Op het terras van WERKMAN aan de Grote Markt pak ik tot besluit van deze schitterende dag een 0.0 biertje en dan loop ik naar de bushalte. Op naar mijn overnachtingsadres.
Vroeg
Het is iets voor zes uur als ik de trein pak. Dan kan ik op Utrecht een rechtstreekse trein naar Groningen pakken. En zo zit ik om 9 uur al aan de koffie in de binnenstad van Groningen. Het zonnetje schijnt en ik besluit naar P&R Kardinge te wandelen waar de bus zal staan. Het is ruim 5 km, dus prima te doen met dit prachtige herfstweer.
En om 11 uur zit ik in een bus vol orgelliefhebbers op weg naar Veendam.
Oldambt
Aan boord van de bus is ook historicus Reint Wobbes, de wandelende encyclopedie van Groningen, die ons van alles vertelt over het landschap en de dorpen. We rijden het Oldambt binnen, een voormalig bestuursgebied van de stad Groningen. Het ligt sinds 1509 aan de rand van de Dollard. Door de Cosmas- en Damianusvloed van 25 en 26 september dat jaar overstroomde dit gebied volledig en ontstond de Dollard. 24 dorpen, 15 buurtschappen en drie kloosters verdwenen in de golven. Veel dorpen zijn een eindje verderop op de ontstane stroomruggen herbouwd en doen daarom relatief nieuw aan. Het omringende gebied bestaat uit zeer zware maar ook zeer vruchtbare zeeklei.
Veendam
De naam zegt het al: een dam in het veen, meer bepaald op de plek waar Ooster- en Westerdiep en het riviertje de Munte of Oude Ae elkaar ontmoeten. Veendam is een oude veenkolonie uit de 17e eeuw, ontstaan op de vork gevormd door de drie riviertjes waardoor er een een echt centrum is, in plaats van de voor veenkoloniën zo karakteristieke lintbebouwing.
Terzijde 1: vanaf de 16e eeuw werd het veen hier aan snee gebracht. Men verwijderde de bovenlaag en bewaarde die. Het veen werd via Groningen afgevoerd en de schepen brachten stadsafval mee terug. Eens de zandlaag verscheen, werden bovenlaag en stadsafval daar doorheen gemengd met als gevolg een zeer vruchtbare bodem.
Terzijde 2: Veendam was een zeevarend dorp, met kapiteins, reders en, natuurlijk, schepen. Wel 500. Reden dat de grote scheepsverzekeraar Lloyds uit Londen niet alleen een kantoor in Amsterdam en Rotterdam opende maar ook in Veendam.
Maar we komen voor het orgel. Midden 17e eeuw is op de dam een kerk gebouwd die midden 18e eeuw is uitgebreid. Als we de kerkzaal inlopen is dat van binnen niet te zien. Alles is wit gepleisterd. Opvallend zijn de grote schippersbanken aan weerszijden en pontificaal voor het liturgisch centrum de orgelspeeltafel.
Ik draai me om en zie een werkelijk enorm groot orgelmeubel. Het past maar net onder het plafond en neemt veel ruimte van de zaal in beslag.
Sietze vertelt ons na de koffie iets over het orgel. Het uiterlijk is nl bedrieglijk. De kas is van Timpe die 1824 het orgel leverde. Dat is nog in 1847 door Van Oeckelen aangepast maar begin 20e eeuw is het hele binnenwerk compleet vervangen door een Faber & Dienes orgel. Een concertorgel. Waarom? Wel, Veendam had een nieuwe organist in dienst die uit Berlijn kwam. Hij was als cantor-organist uit de Duitse traditie minder vertrouwd met gemeentezang (waarop Nederlandse orgels werden ingericht). Hij wilde een orgel waarmee ook concerten met orkest konden worden gegeven. Het orgel is vanaf 2019 gereconstrueerd naar de situatie van 1928. De nu digitaal aangestuurde speeltafel (ontwerp van Albert Schweitzer) lijkt wel een soort cockpit met metertjes en mooi gekleurde knoppen.
Sietze demonstreert eerst de mogelijkheden met korte improvisaties op psalm 118 om vervolgens een kwartier lang te improviseren over het koraal ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’. Zodra ik het koraal herken, schiet ik vol. Wat is dat toch met muziek?
Was Gott tut, das ist wohlgetan
Es bleibt gerecht sein Wille
Wie er fängt seine Sachen an
Will ich ihm halten stille
Er ist mein Gott, der in der Not
Mich wohl weiß zu erhalten
Drum lass ich ihn nur walten
Oostwold
Na een lunch in het centrum vertrekken we naar Oostwold. Dit is zo’n verplaatst dorp. Het bestond al in de 10e eeuw, maar na weer eens een inbraak van het zeewater ging men op deze hoger gelegen zandrug wonen.
Als we uitstappen bij het fraaie smeedijzeren hek valt er een beetje regen, maar het waait ook even flink. En dat zorgt voor prachtige aanblik van de kerk en de naastgelegen 18e eeuwse pastorie. Aan het eind van de Kerksingel, omzoomd door bomen en bezaaid met goudkleurig blad, zien we de kerk al staan.
