Als ik mijn foto bekijk, blijk ik net het moment te hebben gevangen waarop Frans Banninck Cocq en Willem van Ruytenburch loskomen uit de verf. Ze stappen uit het schilderij en worden mensen van vlees en bloed.
Even later zitten ze aan tafel. Om geïnterviewd te worden. Door Coen Verbraak.
Ik vind het een gedurfde aanpak. Het beroemde schilderij tot leven wekken en een paar hoofdrolspelers interviewen. Ik ben benieuwd!
Introductie
We zijn in het AFAS Theater in Leusden en worden verwelkomd door twee van de bedenkers van het concept Praten met de Nachtwacht.
De meesten kennen het concept dat Coen Verbraak meermaals met succes op TV heeft herhaald: Kijken in de ziel. Hij gaat in gesprek met meerdere mensen uit dezelfde beroepsgroep en stelt hen vragen, soms dezelfde, soms gaat hij verder in op het antwoord. Er is niet één persoon continu aan het woord en in beeld, maar er wordt afgewisseld tussen de geïnterviewden. Dát is toegepast op de Nachtwacht of liever op een paar mensen die staan afgebeeld, op de maker én zijn vrouw.
De film
Acteurs werden aangezocht voor de rollen en daarna gebriefd met informatie over de door hen te spelen persoon. Alle achtergrondinformatie over hun persoon, de functie in de maatschappij en waarom ze op het schilderij staan, maar ook informatie over de eeuw waarin hun persoon leefde. Idem voor Rembrandt en Saskia.
Coen Verbraak kreeg ook zijn briefing met veel informatie en las zich in, net als de acteurs uiteraard. Er werd een repetitie-opname gemaakt met twee hoofdrolspelers en daarna de echte opnames met alle spelers, die dus au naturel reageerden op de hun onbekende vragen. Uit zeven uur filmopnames is een film samengesteld van ca 70 minuten. De film is gelardeerd met detailopnames uit de Nachtwacht en andere afbeeldingen en dat is werkelijk fantastisch om te zien.
De Nachtwacht
De Nachtwacht is de eind 18e eeuwse naam die gegeven werd aan het schutterstuk van Rembrandt uit 1642. Tegenwoordig luidt de officële titel: Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam, onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch. Wellicht dat het destijds ‘De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren’ werd genoemd, maar zeker weten doen we het niet.
De Nachtwacht is de bijnaam die het kreeg vanwege het donkere uiterlijk dat in de loop der tijd ook nog donkerder werd. Maar er staat helemaal geen nachtwacht op afgebeeld maar een schutterij en die was ook overdag actief.
Nu is het één van de beroemdste schilderijen ter wereld, maar de ontvangst in 1642 was op z’n minst koeltjes te noemen.
Frans Banninck Cocq, heer van Purmerlant en Ilpendam, geboren in 1605 en overleden in 1655, is de kapitein. Hij staat midden op het schilderij, statig in het zwart met een prachtige rode sjerp om. In het interview komen we te weten dat Frans aan Rembrandt een behoorlijke som gelds had betaald om volledig te worden afgebeeld incl. een blauwe sjerp. Dat was zelfs in een contract vastgelegd. Blauw was nl. een erg duur pigment (gemaakt van het uit Afghanistan afkomstige lapis lazuli). Rembrandt kwam hem om extra geld vragen voor de blauwe sjerp en Frans betaalde dat niet. Zat bij de prijs in. Zijn verbazing was dan ook groot toen hij een rode sjerp zag. Rembrandt vertelde hem toen dat hij afgebeeld was als zinnebeeld van Amsterdam, in de kleuren rood, wit, zwart.
Willem van Ruytenburch, heer van Vlaerdingen en Vlaerdingen Ambacht, geboren in 1600 en in 1652 overleden, is de luitenant. Prachtig in zijn goudgele kostuum, een hoed met een veer op zijn hoofd en een partizaan in zijn hand. In het interview leren we dat de hoed niet van hem is. Rembrandt kwam daarmee aan en hij moest en zou die opzetten. En die partizaan? Dat is een lans, een stokwapen van ca twee meter met een platte, ijzeren kling, waar onderaan kleine vleugels of oren zitten. De drager van dit wapen was bij de 17e-eeuwse schutterijen steevast de luitenant.
