Twee dagen in Chantilly. Wat doe je dan zoal? Tuurlijk heb ik de prachtige bladen van het handschrift Très Riches Heures du Duc de Berry bekeken, twee keer zelfs, maar er is wel wat meer te doen, toch?
Nou en of! Ga je even mee?

Kasteel
Op zaterdagmiddag rijden we door de immense Porte de Saint Denis het kasteelterrein op en alle Google Maps foto’s ten spijt valt je mond dan toch wel even open. Wat een groot park, wat een grandeur. In het glooiende park staat hoog rechts een gebouw waarvan je zou denken dat dat het kasteel is. Uh, nee, hoor, dat zijn ‘slechts’ de paardenstallen en de koetsenstallingen.
Dan links, wat lager en omringd door vijvers, zien we het kasteel verschijnen. Massieve grijzige stenen, grijze daken, torenspitsen, een poort met gouden letters: Musée Condé.

Al in de middeleeuwen stond hier een fort met zeven torens en een slotgracht, om de route Parijs-Senlis te controleren. In 1358 werd het geplunderd en vervolgens verkocht en in de jaren daarna herbouwd. Het kasteel komt in handen van de Montmorency’s en dan (het is de 17e eeuw) in handen van de prinsen van Condé. Belangrijkste prins voor Chantilly was de Grote Condé ofwel Lodewijk II van Bourbon-Condé, maarschalk van Frankrijk.
In 1652 werd het landgoed hem, na politieke strubbels,  ontnomen, maar in 1659 kreeg hij het terug. Hij heeft het landgoed verfraaid met o.a. kanalisering van de rivier de Nonette, het aanleggen van tuinen en waterpartijen met mooie  zichtlijnen.
Over zo’n zichtas lopen we op de grote brug aan en vervolgens naar het kasteel. Links voor het kasteel staat het 16e eeuwse Petit Chateau, het kleine kasteel, maar alle aandacht gaat naar het grote kasteel, dat in 19e eeuw werd opgetrokken op de fundamenten van het oude kasteel dat in de Franse revolutie ten onder ging.

Hiervoor verantwoordelijk was Henri Eugène Philippe Louis d’Orléans, duc d’Aumale, zoon van de latere koning Louis Philippe I van Frankrijk . Zijn dooppeter was de rijke Lodewijk VI van Bourbon-Condé die hem in 1829 als enige erfgenaam aanwees en zo erfde Henri op achtjarige leeftijd een enorm fortuin inclusief het domein van Chantilly.
Na een succesvolle legercarrière (generaal op z’n 21ste!) trouwde hij met zijn nicht en hij ging op Chantilly wonen, in het Petit Chateau. Zij kregen zeven kinderen waarvan slechts twee zonen volwassen werden en zij stierven zonder nageslacht. Henry overleefde hen allemaal.
Henry was een verwoed kunstverzamelaar en kon met zijn vermogen ook het kasteel laten herbouwen. Bij zijn dood liet hij alles na aan de Franse staat op voorwaarde dat niets het kasteel mocht verlaten.

Dat is reden genoeg om even naar binnen te lopen. Overal is wel iets moois te zien. Tapijten, plafondschilderingen, ornamenten, marmeren trappen, met goud versierde deuren, een bibliotheek, serviezen, tekeningen, een kapel opgedragen aan Frankrijk en de Grote Condé. En schilderijen, veel, heel veel schilderijen. Er hangt werkelijk van alles, maar ik zoek een Rafaël en die vind ik ook nog. Er hangen Mierevelts (o.a. van Hugo de Groot), een zeegezicht van Van der Velde en nog veel meer moois. Het is echt prachtig, maar teveel voor een kort bezoek. Hier moet ik nog eens terugkomen, zoveel is wel duidelijk.

Senlis
Ons hotel staat op een bedrijventerrein aan de rand van Senlis en van hieruit is het maar ruim een kwartier lopen naar het centrum. Het is een kleine stad met vrijwel rond centrum. Zo klein als het is, zo belangrijk is het voor Frankrijk op kunst- en cultuurhistorisch gebied. Langs de voormalige 12e eeuwse Saint Pierre (nu de mediatheek), naar de bisschoppelijke tuin achter het voormalige bisschoppelijk paleis, dan de 16e eeuwse voormalige bibliotheek, de restanten van een Gallo-Romeinse poort, de ruïnes van het koninklijk kasteel en oude stadsmuren. Met aan het plein de Notre-Dame, de 12e/13e eeuwse kerk, vroeger de kathedraal van het bisdom Senlis.
De kerk is open want er is een dienst gaande. Ik ga ergens zitten en wacht rustig het einde van de dienst af. Even een moment van rust op deze volle dag.
De priester loopt achter de misdienaartjes aan naar de hoofdingang en dan het plein op. Als ik achter de bezoekers aan naar buiten loop, wenst hij me ‘bonne dimanche‘, een goede zondag.

Aan de overkant is een bistro en omdat ik al een tafeltje gereserveerd heb, kan ik zo naar binnen. Na een voortreffelijke Bourgondische maaltijd is het heerlijk terugwandelen door de lichte regen.

Paarden
De dag begint met een lekker ontbijt in het hotel en dan is het tijd om naar Chantilly terug te keren.
We hebben kaartjes gekregen om ook vandaag nog even de Très Riches Heures du Duc de Berry te bekijken en daar maak ik dankbaar gebruik van. In tegenstelling tot zaterdag is het een stuk rustiger.

En dan is de beurt aan de stallen. Zou het wat zijn? We hadden al paarden gezien in het park en het blijkt dat de stallen inderdaad echt nog stallen zijn. Er zijn paarden, ezels, een muilezel en diverse pony’s en dat ruik je ook. De koetsenstallingen zijn omgetoverd tot een museum over het paard in samenhang met de mens en is de moeite echt waard. Op de binnenplaats staat een paar immense paardenhoofden. Sowieso zijn er overal afbeeldingen van paarden te zien.
Het gebouw stamt uit de 1719-1740 en kon 240 paarden en 500 honden huisvesten. De toenmalige prins van Condé hield van jagen, dat is wel duidelijk.
Het midden bestaat uit een koepelgebouw, de dôme, met een diameter van 13 meter waar paardenshows worden gegeven.

Room
Chantilly staat bekend om de Chantilly-room. Overal in het park van het kasteel staan kraampjes die wafels, koffie en nog meer verkopen, maar op de binnenplaats van het kasteel staat een kraampje dat uitsluitend Chantilly-room verkoopt.
Uiteraard moet ik dat proeven. Het is een flinke hoeveelheid met een paar aardbeitjes en framboosjes erop en een beetje mangosiroop.
De room is gezoet met poedersuiker en dat maakt het heel zacht van structuur en smaak maar daardoor kun je het niet gebruiken op bijv. een taart of in gebak. Niet erg, het uit zo’n bakje lepelen op het binnenterrein van een kasteel lukt prima. Zeker als een toneelspeler verkleed als d’Artagnan op het voorplein van de kasteelkapel een act opvoert en schermt met zijn tegenspeelster.

Hoe Frans wil je het hebben?


Plaats een reactie