maakte. Vooral haar stem, een zachte stem, waarbij ook Philip Glass past, diens etude 5.
We sluiten af met Bohemen in 1976. Tsjechoslowakije, nog achter het IJzeren Gordijn. Brokken is met zijn partner in een goednieuwe Mini Cooper naar het Oosten gereden. De auto krijgt -uiteraard- veel bekijks en ze krijgen kennis aan een jong echtpaar, waarvan de man zijn zinnen zet op een onzinnige ontsnapping. Tijdens de avonden dansen ze, vooral op ‘Dream a little dream of me‘ van The Mamas and the Papas, muziek die op raadselachtige wijze door de Oostblok-censuur was gekomen.
En nee, met dat nummer gaan we niet besluiten. Brokken zou dat gewild hebben, Van Veen koos voor Wals nr 5 van Antonín Dvořák. En net als deze de muziek wil inzetten, komt de intercity langs, zeer passend, want Dvořák was bezeten van treinen.
En dan is er nog de toegift, gekozen door Brokken. Hij laat Van Veen één van zijn eigen werken spelen, Prelude 10. En dan kan ik zo op de trein naar huis stappen, mijn gesigneerde boek in de tas, klaar om de laatste hoofdstukken uit te lezen.
Jan Brokken werd in 1949 geboren als derde zoon in een predikantsgezin en groeide grotendeels op in Rhoon. Vader was opgeleid als theoloog en had wetenschappelijk onderzoek gedaan naar islamitische bewegingen op Sulawesi. Zijn ouders en oudere broers hadden allen in Indonesië in kampen gezeten. De daar opgelopen trauma’s van zijn familieleden hebben ook het leven van Brokken mede bepaald. Hij werd journalist en zijn reislustige leven, zijn diverse woonplaatsen over de hele wereld en zijn familieverleden zijn onderwerp van de vele boeken die hij heeft geschreven en waarvan ik er al verscheidene heb gelezen. In een interview zei Brokken: ‘Mijn nieuwsgierigheid naar andere culturen en levenswijzen heb ik onmiskenbaar van mijn vader, mijn reislust en de behoefte om mijn indrukken op papier te zetten van mijn moeder.’
Jeroen van Veen werd geboren in Herwen en Aerdt in 1969. Hij is een klassiek pianist en componist. Hij studeerde o.a. aan het conservatorium in Utrecht en heeft veel opnames gemaakt, de laatste jaren met een focus op minimal music. Ik heb één van zijn uitvoeringen in huis, nl. de Canto Ostinato van Simeon ten Holt, fascinerende repeterende muziek.


