Adembenemend is de foto vanuit het ruimtestation ISS. Onder de wolken de aarde in blauw-groen, de rivieren zijn zilveren linten die naar de al even zilveren zee stromen. Of naar het zilveren meer.
Een delta, daar wonen we als Nederlanders en wij hier in het Rivierengebied wonen te midden van vier rivieren. De Maas, de Waal, de Linge en de Nederrijn/Lek.
Ik ben vanavond in Culemborg in Theater de Fransche School voor een lezing door Jelmer Krom van Waterschap Rivierenland. Hij zal ons meenemen door de lange geschiedenis van dit waterschap in een lezing met de titel Culemborgs waterbestuur van A(cquoij) tot Z(oelmond). Zoals de voorzitter aangeeft is polderen niet voor niets typisch Nederlands. Al vanaf het prille begin dat mensen over ons gebied schrijven, blijkt dat we hier alleen met veel moeite ons hoofd boven water en onze voeten droog kunnen houden. Plinius schreef al rond het begin van de jaartelling al dat de mensen hier op wierdes wonen in woningen op stellages, waardoor ze op zeelieden lijken bij hoog water en op schipbreukelingen bij laag water. Om die wierdes te behouden heb je overleg nodig. In je eentje red je het niet.
Graaf Willem II van Holland stelde in 1255 het allereerste waterschap in, het Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarna volgden die van Schieland (1273) en Delf (1289). Zoon Floris V ging in zijn voetspoor verder en bepaalde o.a. dat zijn afgevaardigde in Rijnland dijkgraaf zou heten. En die titel bestaat vandaag nog.
Daarmee is het waterschap één van de oudste bestuurseenheden van ons land, maar ook een specifiek soort overheid met een specifiek taakgebied. En dat is uniek in de wereld.
Vandaag de dag zijn er (nog maar) 21 waterschappen. Hieraan zijn vele fusietrajecten voorafgegaan, zeker als je rekent dat er rond ca 1950 wel 2600 waterschappen waren. En dat kon van alles zijn: dijkstoelen, buitenpolders, dorpspolders, dijkcolleges, heemraden etc. En zelfs een zelfstandig waterschap voor de Linge.
Interessant is dat Napoleon in 1811 de waterschapsbesturen ophief. In 1838 gaan de waterschappen (die dus wel waren blijven bestaan, zonder bestuur) op in de nieuwe polderdistricten, terwijl polderbesturen bleven bestaan.
Het plan van minister Plassterk van een aantal jaren geleden om de waterschappen af te schaffen en die te laten opgaan in superprovincies, stierf een stille dood. In waterschappen is ontzettend veel kennis en expertise aanwezig over een specifiek gebied en dat zou allemaal verloren zijn gegaan bij opheffing.
Jelmer laat ons de stamboom zien van het huidige waterschap Rivierenland en dan komt hij op het respectabele aantal van maar liefst 474 rechtsvoorgangers. Uiteraard zijn al deze schappen en schapjes niet in één keer gefuseerd, maar geleidelijk aan. De laatste grote fusie was in 2002. Sinds die tijd zijn er 21 waterschappen, veelal met een eigen stroomgebied en een complexe waterhuishouding.
Het oudste waterschap in het grote gebied van Waterschap Rivierengebied is dat van Altena in 1273. Het gebied bestaat uit een voorheen Gelders en Hollands gebied en dat zie je aan de data van de waterschappen. Voor 1300 hadden de Hollanders de zaken al voor elkaar, maar de Geldersen pas in 1364. toen in Ooij en Duffelt (nu aan de Duitse grens) waterbeheer werd ingesteld.
