Wat kun je veel doen in een dag! Vandaag een volle dag. Het is door half 11 in de avond als mijn kamer betreed. Ik slaap in de Indische buurt in een woonhuis dat is omgetoverd tot een hostel. In een voormalig winkeltje op de hoek van de volgende straat kan ik vanaf negen uur ontbijten, dus lekker uitslapen vanmorgen. Ik ben ook zo bij station Noord en vandaar pak ik de trein naar het hoofdstation.

Mooiste!

In 2019 is dit station verkozen tot mooiste station van Nederland en ik snap dat wel. Het gebouw uit 1896, het derde station op deze plek, mengt Renaissance en Gotische stijlelementen op heel bijzondere wijze. Prachtige tegeltableaus, glas-in-loodramen, tweekleurig metselwerk, een bakstenen torentrapje. En die archaïsche opschriften: Restaurateur, telegraaf, opzichter, wachtkamer 3e klasse, damessalon. Het was een andere tijd.

Paard

Als je het station uitkomt staat daar sinds 1959 het Peerd van Ome Loeks. Een beeld van een man naast zijn paard, van kwartsbeton, spierwit geschilderd. Je kijkt naar het paardehoofd dat naar de grond neigt, de man staat met de rug naar je toe. Andersom mag niet van NS, anders kijk je het paard recht onder de geheven staart.

En wie was Ome Loeks, oom Lukas? Wellicht Lucas van Hemmen, pikeur en café- en stalhouder. Zijn paard Apollon trapte naar de stalknecht en Lukas dreef het paard terug met een riek en verwondde het. Het paard stierf een paar dagen later en er zou door opgeschoten jongens gezongen zijn: ‘Peerd van Ome Loeks is dood‘. De wijs kennen we als ‘Daar wordt aan de deur geklopt’.

Peerd van Ome Loeks is dood, Loeks is dood, Loeks is dood,
Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood.
Guster nog goud gezond, sluig 'e mit steert in 't rond
Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood.

Peerd van Ome Loeks is dood, Loeks is dood, Loeks is dood,
Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood.
Haar 'k hom moar vreten geven, din was 't wel in leven bleven.
Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood.
Gebouw

Recht tegenover het station staat het schitterende museumgebouw, op een eiland in de zwaaikom van het Verbindingskanaal. Het is een ratjetoe van stijlen en dat komt omdat de hoofdarchitect diverse collega’s de paviljoens liet ontwerpen. Het is kleurrijk, met de goudgele depottoren, het roestig uitziende paviljoen in deconstructivistische stijl, een paviljoen dat op een vestingwerk lijkt en een grote grijze cilinder. Binnen is het al net zo kleurig en afwisselend. Ik word blij van dit museum.

Tijd

Afgelopen zomer had ik de tentoonstelling It’s About Time al vluchtig gezien, nu neem ik de tijd. Het is wat ze eclectisch noemen. Rond het overkoepelende thema tijd heeft de conservator gegrasduind in de collectie. Aboriginal kunst tegenover moderne kunst, hyper-realistische moderne schilderijen tegenover zonnewijzers van eeuwen her. Hellebaarden, smeltende koffiekannen, foto’s, regionale en internationale kunstenaars: men probeert de verzamelgeschiedenis en het gebouw zelf hierin te weerspiegelen. Ik hou er wel van! Ik hoop stiekem op een vervolg rond een ander thema.

Carillon

De klok van de Martinitoren slaat twaalf. Tijd voor het carillonconcert door Maurits Bunt. Uiteraard begint hij met het Gronings volkslied ofwel het Grönnens Laid, maar ik hoor ook muziek van Einaudi en Bach.

Er zat wel een kink in de kabel: een draaiorgel werd aan de rand van de Grote Markt gezet en daar ging het van hoempapa. Niets mis met een draaiorgel, ik vind het zelfs erg leuk, maar niet nu! Ik liep naar de orgelman en ik bleek niet de enige te zijn. Hij speelde het nummer uit en zette daarna zijn orgel stil. Hij wist van niets, zo bleek.

Van Lauwerszee tot Dollard tou,
van Drenthe tot aan 't Wad,
doar gruit, doar bluit ain wonderlaand
rondom ain wondre stad.
Ain Pronkjewail in golden raand
is Grönnen, Stad en Ommelaand;
ain Pronkjewail in golden raand
is Stad en Ommelaand!
Barok

Ik kan het carillonconcert helaas niet uitluisteren, want om één uur begint een barok concert in het koor van de Martinikerk. Het koor zit helemaal vol en we luisteren vol bewondering naar Leo van Doeselaar aan het Le Picard-orgel uit 1744 en Martin Root op traverso (houten voorloper van de dwarsfluit).

Thema is Hamburger componisten. We horen muziek van Telemann, C.Ph.E. Bach en Handel, om en om orgelsolo en samenspel. En uiteraard vader Bach als afsluiter.

Familie

Tijd om even naar het midden van het land te vertrekken voor een etentje met familie en zo ben ik een paar uur later terug in Groningen. Morgen nog een dag.


Plaats een reactie