Ik loop de Mariakapel in, terwijl de muziek van alle kanten door de kerk golft. Beide orgels worden tegelijk bespeeld in een improvisatie, het laatste stuk muziek van vandaag. De muziek is overal en ik ben op zoek naar de juiste plek om te luisteren.
In een oude gotische kerk kaatst de muziek terug vanaf de pilaren of wordt daardoor juist tegengehouden en dan kun je op elke plek in de kerk een andere klankervaring hebben.
Ik bewonder het Mariabeeld dat wel uitzondelijk mooi is uitgedost. Het blijkt dat ze een nieuwe beschermmantel draagt, gemaakt van gedoneerde stoffen met in vele gevallen een grote emotionele waarde: doop- en trouwkleding, kleding van overleden dierbaren, een eerste donsdeken. Als ik vanuit de kapel de kerk weer inloop, vind ik de goede plek. De echt niet makkelijke muziek omarmt me hier als het ware en daarom blijf ik daar.
Herentals
Je begrijpt het al wel. Ik ben weer eens op orgelexcursie. Op deze schitterende novemberdag zijn we afgereisd naar België. Naar Herentals, een klein stadje niet ver van de Nederlandse grens.
Na koffie met verrukkelijke Belgische lekkernijen -ik heb er wel drie gegeten, erg, hè?- gaan we naar de eerste concertlokatie van vandaag: de Sint-Waldetrudiskerk. De felle zon zorgt ervoor dat de noordkant van de kerk bijna niet te zien is. De zuidkant staat fel in het licht. De 14e eeuwse toren met een hoge spits staat op een merkwaardige plek, nl. tussen koor en beuk, op de plek waar normaal de vieringtoren staat. De kerk is ook niet afgebouwd, want het koor eindigt abrupt in een rechte wand.
De kerk bevat werkelijk een overvloed aan grote 17e en 18e eeuwse schilderijen en een heel bijzonder altaarretabel. Dit vroeg 16e eeuwse altaarstuk is een groot houtsnijwerk waarin uiterst gedetailleerd de marteldood van de heiligen Crispinus en Crispinianus wordt voorgesteld. Het is nooit gepolychromeerd (heel bijzonder) en het is gesigneerd op twee plekken (nog veel bijzonderder).
Aan de westwand staat het orgel op een oksaal (het orgelbalkon). Het stamt uit eind 18e eeuw (1767-1770) en speciaal hiervoor zijn westraam en portaal dichtgemetseld. In 1927 werd het orgel herbouwd en in 1942 was herstel nodig. De bekende Vlaamse organist Flor Peeters vond beide restauraties rampzalig en hij was dan ook supervisor bij de restauratie in 1967-68. Het orgel werd daarbij ook uitgebreid, maar daardoor stond alles veel te krap in de kas. Bij de volgende restauratie (2001-2003) zijn daarom de pijpen, na grondige reiniging, herschikt.
Willem Ceuleers (organist bij de Antwerpse protestantse kerk ‘de Brabantse Olijfberg’) speelt voor ons vier stukken. Allereerst werk van eigen hand: vier variaties op psalm 7, dan een Toccata van Distler, een koraalvoorspel van Walcha en de Dankpsalm van Reger.
Na even rondlopen vind ik een mooi plekje. Op een smalle stenen bank in een nis onder één van de vele schilderijen luister ik naar de mooie muziek.
Tongerlo
Wanneer we over het Geneinde in Tongerlo rijden staat links van ons de abdij in het zonlicht te stralen. Vanaf het parkeerterrein lopen we de 14e eeuwse poort door naar het binnenterrein waar de 19e eeuwse kerk in witgrijze steen scherp afsteekt tegen de bakstenen gebouwen. Onze volgende bestemming!
Het hele complex is op een gekke manier evenwichtig te noemen, ook al bestaat het uit een ratjetoe van stijlen en is er de eeuwen door van alles verwoest, herbouwd en aangebouwd. De abdij is gesticht in 1130 en even verlaten geweest tijdens de val van ‘s-Hertogenbosch (1629). In 1796 kwam er een voorlopig einde aan de abdij. De norbertijnen werden door de Franse troepen verdreven, de abdij verkocht en een deel van de gebouwen werd gesloopt, waaronder de toenmalige kerk.
In 1838 werd de Norbertijner orde heropgericht en deze keerde in 1840 terug naar Tongerlo. Er werd in 1852 een nieuwe kerk gebouwd, witgrijs van buiten en stralend wit van binnen.
