The past is a foreign country; they do things differently there.
L.P. Hartley

En dat verleden hoeft niet eens heel lang geleden te zijn. Vandaag loop ik in Amsterdam. In de Raadhuisstraat, achter het massieve grijze Paleis op de Dam (het voormalige 17e eeuwse stadhuis van onze hoofdstad) begint mijn wandeling en we zijn gelijk in het nabije verleden.
Het is 10 maart 1966. Een rookbom wordt gegooid naar de Glazen Koets, met daarin prinses Beatrix en junker Claus von Amsberg op weg van het Paleis op de Dam naar de Westerkerk voor de kerkelijke inzegening.
Het zouden roerige decennia worden, in Nederland, maar vooral in de hoofdstad.

Provo’s
Deze anarchistische beweging werd op 25 mei 1965 opgericht en twee jaar later opgeheven. Hun naam is een geuzennaam, ontleend aan een proefschrift over het provocerende gedrag van antiautoritaire jongeren.
Gek genoeg waren hun acties grotendeels geweldloos. Ze provoceerden de gevestigde orde door heel simpele acties. Nadat demonstraties met leuzen tegen de overheid werd verboden, demonstreerden provo’s met een wit laken. Ook dat resulteerde in arrestaties. Hoezo recht van demonstratie?
Koosje Koster deelde krenten uit op straat, doelend op de krenterigheid van overheid en gevestigde orde. Ze overtrad geen enkele wet, maar het feit dat de politie zich machteloos en belachelijk gemaakt voelde, resulteerde in haar arrestatie, dwangmatige fouillering door mannen en langdurige verhoren.

Provo’s vonden dat de consumptiemaatschappij, het materialisme en de welvaartsstaat de mensen gemakzuchtig had gemaakt, het was klootjesvolk geworden.
Oplossingen hadden ze ook, (deels) utopisch, maar toch? Zoals de witte fietsen (nu wel in gebruik op de Veluwe), de witkar (een electrisch collectief vervoersmiddel in de binnenstad), het witte kippenplan (politieagenten als sociaal werkers), witte schoorstenen (fabrieksschoorstenen zonder giftige uitstoot), het wittewijvenplan (gratis voorbehoedsmiddelen voor jonge meisjes).

Autoriteiten in verwarring brengen was hun specialiteit. Rondom het huwelijk van Beatrix en Claus werden bijvoorbeeld geruchten verspreid dat er hallucinogene stoffen in het drinkwater werden gedaan en dat de paarden voor de koets suikerklontjes met LDS zouden krijgen.

Krakers
Ik pauzeer bij het Stadspaleis. Op een driehoekig stukje grond is een plantsoentje ingericht met een klein alternatief caféetje, in een voormalig houten politiebureautje. Trams komen langsrijden en een enkele auto.
En dat is wel eens anders geweest. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de auto op als vervoermiddel voor iedereen. Op één na verdwenen alle regionale tramlijnen, een deel van het spoorwegnet werd opgedoekt, snelwegen verschenen overal en in Amsterdam werd serieus nagedacht over het plan om een city te maken naar Amerikaans model. Downtown, de city, zou dan voor kantoren en bedrijven zijn. Wonen deed je in de buitenwijken, met meer ruimte en meer groen.

In die tijd moest alle verkeer naar Noord-Holland door Amsterdam, achter het station met de veerboot naar Noord en vandaar verder. Zelfs met veel minder auto’s dan nu moet dat echt overweldigend zijn geweest in straten die hiervoor niet waren aangelegd.
Na de oorlog was er een enorm tekort aan woningen en dat was in de jaren ’60 nog steeds niet opgelost. En nu wilde de gemeente Amsterdam woningen in de binnenstad gaan slopen en daar snelwegen aanleggen met kantoortorens ernaast?
De kraakbeweging kwam het toneel op. Overal in de stad werden panden gekraakt, zoals: Algemeen Handelschblad (nu appartementen), het slangenhuis (idem), de Melkweg (nu een uitgaangsgelegenheid, vroeger een melkfabriek), Paradiso (nu een concertzaal, vroeger een kerk), een voormalige huishoudschool (nu een hostel). En huis Vrankryk, nog steeds een krakerspand.
Terzijde: het woord kraken komt uit de dieventaal voor inbreken en dat is wat men natuurlijk deed, inbreken in leegstaande panden.

Hippies
Ook zij verzetten zich tegen kapitalisme en materialisme en ook de technologie, want kunstmatig en onnatuurlijk. En vervuilend.
Zij verzetten zich niet zozeer tegen de overheid maar verlaten de maatschappij (drop out) om anders te gaan leven, een tegencultuur te zijn.
Hun imago bij de gevestigde maatschappij was dat van losbandige, seksbeluste, blowende jongeren, terwijl hun ‘tegencultuur’ ook veel nieuws bracht: nieuwe muziek, andere vormen van kunst, nieuwe denkwijzes.

Punk
In het Engels betekent dat spinthout (slechte kwaliteit hout) maar ook tuig of schorem. Het was sinds midden jaren ’70 een stroming binnen de jongerencultuur met wantrouwen tegen grote ideologieën en eerdere populaire stromingen en men stelt de autonomie van het individu centraal.
Het was oorspronkelijk zowel een muzikaal als een sociaal verschijnsel maar werd een uiting van onvrede over en weerzin tegen de maatschappij.
Dat uitte zich vooral in een compleet andere wijze van kleden (denk aan de kettingen en de haardracht), een soort provocatief absurdisme.