Jan Aertszn van der Heede, geboren in 1610 en overleden in 1655, was musketier bij de Amsterdamse schutterij van Wijk II. Hij is de man in het rode pak. In het interview blijkt dat hij op het moment van schilderen nog geen poorter van Amsterdam was. Waarschijnlijk ook de reden dat hij als musketier werd afgebeeld. En dat rode pak? Dat is niet van hemzelf. En de rode neus is nog steeds een doorn in zijn oog.
Jan Visscher Cornelissen is de vaandeldrager van de schutterij. Over hem is verder niet veel bekend, wel dat hij vrijgezel was en een groot kunstliefhebber. De vaandeldrager binnen een schutterij moest altijd een ongetrouwde jongeman zijn. Mocht de schutterij nl. echt ter verdediging van de stad worden opgeroepen, dan was de vaandeldrager het mikpunt, letterlijk, van de vijand. Om die reden mocht een vaandeldrager geen vrouw en kinderen hebben.
Jacob Jorisz, de tamboer rechts op het schilderij, kijkt een beetje om het hoekje. Hij heeft niet betaald om te worden vereeuwigd. Hij werd betaald, door Rembrandt, om met trommel en hond te komen opdraven in het atelier. Het was hem allemaal best, al begreep hij er niet veel van. Zo’n rare houding als hij moest aannemen?
Rembrandt Harmenszoon van Rijn, geboren in 1606(?) en overleden in 1669, is wellicht Nederlands beroemdste en bekendste schilder, etser en tekenaar. Een kenmerk van zijn werk is wat clair-obscur wordt genoemd, het werken met scherpe contrasten, een spel met licht en donker. Zo trok en trekt hij de toeschouwer binnen in de voorstelling. Ook in de Nachtwacht kun je dat goed zien. Het felle licht waarin de luitenant en het kleine meisje staan, staat in scherp contrast met het zwart van de kapitein en de donkere achtergrond.
We leren Rembrandt kennen in de gesprekken met de opdrachtgevers als een moeilijk en lastig mens, een slecht communicator. Het moest op zijn manier en niet anders. Bijna hooghartig en soeverein vindt hij het eigenlijk heel gewoon dat zijn werk nog steeds wordt bekeken.
Saske of Saskia Uylenburgh, geboren in 1612 en overleden in 1642, was Rembrandts vrouw. Saskia kende zijn werk via haar nichtje Aeltje die een schilderij van hem bezat en ontmoette hem via haar neef, de kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh. Saskia kwam uit een gegoede familie en zij en Rembrandt trouwden vrij snel na hun kennismaking. Het burgerlijk huwelijk was in de Oude Kerk van Amsterdam, de kerkelijke inzegening in Sint-Annaparochie, waar haar oudere zus woonde bij wie zij in huis was na het overlijden van haar ouders.
Het interview met Saskia is het meest emotionele deel van deze interviewsessie. De actrice weet Saskia neer te zetten als een vrouw die begreep dat ze met een creatieve onzakelijke geest was getrouwd. Natuurlijk was het fijn en romantisch in het begin. Ze waren echt verliefd op elkaar en zijn uit liefde getrouwd. Maar zoontje Rumbartus overlijdt binnen twee maanden na de geboorte. Dochtertje Cornelia overlijdt ook binnen een paar maand. In 1640 wordt weer een Cornelia geboren en ook zij overlijdt, binnen twee weken. Zoontje Titus wordt in 1641 geboren en zijn ouders zijn ontzettend blij. Maar Saskia wordt ziek en overlijdt het jaar daarop.
Ik begrijp nu dat Rembrandt aan de Nachtwacht werkte in een periode van intense rouw. Hij had drie kinderen begraven en nu ook nog zijn vrouw.
En dan wilde iedereen op dat schilderij afgebeeld worden volgens hun eigen wensen, niet zoals ze echt waren of zoals hij ze zag. Gezeur aan zijn hoofd. Kon hij niet tegen. Het ging zoals hij vond dat het moest, zoals zijn creatieve geest het hem ingaf.
En hij had gelijk! Coen Verbraak vertelt aan de geïnterviewden dat nog dagelijks mensen aan hen voorbij trekken om naar hen te kijken. En dat vervult hen toch met een zekere trots. Saskia is niet alleen blij, maar zelfs verlegen. En trots op haar man.
En Rembrandt? Het kleine meisje heeft het gezicht van Saskia. Dat zegt genoeg, toch?