De kerk stamt uit 1776 en is een verkleinde kopie van de Nieuwe Kerk van Groningen. Grondvorm is een Grieks kruis, maar hier is de zuidelijke arm iets verlengd. De kerk is ingericht met houten banken rondom de preekstoel. De preekstoel, het doopvont en de dooptuin zijn prachtige staaltjes houtsnijwerk.
Op de balustrade staat het Freytag-orgel uit 1811, zijn laatste orgel. Freytag werkte bij Hinz, en later was hij compagnon van de stiefzoon van Hinz, Frans Casper Snitger (kleinzoon van Arp Schnitger).
Sietze vraagt om een thema en uit de aangereikte voorbeelden kiest hij het mijne: Psalm 84. 20 minuten lang verkent hij het orgel. We horen de mussen, de zwaluwen, een koekoek, een tureluur. Door mijn tranen heen vind ik na afloop de uitgang. Even bijkomen.
Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
De zwaluw legt haar jongskens neer
In 't kunstig nest bij Uw altaren,
Bij U, mijn Koning en mijn God,
Verwacht mijn ziel een heilrijk lot;
Geduchte HEER der legerscharen,
Welzalig hij, die bij U woont,
Gestaâg U prijst en eerbied toont.
Midwolda
Echt maar een paar kilometer, en we staan voor de Dorpskerk van Midwolda. Met een a. Midwolde ligt net boven Nienoord, aan de andere kant van de stad Groningen.
Het dorp heeft een geschiedenis die teruggaat tot voor het jaar 1000 en het vindt zijn oorsprong in veenontginningen. Het oude dorp bevond zich zo’n twee kilometer noordelijker maar ook Midwolda is verplaatst.
De oude plek is alleen nog maar te herkennen aan de boerderij Ol Kerke, naar de gigantische basiliek die daar tussen 1200 en begin 18e eeuw stond. De grootste kerk tussen Groningen en Bremen, met vier gemetselde torens. De huidige kerk uit 1738 heeft op de vier hoeken van het dak pinakels, als herinnering aan deze kerk.
De toren stamt uit 1708 en is versierd met een houten crèmekleurige lantaarn met rode houten versieringen. Het kerkgebouw is er dus later tegen aan gebouwd. Het kleine portaal geeft toegang tot een ruime hoge zaal. Gewelfd houten plafond, groen geschilderd, houten gemarmerde en smeedijzeren pilaren, de preekstoel middenachter, graven ervoor waaronder die van ds Schortinghuis, één van de zogenaamde oudvaders.
Aan de torenkant staat het grootste dorpsorgel van Nederland, 33 stemmen groot. Gefinancierd door Johan Hora, bewoner van de Ennemaborg. Zo ging dat destijds. Jonkers van de plaatselijke borgen ontmoetten elkaar in de stad, praatten met elkaar over ‘hun’ dorp en ‘hun’ kerk en hoorden zo ook nieuws over orgelbouwers. Zo kwam Hints (Hinz) in Midwolda terecht waar hij in 1773 dit enorme orgel neerzette. Bijzonder is dat het pijpwerk nog origineel is.
Sietze demonstreert de registers met korte improvisaties en vraagt daarna een thema. Tegelijkertijd roepen twee mensen: ’t Hijgend hert en Psalm 42. Nou, zegt Sietze, dan kies ik voor ‘Freuh dich sehr, o Meine Seele’. Zelfde melodie, iets ander ritme. En weer laat hij het orgel zingen en weer zit ik met de tranen in de ogen.
Freu dich sehr, o meine Seele,
und vergiß all Not und Qual,
weil dich nun Christus, der Herre,
ruft aus diesem Jammertal.
Aus Trübsal und großem Leid
sollst du fahren in die Freud,
die kein Ohr hat je gehöret,
die in Ewigkeit auch währet.
Groningen
Na terugkomst op Kardinge snel naar mijn overnachtingsadres en dan door. Naar de Martinikerk. Voor een wandelconcert. Erwin Wiersinga speelt een divers programma van Byrd tot Boerema, van Buxtehude en Lübeck tot Salvatore en Bach. Hij krijgt na het slotstuk Agitato van Boerema een ovationeel applaus.
En dan gaan we aan de wandel, naar de Akerk (vroeger ook wel Der A-kerk genoemd, naar de oude naam Onze Lieve Vrouwe ter Aa). Hier speelt Leonore Lub een programma rondom Nun freut euch, lieben Christen g’mein met bewerkingen van Buxtehude, Micheelsen en Bach. Afsluiter: BWV550, prelude en fuga in G majeur. En weer trekt iets een registertje in me open.
Nun freut euch, lieben Christen g’mein,
und lasst uns fröhlich springen,
dass wir getrost und all in ein
mit Lust und Liebe singen,
was Gott an uns gewendet hat
und seine süße Wundertat;
gar teu’r hat er’s erworben.









