De start is wat vervelend omdat een trein uitvalt, maar tegen half 10 ben ik op de Visbrug. De marinierscommandant neemt het woord en pas dan realiseer ik me dat het korps mariniers niet door Michiel de Ruyter in z’n eentje is opgericht. Net zo belangrijk waren Willem Joseph van Ghent, eerste commandeur, en Johan de Witt als politiek beslisser.
Als de laatste tonen van de kapel zijn verstorven, lopen de bezoekers verder. Sommigen gaan naar huis, anderen naar de Augustijnerkerk iets verderop, waar we met orgelmuziek worden begroet. En koffie met een petit fourtje. Want hij is tenslotte jarig vandaag, en dat wordt gevierd met een tweedaags feestelijk symposium in hartje Dordrecht, zijn geboortestad.
Fatsoen
Luc Panhuysen mag het symposium aftrappen met een lezing (een keynote zoals dat zo mooi heet) met als titel ‘Johan de Witt: fatsoen, macht en ander ongemak’.
Fatsoen, zo’n mooi ouderwets woord. Je kunt fatsoenlijk zijn maar ook onfatsoenlijk. Broer Cornelis deed als ruwaard van Putten eens een beroep op Johan voor een plakkaat (verordening) tegen onfatsoenlijk vissen en onfatsoenlijk rijden met kar en paard. Dat van het vissen kwam er, daar was precedent voor. Onfatsoenlijk vissen, kun je het je voorstellen?
Maar fatsoenlijk, dat was Johan door en door. Integer, tot op het komische bijna. Hij mocht op instructie van de Staten geen geschenken aannemen en dat deed hij ook echt niet. Alles wat hij kreeg, al wat het ogenschijnlijk niets waard, stuurde met een kort bedankje terug aan de zender. Zelfs wild dat hij kreeg, zond hij in één geval terug, gebraden en wel omdat het anders zou bederven, en in een ander geval verkocht hij het en stuurde het geld aan de zender.
Terzijde: fatsoen komt van het Franse façon dat ‘vorm’ of ‘uiterlijk kernmerk’ betekende en dat is weer afgeleid van het Latijnse werkwoord facere (doen). In het Nederlands overgenomen evolueerde het naar ‘welgemanierdheid’ en ‘deugdelijkheid’. Het Engelse fashion is er ook van afgeleid.
Macht
Macht bezat Johan ook, meer en meer macht door de loop der jaren heen. Panhuysen gaat aan de hand van Webers theorie van de macht na hoe Johan en zijn macht zich tot elkaar verhouden.
Gezag kan aan een persoon hangen (charismatisch gezag), gezag kan uit gewoontes, regels en wetten voortkomen, zo doen we dat nu eenmaal (traditioneel gezag) en gezag kan berusten op systemen en ambten (rationeel gezag).
Het bijzondere bij Johan is dat zijn gezag rationeel begint. Tijdens de eerste jaren is hij bezig om zichzelf vervangbaar te maken. Er moeten regels en instructies en protocollen zijn en dan kan een ander het ook doen.
Gaandeweg krijgt zijn macht toch trekken van een traditioneel gezag (we doen het omdat we het altijd zo doen) en nog weer later zelfs iets van het persoonlijk gezag. Hij gaat dan bijvoorbeeld zelf naar het vlaggeschip om te controleren of alles gaat zoals het zou moeten. Hij ging in zijn eigen onmisbaarheid geloven.
Aan de andere kant waren de Oranjes nooit helemaal weggeweest. Altijd was er in de maatschappij steun voor de Oranjes geweest. En als blijkt dat Johan niet alles in de hand kan houden of blijkt te hebben, dan keert men zich tegen hem en roept om de verlossing die van Oranje wordt verwacht. De mytische status van Willem van Oranje en zijn zoons straalde af op de jonge Willem III, zodat hij als de redder werd gezien.
Chatham
Even een uitstapje naar deze overwinning in 1667 op de Engelse vloot op hun eigen thuisbasis. Cornelis was mee op expeditie, als vertrouweling van Johan, en pas als de kust van Dover in zicht is mag hij het geheime plan ontvouwen. De Ruyter en de andere kapiteins zijn tegen, maar Cornelis overtuigt en men behaalt een klinkende overwinning. De Royal Charles wordt meegesleept naar Hellevoetsluis en tot op de dag van vandaag hangt de spiegel in het Rijksmuseum.