In ons waterschapsgebied is de oudste dijk die vanaf Heusden naar Woudrichem, maar overal werden in de 12e en 13e eeuw dijkjes en kades aangelegd, want van alle kanten dreigde water. Op een recente infrarood hoogtekaart is duidelijk de structuur van het landschap te zien. Zuidwestelijk van Culemborg tegen de Diefdijk is het laag. Het is een komkleigebied waar de rivierklei van de overstromingen zich heeft afgezet. Van oudsher een gebied met smalle kavels en veel sloten (om het teveel aan water te bergen), maar ook met veel eendenkooien. Het landschap bepaalde hoe het het beste kon worden gebruikt. Richting de hogere stroomruggen met meer zandgrond is akkerbouw mogelijk en aan de Lingedijk met zijn zavelgrond is het zeer geschikt voor fruitteelt.
Duidelijk zijn ook de dijken te zien. De Diefdijk uit 1284, door de vijf heren van de Vijfherenlanden aangelegd over een al bestaande weggetje. Het was bedoeld om water uit de Betuwe te beletten de Vijfherenlanden en de Alblasserwaarden binnen te stromen. Culemborg en omgeving moesten zich maar redden.
Ook zie je duidelijk de Lingedijken, de Kornedijk en de Aalsdijk, de oude soms nauwelijks zichtbare dijk langs de verlandde Zoel.
Terzijde: een oud bestuur heeft ook een groot archief. Jelmer laat de rekening van een teerschouw zien. Van 1 op 2 jun 1704 hebben zes heren met hun vijf knechten in een herberg in Tiel verbleven, waar ze het nodige verteerden. En wie moest dat betalen? De eigenaar van de hoeve waar de dijk niet in orde was bevonden. Iedere hoeve moest het eigen stukje dijk onderhouden. Verhoefslaging wordt dat genoemd. Dat was niet gebeurd en daarom bleven de heren schouwers net zo lang in de herberg tot de dijk klaar was. Op kosten van de boer. En of het snel klaar was!
Wat zijn de taken van een waterschap?
* waterstand regelen met bijvoorbeeld gemalen en sluizen;
* afvalwater zuiveren;
* dijken beheren;
* natuurbeheer in en aan het water;
* kwaliteit zwemwater controleren.
Dijkbewaking wordt éénmaal per jaar geoefend, met het ‘dijkleger’ zoals dat wordt genoemd. Zij zijn degenen die bij mogelijk onraad de dijken moet beoordelen op sterkte en stabilitiet.
Natuurbeheer is ook een taak. Zo wordt de muskusrat bestreden (want is een invasieve exoot die hele dijklichamen zou kunnen ondergraven), maar mag de bever blijven, hoewel deze hetzelfde kan doen. Toch is dit dier inheems en zorgt hij voor veel biodiversiteit en mag dus wel blijven, maar moet wel in het oog worden gehouden.
Waterstanden regelen gebeurt vanuit een ruimte die op de luchtverkeersleiding lijkt, hoewel medewerkers het ook thuis kunnen met de laptop, mocht dat zo uitkomen. Het is bij zeer hoog water centimeterwerk. Kan deze polder of dijk nog één centimeter stijging aan zodat de rivier waarop gespuid zou moeten worden de tijd krijgt om iets te zakken? Of kunnen we toch al spuien en kan de river het wel aan? Hierbij haalt Jelmer het kanaal van Steenenhoek aan, gegraven als omlegging van de Linge die dwars door Gorinchem in de Merwede uitkwam. De Linge is een rivier met uiterwaarden en dijken en heeft ruimte voor water, het kanaal is smal en heeft geen ruimte. Uit de tijd van Napoleon stamt de afspraak: ‘Hollands water gaat voor Gelders water‘ en dat betekent dat er soms geschipperd moet worden. Een heel enkele keer worden dan de innundatievelden van de Oude Hollandse Waterlinie in stelling gebracht om een deel van het water op te vangen.
Of zoals Jelmer zegt: als je water als wapen wilt gebruiken, moet je weten hoe je water kunt sturen. Mij is wel duidelijk geworden dat dit een zeer complex taakgebied is, met uitdagingingen in de toekomst die we zeker nog niet overzien maar waar we wel op voorbereid moeten zijn.