Boven de ingang hangt een heel bijzonder schilderij: een getrouwe kopie op doek van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci, in 1545 aangekocht voor de abdij. Het kwam uit de erfenis van een Antwerpse koopman die deze kopie in Italië had besteld voor zijn kasteel. Het doek meet 4.24 bij 8.02 meter en zou in 1506-07 gemaakt zijn onder toezicht van Da Vinci zelf door een leerling. Omdat onder de gezichten van Jezus en Johannes geen ondertekening aanwezig is, wordt aangenomen dat Da Vinci die zelf heeft geschilderd. In de 17e eeuwse schuur naast de kerk, kan ik van heel dichtbij een fotografische kopie bekijken. Fascinerend om de gezichtsuitdrukkingen en de gebaren te bekijken.
Laurens Gardeniers is de titularis en hij heet ons van harte welkom en nodigt ons uit in het koor plaats te nemen. Hij vertelt dat de vroegere kerk al in 1412 een orgel moet hebben gehad. Dat werd vervangen door een Renaissance-orgel en nog weer later een barok-orgel. Dat ging met de kerk ten onder in de revolutie.
In de nieuwe kerk stond na de bouw een klein orgel, maar voor deze grote kerk werd een groter orgel gezocht. De toenmalige abt had banden met Duitsland en zo mocht Klais uit Bonn begin vorige eeuw een orgel leveren. Helaas werd de brand uit 1929 dit orgel fataal.
Er kwam een groot noodorgel en Klais uit Bonn (ditmaal junior) kreeg de opdracht dit noodorgel uit te breiden. Dat hangt er nog steeds, sinds 1933, halverwege het koor aan de oostmuur.
Het orgel is zo gebouwd dat het meerdere muziekstijlen moet kunnen vertolken en daarom begint Laurens met Bach. Daarna de Fuga-Fanfare van Lemmens (die woonde vlakbij en ging hier wel ter kerke) en de Final uit Symphonie nr 1 van Vierne.
Ik ben weer aan de wandel en zoek nu een plek op vlakbij de organist. Hij gaat nu Dieu Parmi Nous spelen van Messiaen, niet mijn favoriete componist, maar ik kijk vanaf mijn plek de organist op de vingers (en de voeten). Ik kan zien wat hij doet en dat ook gelijk horen. Voelt en luistert toch anders.
Antwerpen
Vlakbij de Sint-Michiel en Sint-Pieter stappen we uit. Deze kerk is in 1897 is gebruik genomen in een stuk van Antwerpen dat destijds werd ontwikkeld. Overal werden neogotische kerken gebouwd en het stadsbestuur vond dat in deze wijk maar eens wat anders moest komen. Zo gezegd, zo gedaan. Men trok op studiereis naar o.a. Parijs en daar bezocht men de Saint-Pierre de Montmartre, een 12e eeuwse Romaanse kerk en deze kerk werd het voorbeeld voor deze Antwerpse parochiekerk.
De kerk is sober met grijze wanden, maar toch zijn er veel versieringen aangebracht in neo-Byzantijnse stijl. De preekstoel, het altaarbaldakijn en de ambo’s (lessenaars) bestaan uit Carrara-marmer, ingelegd met steenmozaïek. Aan de wanden zijn ook mozaïeken te zien en boven en achter het altaar is de apsis versierd met een schitterend (letterlijk want goud) mozaïek van de hand van Venetiaanse ambachtslieden.
Het orgel werd 1909 door de firma Stevens gebouwd, als schenking van de parochianen aan de pastoor. Er is geen kas. Waarom niet? Peter van de Velde, de organist die het concert zal verzorgen, vertelt dat destijds alle orgelkassen neogotisch werden uitgevoerd en dat zou in de kerk absoluut niet passen. Wellicht dat daarom alle pijpen gewoon zijn neergezet, passend tussen de ramen, terwijl gekeken werd naar een mogelijke oplossing. Uiteindelijk haalde de tijd het orgel in en werd het ‘mode’ om een orgel zonder kas te plaatsen.
Peter brengt een katholiek programma en heeft mezzo-sopraan Anastasilia Staroselska gevraagd de melodiën te zingen waarna hij de bewerking zal spelen.
Voor mij is dit achteraf het hoogtepunt van de dag. Op het orgelbalkon brandt licht, verder in de kerk niet. Het is rond half vijf, door de lichtbeuk schijnen de laatste zonnestralen de kerk in, het wordt schemerig.
