Zeven (!) concerten, zoveel heb ik er bijgewoond in 24 uur. Gisteravond was ik afgereisd naar Utrecht, waar ik in de voormalige Westerkerk overnachtte. Deze kerk is omgebouwd tot een hip hotel en restaurant. Ik heb de goedkoopste slaapplek kunnen bemachtigen, een pod. Een nis met daarin een matras. Kamperen, maar dan anders. Gek genoeg, slaap ik best goed. De geluidsisolatie is enorm goed en er is een goede klimaatbeheersing.

Vandaag, vrijdag, is het Festival Oude Muziek van start gegaan en om iets voor tienen bedenk ik dat nog wel even naar Tivoli Vredenburg kan, naar deel vier van Das wohltemperierte Klavier van Bach. In de Hertz zaal. Op de zevende verdieping. Drie roltrappen verder ben ik er nog niet en dus ben ik ietsje te laat. Een klavecinist en een gambaconsort spelen afwisselend ruim een uur lang Bach. Heerlijk! En wat een prestatie, want ze hebben vandaag het hele werk ten gehore gebracht in vier concerten.

Maar daarom ben ik niet in Utrecht. Nee, ik ga naar Monnikenwerk: de gouden uren. En omdat het eerste getijdengebed om 7 uur begint, moest ik wel een overnachtingsadres zoeken.
Na een korte nacht sta ik op de nog donkere Catharinakade, bij de weer aanwezige Catharijnesingel. Door de stille stad (ook een ervaring, hoor!) loop ik naar de Sint Willibrordkerk aan de Minrebroederstraat. In deze 19e eeuwse neogotische kerk wordt vandaag het complete ritueel van de getijdengebeden uitgevoerd. Door Stile Antico (13 leden m/v) en Collegium Gregorianum (4 leden m).

Stile Antico zingt de meerstemmige (polyfone) stukken, waarvan er veel van de hand van William Byrd zijn. Collegium Gregorianum zingt de bijbellezingen en de gebeden. Net zoals het in kloosters ging en gaat.

Wat zijn getijdengebeden?
Latijn: liturgia horarium. Het is het dagelijkse officiële publieke gebed in de Rooms-Katholieke kerk. Tevens is het een verplichting voor monniken en nonnen. Basis zijn de 150 psalmen uit de Bijbel, aangevuld met gezangen en lezingen.

Tot het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) bestond het getijdengebed uit:
* De metten gedurende de nacht, om middernacht (metten komt van het Latijnse woord matutinum, dat ochtend betekent)
* De lauden rond zonsopgang (lauden komt van het Latijnse laudes, het meervoud van laus dat lof of lofprijzing betekent)
* De priem rond 6 uur (van hora prima, het eerste uur)
* De terts rond 9 uur (van hora tertia, het derde uur)
* De sext rond 12 uur (van hora sexta, het zesde uur)
* De none rond 15 uur ( van hora nona, het negende uur)
* De vespers rond 17 uur (van hora vespera, het schemeruur)
* De completen rond 20 uur (van completorium, afronding, of complere, vullen)

Het concilie heeft de structuur aangepast en nu bestaat het getijdengebed uit:
* Een inleidend gebed dat gebeden wordt voor de eerste dienst
* De metten, nu de lezingendienst genoemd
* De lauden of het morgengebed
* Het middaggebed
* De vespers of het avondgebed
* De completen of de dagsluiting

Zoals je ziet is de priem is afgevoerd en zijn de terts, sext en none samengevoegd tot het middaggebed, hoewel deze nog steeds afzonderlijk kunnen worden gebeden.

Slapen en werken?
Als je leest hoe vaak de monniken per dag moesten bidden, denk je misschien dat ze continu slaapgebrek hadden. Ik bedoel, lig je net in bed na de completen, kun je er om middernacht weer uit, bij zonsopgang weer en op het eerste uur van de dag weer. En van werken zou ook niets komen, als je op het derde, zesde en negende uur weer naar de kapel moest. Maar nee, daar had men wel wat op gevonden. Er waren ploegendiensten, waardoor niet iedere monnik altijd bij elk gebed aanwezig hoefde te zijn.

Waar komt dit gebed vandaan?
Dit kunnen we traceren naar de tijd 586 vC. De tijd van de Babylonische ballingschap die volgde op de verwoesting van de tempel van Jeruzalem door de Babyloniërs onder Nebukadnezar II. De Joden die achterbleven konden hun (dieren)offers niet meer brengen zoals ze gewend waren. Daarom ging men op vaste uren van de dag uit de Thora lezen en psalmen en hymnes zingen of lezen.