Jan Schaefer
Behalve dat iedere generatie zich op een bepaalde manier wil afzetten tegen de voorgaande, was er wel degelijk een goede reden voor alle acties: er was een groot woningtekort en dat los je niet op door woningen af te breken.
Zoals de wethouder woningzaken en stadsvernieuwing Jan Schaefer het zo bloemrijk zei: ‘In gelul kun je niet wonen.’
Hij werd in 1978 wethouder en begon voortvarend aan stadsherstel in de binnenstad. Renovatie, geen afbraak. Hij kocht ook panden op voor het gemeentelijk woningbedrijf zodat deze na renovatie in de sociale verhuur konden.
In 1980 werd koninging Beatrix ingehuldigd en was het motto van de kraakbeweging nog: ‘Geen woning, geen kroning’, maar in de jaren daarna doofde dit activisme uit.

Homocultuur
In deze jaren wordt ook de niet-heteroseksuele medemens zichtbaarder in de maatschappij en ook zij willen een eigen plek. Mijn wandeling eindigt bij de Westerkerk, waar het huwelijk van Beatrix en Claus, ondanks de rookbom, werd ingezegend. Het is ook de plek waar het eerste homomonument in de openbare ruimte ter wereld werd onthuld, in 1987.
Drie grote driehoeken van roze graniet, naar de roze driekhoek die homoseksuelen moesten dragen in de nazi-kampen.
Eén driehoek steekt ca 60 cm boven de grond uit, beeld voor de toekomst, één driehoek op straatniveau als beeld voor het verleden, één driehoek afdalend in de gracht is het heden. Samen vormen de driehoeken één grote driehoek.
Op het deel in de gracht staan noveenkaarsen te branden en er liggen gladiolen.

Organist
Ik loop de kerk in, want vanmiddag is daar een Orgelsprint. Steeds minder mensen gaan naar de kerk, er worden kerken gesloten en dat heeft ook gevolgen voor het orgel. Maar vanmiddag zullen vijf jonge talentvolle organisten ons tracteren op prachtige orgelmuziek. Tegendraads? Misschien. Mooi? Nou en of!
* Maarten Wilmink trapt af met drie stukken: een spetterende Concert Ouverture van de blinde Engelse organist Hollins, het verstilde Ave Maris Stella van Dupré (een opgeschreven improvisatie) en Liszt’s Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen. Onlangs hoorde ik het in Schiedam, en ook nu ben ik onder de indruk.
* Jan Hogendoorn begint op het koororgel met C.Ph.E. Bach, zoon van. Een sonate met echo-effecten, wat het koororgel bijna op een speeldoosje laat lijken. Dan op het grote Duyschot-orgel verder met een prelude en fuga van vader Bach, de Est-ce Mars van Sweelinck (we zijn tenslotte in Amsterdam) en een prachtige prelude en fuga van Mendelssohn, waarbij Jan de pech heeft dat een register blijft hangen in de laatste maten. Maar dat doet niets af aan de kwaliteit, want het was prachtig en heel transparant.
* David Strijbis heeft gekozen voor de Symphonie-Passion van Dupré. Dupré tourde in 1921 door de Verenigde Staten en improviseerde op melodiëen die het publiek hem aanreikte toen hij in Philadelphia concerteerde. Het betreft ‘Jesu redemptor omnium’, ‘Adeste fideles’, ‘Stabat mater dolorosa’ en ‘Adoro te devote’. Hij werkte het geheel in 1924 uit tot een symphonie over het leven van Christus. David legt uit waar we als luisteraar op moeten letten en al heb ik het vaker gehoord, vanmiddag is het stuk ineens duidelijk. Gek, hoe dat werkt, zeker als het zo mooi wordt uitgevoerd.
* Wibren Jonkers zegt gekscherend dat hij XXXL programma heeft, een triple L. Een prelude met drie fuga’s van de redelijk onbekende Noord-Duitse barokcomponist Lübeck (prachtig stuk), Sposalizio van Liszt (gerelateerd aan het schilderij van Rafaël over de bruiloft van Jozef en Maria) en Langlais’ Scherzo, Adoration & Dialoque (heerlijk om naar te luisteren).
* Albèrt Driessen sluit af met de Symphonie no 4 van Louis Vierne. Dit werd geschreven in de zomer van 1914, de Eerste Wereldoorlog stond voor de deur of was wellicht al begonnen toen Vierne er aan werkte. Vierne had in 1911 zijn moeder verloren en in 1913 een kind. Het stuk begint dan ook echt heel erg somber en chromatisch. Het Allegro is ook chromatisch maar door de energieke melodie voel je dat niet. Het Menuet is atypisch, maar erg mooi waarna de Romance je meevoert naar de spetterende Final.

Laat ik het zo zeggen: het was zulk mooi weer vandaag, dat ik eigenlijk ook wel had willen gaan fietsen, maar ik heb geen spijt dat ik dat niet heb gedaan.


Plaats een reactie