Ik was van plan met de snelle fiets naar Zaltbommel te gaan, maar het begon te regenen, Dus naar de trein, Zoals altijd plan ik de reis in de app en ja, hoor, daar kwamen de seintjes binnen. Vijf minuten vertraagd, tien, nee negen, o nee, toch tien minuten. Ik sta in dubio. Wat nu? Ik ga zo Zaltbommel niet halen en goede raad is duur (kaartje had ik al gekocht). Dus naar huis. Regenkleding opzoeken, snelle fiets uit de schuur, oplader mee en heel veel moed verzamelen. Storm Amy is in aantocht, het waait uit het zuiden, regen uit het westen. En zo kom ik na ruim een half uur compleet verwaaid, maar redelijk droog aan in de Gasthuiskapel.
Ik heb zelfs nog ruim de tijd om even koffie te drinken en rond te kijken.
De 15e eeuwse kapel is sfeervol verlicht met nepkaarsen, het 16e eeuwse groene houten plafond steekt mooi af tegen de witte muren en het orgeltje glinstert in wit met goud. Ik laveer met mijn koffie voorzichtig langs het virginaal en achter me stromen de gasten binnen. Uiteindelijk zit de zaal bijna vol, in afwachting van de dubbel-act van vanavond: muziek op twee instrumenten en een lezing over Rembrandt.
De avond wordt verzorgd door Wout van der Linden, die orgel en virginaal zal bespelen, en Jan Six XI, die de lezingen verzorgt. De expertise van Jan is Rembrandt, de expertise van Wout is de oude muziek.We zijn in de 17e eeuw.
Wout begint met een toccata van Sweelinck. Sweelinck en Rembrandt hebben elkaar niet gekend. Sweelinck stierf in 1621 en toen was Rembrandt nog niet in Amsterdam, maar ongetwijfeld zal Rembrandt zijn muziek wel eens gehoord hebben als hij door de Oude Kerk of de Nieuwe Kerk liep en een organist het orgel bespeelde. Daarnaast, Sweelinck was Nederlands grootste componist (wiens invloed op andere componisten wellicht onderschat wordt) net zoals Rembrandt Nederlands grootste schilder was.
Rembrandtkenners
Wanneer begon het documenteren van wat een echte Rembrandt was of zou moeten zijn? Dat was in de 19e eeuw. Tot die tijd was het voldoende dat een schilderij door de familie werd doorgegeven als een Rembrandt of als er een signatuur met de naam Rembrandt aanwezig was. Wilhelm Bode, hoogleraar in Berlijn, was de eerste. Cornelis Hofstede de Groot werkte later met hem samen. Het aantal Rembrandts steeg significant. Er kwam ook een concurrentie van mensen die meenden dat je beter moest onderzoeken. Zoals Abraham Bredius (naamgever van het Bredius museum in Den Haag en ja, daar moet ik nog een keer heen) met zijn assistent Horst Gerson.
Uiteindelijk werd in 1959 het Rembrandt Research Project opgestart. Het zou vier tot vijf jaar in beslag nemen en de definitieve uitslag geven. Uiteindelijk duurde het 40 jaar en nog steeds zijn kenners het niet altijd eens over wat wel of geen Rembrandt is. Ernst van de Wetering was vanaf 1993 voorzitter van dit project. Jan heeft bij hem college gelopen en later met hem samengewerkt.
Wout speelt op het orgel een fantasie van Anthoni van Noort. Van Noort was organist van de Nieuwe Kerk, als opvolger van Dirck Sweelinck, zoon van J.P. Wout legt uit dat de oude orgelkas een relatief nieuw Maarschalkerweerd-orgel herbergt, maar dat wel gebouwd is in oude stijl. En dus perfect past bij dit vrolijke stuk.
Wat is een Rembrandt?
Jan laat een tekening zien van Rembrandt. Het stelt Jozef voor die verleid wordt door de vrouw van Potifar. Rembrandt heeft de psyche van de mensen door, ook al was psychologie nog lang niet in beeld als wetenschap. Hij keek hoe mensen écht reageerden op situaties. Jozef keert zich met weerzin en afschuw af van de blote vrouw die hem in bed wil trekken.
Dan een schilderij. Een scène die niet in de Bijbel staat maar wel logisch is. Zuleika, de vrouw van Potifar zit op haar bed, Potifar leunt voorover, duidelijk boos, en achter het bed staat Jozef, die kijkt alsof hij overal elders wil zijn dan hier.