Waar komt de tijdsindeling vandaan?
Die komt uit de tijd van het Romeinse Keizerrijk. Daar kende men een dagindeling van 12 uren, zes voor en zes na de middag. We komen deze tijdsaanduiding tegen bij de verhalen over de kruisiging van Jezus. Maar de joden en de eerste christenen gebruikten die tijdsindeling ook voor hun gebedstijden. Je kunt dit vinden in Handelingen 3:1 en Handelingen 10:9-49.
Opmerkelijk: uren hadden dus niet dezelfde lengte, maar waren afhankelijk van de lengte van de dag.

Waarom de gehele dag bidden?
Dat is terug te voeren op het Evangelie van Lukas en de brieven van Paulus, maar niet op een letterlijke oproep van Jezus Christus. Lucas 18 verhaalt de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter waar de weduwe hem blijft benaderen, volhardend, niet aflatend, waarmee impliciet op voortdurend bidden zou worden gewezen.
Paulus is wat directer, zie 1 Tessalonicenzen 5:17-18, Romeinen 12:12, Efeze 6:18 en Kolossenzen 4:2.

Wat werd er gebeden?
In de Handelingen van de Apostelen 4:23-30 wordt duidelijk dat de eerste christelijke gemeenschappen de psalmen baden. En die vormen nog steeds de ruggengraat van het getijdengebed. In de Didachè, een vroeg-christelijk geschrift (2e helft 1e eeuw na Christus), staan voorschriften voor erediensten en kerkelijk leven, zoals driemaal daags het Onze Vader bidden.

Wanneer werd er gebeden?
Al in de 2e en 3e eeuw beschrijven kerkvaders de praktijk van het morgen- en avondgebed, maar ook bidden op het derde, zesde en negende uur. Dit kon individueel of in een groep. De woestijnvaders, de voorlopers van de monniken, gingen de oproep tot onophoudelijk bidden letterlijk uitvoeren, door in verschillende groepen de gebeden te reciteren in elkaar opvolgende gebedsstonden.

Vandaag beginnen we niet rond middernacht met de metten. maar om 7 uur, toch iets comfortabeler. Om 11 uur de lauden, dan de terts om 3 uur, de vespers tegen 7 uur en de completen om 9 uur.
Na de metten keer ik terug naar het hotel en onder het Quellhorst-orgel geniet ik van mijn ontbijt. Na het uitchecken ga ik een stadswandeling maken om daarna de lauden bij te wonen. Tijdens de lauden hoor ik al klokken luiden en als ik om iets over half 12 buiten sta, blijkt dat de stadsbeiaardier concerteert.

Als ik bij het Rechthuis (op de voormalige Paulus-abdij bebouwd) op het terras zit, beginnen de klokken te luiden, eerst de Domkerk, maar liefst 20 minuten lang. Gaandeweg vallen klokken van andere torens in met het luiden en zo waaiert klokgelui over de stad. Kippenvel.

Om 1 uur sta ik bij de Nicolaïkerk, voor een orgelconcert. Ik wurm dat gewoon in het programma. Berry van Berkum speelt op koor- en hoofdorgel, beide van Marcussen. Hij vertelt dat hij een katholiek programma zal spelen, met één stuk van Bach als protestantse noot. Verder 2x De Klerk, Andriessen, Vierne en de Toccata van Boëlmann.
Eenmaal buiten hoor ik dat de klokken van deze kerk ook luiden. Het kan niet op vandaag met de muziek!

En dan heb ik de terts, de vespers en de completen nog tegoed. Ik ben diep onder de indruk van de schoonheid van de muziek en de teksten én geraakt door de spiritualiteit. En zeer dankbaar dat ik aanwezig kon zijn.

Voetnoot: niet ieder getijdengebed werd of wordt gezongen. Dat was afhankelijk van de hoeveelheid zangers, hun kunnen, maar ook de tijd van het jaar. Met hoogfeesten werd en wordt zoveel mogelijk uit de kast gehaald, op andere dagen werden/worden de teksten en gebeden gereciteerd. Vandaag stonden de volgende bijzondere liturgische momenten centraal: de 1e Adventszondag, Kerstmis, Pasen, Maria Hemelvaart en de onbevlekte ontvangenis van Maria.


Plaats een reactie