Cornelis wordt daarna op een schilderij afgebeeld als ware hij een koning. Godin Fama blaast de loftrompet, achter hem branden de schepen op de Thames, een putti zet hem de lauwerkrans op het hoofd.
Dood
De dood van de beide broers kennen we allemaal, meestal beter dan hun leven. Na zijn dood werd het hele kantoor van Johan geheel in beslag genomen. Hij kreeg geen tijd zijn archief te schonen en dat is voor hedendaagse onderzoekers natuurlijk een geweldige bron waarvan dankbaar gebruik gemaakt wordt.
We blijven vandaag op een klein stukje Dordt. Vanuit de kerk staan we op het Hof van Holland waar in 1572 de Eerste Vrije Statenvergadering plaatsvond. Dan over het terrein van het Augustijnerklooster en we staan bij het Dordrechts Museum. We hebben vandaag een druk programma met nog drie lezingen en drie activiteiten. Ik ben ingedeeld in de blauwe groep en nu krijgen we eerst een lezing van Marianne Eekhout.
Zij is conservator van het Dordrechts Museum en neemt ons mee achter de schermen van de tentoonstelling. Reizen naar Duitsland en Engeland en Frankrijk, maar ook gewoon naar Geervliet of het Rijksmusem. Overal bruiklenen aanvragen, of soms een eigen stuk tijdelijk terugvragen (zoals de buste van De Witt). En soms moet je geluk hebben. Vanwege de grootscheepse renovatie op het Binnenhof is het mogelijk om twee grote schilderijen tentoon te stellen die destijds door Johan de Witt zelf zijn besteld.
Tijd voor museumbezoek aan de speciale tentoonstelling over de mens Johan. Ik was daar in augustus al geweest.
Na de lunch gaan we verder in De Witt, gevestigd in het 19e eeuwse schoolgebouw dat staat op de plaats van de Latijnse School waar Johan en Cornelis school liepen.
Ineke Huysman, cultuurhistorica van NL Lab geeft ons een kijkje in de correspondentie van Constantijn Huijgens en Johan de Witt. Huijgens was bijv. parfumeur en er zijn geurkaarsen met door hem bedachte parfums te koop. Trouwens, handschoenenmakers waren vaak ook parfumeurs. Met hun geuren moesten ze de soms kwalijke lucht van de handschoenen verbloemen.
Ook zien we de ingewikkelde berekeningen van Johan die hij graag maakte ter verstrooiïng en die uiteindelijk de basis werden van de levensverzekeringsbranche.
En dan gaan we met een stadsgids de stad van Johan door. Uiteraard staan we stil bij het geboortehuis, we zien de Grote Kerk, de Houttuinen (vader De Witt was houthandelaar) en op de Visbrug het standbeeld van de broers. Tuurlijk wordt het verhaal verteld dat klokslag middernacht Cornelis even op de stoel van Johan mag gaan zitten.
Lezing drie wordt gegeven door Jean-Marc van Tol (ja, die van Fokke en Sukke) en hij gaat in op de mythes rondom Johan.
Is hij op 24 of 25 september geboren? Zeker weten doen we het niet. Was het in 1625 of toch 1623? Johan wilde studeren in Leiden en was nog geen 18. Hij zou dan een vormingsjaar moeten volgen en daar was hij toch echt te slim voor. Dus maakte hij zichzelf iets ouder.
Is hij wel in Dordrecht geboren? Begin september 1625 was er een Statenvergadering in Den Haag en vader De Witt was daarbij aanwezig. Gewoonlijk ging dan het hele gezin mee. Dus wie weet?
Als laatste krijgen we in de kunstkerk (gewoon het bloemperk oversteken) een muziektheatervoorstelling. Johan wordt door drie spelers voorgesteld: de slagwerker die zijn werklust verbeeld, de bariton die zijn hart laat zingen en de stadsdichter die hem woorden geeft.







