Giovanni di Pietro Bernardone. Zegt je niets, vermoed ik. Mij ook niet. Maar als ik zeg dat hij in Assisi werd geboren? Ik denk dat er wel een lampje gaat branden. Het is vandaag Werelddierendag. En dat heeft met Giovanni te maken.
Zijn vader, een welgestelde lakenkoopman (handelaar in wollen stoffen), heette Pietro di Bardone en was op zakenreis in Frankrijk toen zijn zoon werd geboren. Zijn moeder Pica de Bourlemont noemde hem Giovanni maar vader zou er bij thuiskomst Francesco (de Fransman) van gemaakt hebben. Maar hij zou de bijnaam ook gekregen kunnen hebben omdat hij namens zijn vader meermaals naar Frankrijk reisde voor de zaak.
Hij werd in 1202 na een veldslag krijgsgevangene, kwam een jaar later vrij en werd ernstig ziek. Toen hij aan de beterende hand was, werd hij bijzonder getroffen door het leed van de melaatsen, die volledig uit de samenleving werden verstoten. Hij bekeerde zich tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen en zieken. Vader Pietro dacht werkelijk dat zoonlief tot dorpsgek was vervallen en probeerde hem te dreigen en te verleiden op zijn schreden terug te keren.
Dat gebeurde niet.
In 1208 wilden twee mannen zich bij Franciscus aansluiten en op basis van drie bijbelteksten (Mattheus 19:21, Lukas 9:3 en Mattheus 16:24) begon wat later de orde van de Franciscaners zou worden.
Hij stierf op 3 oktober 1226 in Assisi en werd twee jaar later al heilig verklaard. Op 4 oktober 1226 werd zijn lichaam in een processie door de stad gevoerd en die dag werd ook zijn feestdag.
In 1929 werd Werelddierendag voor het eerst uitgeroepen, op 4 oktober, de dag van Franciscus. Volgens de overlevering zou hij niet alleen begaan zijn met de mensen, maar ook met planten en dieren en heel bekend is het verhaal dat hij tegen de vogels gepreekt zou hebben.
Dominicus
Vandaag is niet alleen Werelddierendag maar ook de lustrumeditie van de Amsterdamse Orgeltocht onder leiding van Evan Bogerd.
We starten in de vrij onopvallende Dominicus aan de Spuistraat. Vanaf het station ben ik er zo. Bij de zijingang hangt een oude gevelsteen ’t Stadhuys van Hoorn’. Dat is de naam van het huis waar vanaf 1621 deze schuilkerk zat. In 1829 werd een nieuwe gevel voor het gebouw geplaatst. Na 1853 (herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland) werden plannen gemaakt voor een nieuwe grote kerk.
Cuypers kreeg de opdracht een lichte kerk te bouwen. In 1893 was de kerk klaar. Behalve de toren. Er was door Cuypers een 85 meter hoge toren voorzien op de hoek van de smalle straatjes waaraan de kerk grenst, maar er is maar éénderde gerealiseerd. De gemeente gaf om onbekende redenen geen vergunning voor de toren.
Eenmaal binnen geloof je niet dat de kerk op een vrij klein perceel gebouwd is. Het oogt licht en luchtig en hoog. De kerk is prachtig versierd, als het Gesamtkunstwerk dat Cuypers voor ogen had. Ook de orgelkas, aan weerszijden van het roosvenster, is van zijn hand. De binnenkant uiteraard niet. Dat is van de hand van orgelbouwer P. Adema, een symfonisch orgel. De speeltafel staat midden in de kerk en ik zoek een mooi plekje uit.
Evan Bogerd vertelt wat over kerk en orgel, maar ook over de gemeente die hier kerkt. Het is een oecumenische stichting die hier diensten belegt en hierbij voortgaat in de traditie van Huub Oosterhuis die voor deze kerk liedteksten schreef, op muziek gezet door Bernhard Huijbers, Antoine Oomen en Tom Löwenthal.
Evan begint met een binnenkomer van Widor, het Allegro uit zijn 6e Symfonie. En dan, het kan niet missen, een flink aantal deeltjes uit Saint-Saëns’ dierencarnaval. Ik hoor een olifant langslopen en uiteraard zwemt de zwaan langs.
Dan een improvisatie over een prachtig lied van Huub Oosterhuis: ‘Licht dat aan ons aanstoot in de morgen‘. Heel fijntjes hoor je het licht de kerk inkomen.
Dan uit Francks zwanenzang koraal 2 en Ständchen uit Schuberts Schwanengesang. De Toccata van Weaver slaat een stevige brug naar de mus en de zwaluw uit Psalm 84, de improvisatie waarmee Evan dit concert afsluit.
Westerkerk
We hebben een drie kwartier om naar de volgende lokatie te wandelen en ik geniet van het prachtige weer terwijl ik onderwijl een boterham eet. De 17e eeuwse Westerkerk heeft twee orgels en Evan speelt op beide. Op het koororgel een improvisatie over Psalm 149 en dan gaat hij verder op het grote Duyschot-orgel. Na een prelude en fuda van Bach en het prachtige Allegretto uit de 6e Orgelsonate van Mendelssohn pakt Evan echt even uit met een dierentuin. De koekoek en de nachtegaal van Händel, de vuurvogel van Stravinsky, een meer dan meesterlijke improvisatie over een Pinksterlied (duif), Blackbird van Paul McCartney om dansend en walsend te eindigen met de vleermuis van Strauss jr. Wauw!
Oude Kerk
Na alle emoties van het concert heb ik even tijd voor mezelf. Ik kruip ergens in een pizzeria voor een goed glas en een heerlijke pizza. De wind wakkert aan, de regen gaat zo nu en dan horizontaal door de straat, maar ik zit warm en droog.
En dan op naar de Oude Kerk. Deze oudste kerk van Amsterdam is en blijft een prachtig gebouw. De houten gewelven zijn aangelicht en overal zijn restanten van de vroegere beschilderingen te voorschijn gekomen. Van de vier orgels in de kerk is het hoofdorgel natuurlijk het bekendst. Het heeft vooral veel bekendheid gekregen door Feike Asma die hier befaamde orgelconcerten verzorgde in zijn geheel eigen stijl.
Het geluid van toen is niet meer aanwezig. Na een jarenlange stemmingenstrijd over de restauratie danwel renovatie is het orgel teruggebracht in de stijl van de 18e eeuw, dus van voor de zeer goede 19e eeuwse restauratie door Bätz.
Evan zal als hommage aan Asma zijn Psalm 42 spelen met registraties en klankkleuren die zijn werk benaderen. Het is tevens het laatste stuk met een dier (hert of hinde) in de hoofdrol.
Verder speelt hij een prelude en fuga van Bach, drie dansen van Alain, een improvisatie over ‘Soms groet een licht van vreugde‘ (maakt het cirkeltje rond naar de 1e improvisatie) en als slot Reger, diens fantasie over het koraal ‘Halleluja, Gott zu loben bleibe meine Seelenfreud’.
Ik loop de donkere avond in, op weg naar de trein. Op het station ben ik gelijk weer met beide benen op de grond, maar gelukkig heb ik de herinneringen nog.
Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan. Koud, één voor één en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen, zo zwaar en droevig als wij zijn, niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn. Licht van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint. Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt. Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig licht om aan te horen, zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, eerstgeboren licht, laatste woord van Hem die leeft