Wout klimt weer de wenteltrap op naar het orgel en speelt van Gisbert Steenwick, organist van de Eusebius in Arnhem, een kerstlied.
Wat is geen Rembrandt?
Weer verschijnt dezelfde scène in beeld met een vergelijkbaar beeld ernaast. Jan vertelt ons dat we voor de gek gehouden zijn. Wat hij eerst toonde was géén Rembrandt, wat hij nu toont wél.
Hij zoomt in op het gezicht van Zuleika, haar hand, de houding van Jozef en, als bewijs van schuld, Zuleika’s schoentje óp de mantel van Jozef.
Hoe werd een schilderij opgebouwd? Eerst het linnen doek, niet mooi wit zoals nu bij de Action te halen valt, maar grauw. Daarop werd een zwarte of donkere verf gezet. Dan werd grof de ondertekening geschetst in grijze verf, doodverf genoemd. En dan bouwde Rembrandt van achter naar voren het schilderij op. Dat betekent dat iets wat donker moest blijven, minder verflagen heeft. De lichtste stukken werden het meest aangezet, met loodwit. Uiterst giftige verf maar heel stabiel. De verf zakte niet uit, maar je kon er mee ‘stapelen’, laag op laag aanbrengen en dus reliëf creëren,
En inderdaad, als je zo kijkt, zie je verschil. Het gezicht van Zuleika is vlakker, haar hand is poezelig mooi en haar pols is verborgen onder een grote armband.
Bij Rembrandt zie je een schedel onder de huid, haar hand maakt een bijna verachtelijk gebaar naar Jozef en haar pols is zo natuurlijk geschilderd.
En dan de mantel. In het rechterschilderij is een mantel over de bedstijl gehangen. Links ligt een veelkleurige mantel op de grond en Zuleika heeft haar voet, in een prachtig muiltje, op het kleed gezet. Duidelijker kan niet, toch? En Jozef op de achtergrond? Die kijkt hulp zoekend naar de kijker, zijn hand omhoog. Wat moet hij nog? Potifar is overtuigd en Jozef gaat naar het gevang.
Wout speelt op het virginaal melodiëen van Steenwick en een anonieme componist. Als Wout speelt wordt op het scherm een afbeelding getoond van een schilderij waarop een virginaal is afgebeeld. Een virginaal is, met het spinet, de vroegste en eenvoudigste vorm van het klavecimbel. De snaren liggen haaks op de toetsen en worden met behulp van het toetsenbord getokkeld. De naam komt van ‘virga‘, het plectrum dat de snaren ondersteunt.
Vergelijking
Jan haalt een uitspraak van zijn leermeester Ernst van de Wetering aan: ‘We waren er niet bij.’. En dat klopt, maar… we kunnen wel iets zien wat je met het blote oog niet ziet. Röntgenfoto’s laten zien hoe het creatieve proces is gegaan.
En vergelijken! Het is heel belangrijk om werken van Rembrandt met elkaar te vergelijken. Toch werken kenners van etsen, tekeningen en schilderijen op hun eigen stukje. Jan is begonnen met een database (in beginsel op papier met post-its er op) van ál Rembrandts werk in chronologische volgorde. Hierbij spiegelde hij de etsen en dat heeft tot gevolg dat je nog beter de continuïteit in zijn werk kunt zien.
Wout speelt op het virginaal de prachtige Pavane Lachrimae, de tranenpavane, van Sweelinck. Sweelinck was hierbij duidelijk geïnspireerd door John Dowland en zijn ‘Flow my tears‘. Nooit opgemerkt, en nu luistert het toch anders.
Een omgekeerde bewijslast
Hoe wordt nu gekeken naar schilderijen van Rembrandt? Door niet te kijken naar wat ze Rembrandts maakt, maar door te kijken of het van een leerling van hem kan zijn. Als dat allemaal negatief is, dan heb je wellicht een echte Rembrandt in handen.
Wout klimt nogmaals naar het orgel en besluit met het feestelijke Ballo del Granduca van Sweelinck. Een mooie overgang naar de nazit met heerlijke hapjes. Daar had ik niet op gerekend en was ik met de trein gekomen dan had ik niet kunnen blijven.
Door de donkere avond fiets ik op huis aan. Onderweg kan ik zien dat het hard gewaaid heeft vanavond. Overal takken en blad op de weg. Maar met een half uur sta ik weer in huis.