En dan zingen de prachtige Gregoriaanse melodiën door de grote kerk, telkens gevolgd door orgelspel. Het Salve Regina van Olivier Latry, het Pie Jesu en het Veni Creator van Duruflé.
De Kathedraal
Op naar de maaltijd! Met een klein groepje loop ik alvast naar het restaurant. Een klein half uurtje later zitten we op het terras van Het Elfde Gebod Riverside aan de kaai. Uitzicht op de toren van de kathedraal, een Elfde Gebod Blond in de hand.
Na een half uur is de rest van de groep ook gearriveerd en genieten we binnen van de prima maaltijd terwijl heiligenbeelden ons van alle kanten aankijken. En dat Elfde Gebod? You shall enjoy! Je zult genieten! Geen enkel probleem, vandaag!
Na de wafel met ijs en slagroom is het lekker om naar het laatste concert te wandelen.
Als altijd sta ik de kathedraal van Antwerpen vol ontzag te kijken bij de enorme altaarstukken van Rubens. Helemaal achterin het koor de Tenhemelopneming van Maria. In het transept links de Kruisoprichting en rechts de Kruisafneming. Enorme doeken vol kleur en beweging. Doeken van meer dan 400 jaar oud, nog steeds op de plek waarvoor ze gemaakt zijn.
Peter van de Velde is titularis van de kathedraal en hij krijgt vanavond gezelschap van Zuzana Ferjenčíková. Zowel het Schijven-orgel uit 1891 als het Metzler-koororgel uit 1993 zal worden bespeeld. Peter speelt eerst op het hoofdorgel de prélude over de naam Alain van Duruflé en dan een deel uit de Symphonie-Passion van Dupré.
Zuzana speelt op het koororgel een Sarabande en Passacaglia van Handel.
Vervolgens wordt er stuivertje gewisseld. Peter speelt het Pièce d’Orgue van Bach en een Adagio en Fuga van Mozart op het koororgel. Zuzana speelt op het hoofdorgel vier stukken. Victimae Pascali Laudes van Tournemire, een Adagio van Mozart en een pianostuk van Liszt over de legende van Franciscus van Paola die op zijn mantel over de golven zou hebben gevaren. Je hoort dat dus gewoon, hè?
Het vierde stuk is van haar eigen hand en moeilijk om naar te luisteren. Het heet ‘Le Rève’, de droom, naar een novelle van Emile Zola. Zo nu en dan is de droom lieflijk, maar meerdere malen hebben nachtmerries voor mijn gevoel de overhand.
En dan komt het laatste stuk: een improvisatie op twee orgels over de naam van Jean Guillou, over de noten EAG. Peter speelt op het koororgel, Zuzana op het hoofdorgel én ze spelen tegelijkertijd. Ik vraag later aan Peter hoe ze dat hebben gedaan. Het blijkt dat ze vooraf een soort raamwerk hebben afgesproken met thema’s, want tijdens het spelen hadden ze geen contact met elkaar. Ik vind het razend knap. En razend moeilijk om te beluisteren, dat ook. Maar toch, als ik op de goede plek in de kerk zit, omarmt de muziek mij gek genoeg.
Salve, Regína, mater misericórdiae;
vita, dulcédo et spes nostra, salve.
Ad te clamámus, éxsules fílii Evae.
Ad te suspirámus, geméntes et flentes
in hac lacrimárum valle.
Eia ergo, advocáta nostra,
illos tuos misericórdes óculos
ad nos convérte.
Et Iesum, benedíctum fructum ventris tui,
nobis post hoc exsílium osténde.
O clemens, o pia, o dulcis Virgo María.
Pie Jesu Domine,
Dona eis requiem.
Pie Jesu Domine,
Dona eis requiem sempiternam.
Veni Creator Spiritus,
Mentes tuorum visita,
Imple superna gratia,
Quae tu creasti pectora.
Qui Paraclitus diceris,
Donum Dei altissimi
Fons vivus, ignis, caritas,
Et spiritalis unctio.
Tu septiformis munere,
Dexterae Dei tu digitus,
Tu rite promissum Patris,
Sermone ditans guttura.
Accende lumen sensibus:
Infunde amorem cordibus:
Infirma nostri corporis
Virtute firmans perpeti.
Amen.












