Driemaal is scheepsrecht of zo kom je nog eens ergens.
Parijs
Natuurlijk zit ik niet echt in Parijs op deze woensdag, maar in de Grote of Sint-Maartenskerk van Zaltbommel waar Vincent Dubois zal concerteren. En hij is titulair organist van de Notre Dame in Parijs. Zie daar!
De Maartenskerk in Zaltbommel is een grote basiliek met een driebeukig schip en een eenbeukig koor. Het koor is ouder en anders van stijl dan de rest van de kerk. Het was bedoeld als uitbreiding van de kapittelkerk die hier stond. De rest van de kerk is in de stijl van de Nederrijnse gotiek gebouwd en het schip is duidelijk hoger dan het koor.
De toren is nu maar een goede 70 meter hoog, maar tot 1538 bezat de toren een 30 meter hoge spits. Bliksem maakte daar een eind aan. Ook een minder hoge opvolger werd door brand verwoest. Begin 20ste eeuw kreeg de toren zijn huidige uiterlijk: een stompe toren.
Ik ben altijd weer verrast als ik deze grote kerk binnenstap. Het doet licht en vrolijk aan. De enorm hoge gewelven zijn voorzien van prachtige bloemmotieven, ergens in een pilaar is een kogel ingemetseld met het jaartal 1594 en als je je omdraait hangt daar, glimmend als altijd, het grote orgel.
Het orgel is gebouwd in 1783 door Wolfferts, waarbij hij gebruik maakte van pijpwerk uit het Verhofstadt-orgel uit 1723. Omdat het orgel niet krachtig genoeg was voor de grote kerk en de grote menigte kerkgangers, kreeg Heijneman opdracht om het orgel uit te breiden. Heijneman had in 1787 het orgel van de Sint Jan in Den Bosch vernieuwd en men kende zijn werk. In de 19e eeuw bracht Naber wat wijzigingen aan, maar in 1905 werden grotere wijzigingen aangebracht. En de kas werd in donkerbruin eiken geschilderd. In 1944 werd het orgel door burgers in allerijl gedemonteerd, bang als men was dat de bezetter de toren zou opblazen. In 1985 werd de restauratie van kerk en orgel opgeleverd. Het orgel straalde weer zoals in 1796, waarbij enkele latere wijzingingen wel werden behouden.
Vincent heeft een divers programma samengesteld en later hoor ik dat hij alles uit het hoofd speelt. Er staat wel wat papier op de lessenaar en dat wordt door de registranten ook omgeslagen, maar dat is een vel met registraties, meer niet.
Bach (prelude en fuga BWV543 en Erbarm Dich mein, o Herre Gott BWV721), Liszt (predude en fuga over BACH), Schumann (nr 4 uit Studien in kanonischer Form) en de fenomenale sonate over psalm 94 van Reubke.
Wat maakte indruk? Alles, zeg ik dan, maar natuurlijk zijn er altijd momenten dat je even kippenvel krijgt of dat je rechtop gaat zitten. Zoals wanneer de Vox Humana op het bovenklavier klinkt tijdens het Bach-koraal.
En de sonate van Reubke is en blijft een bijzonder werk. Het is één van de weinige overgeleverde werken van deze jonggestorven componist. De eerste keer dat ik het hoorde, kon ik er niet veel van maken, maar hoe vaker ik het hoor, hoe mooier ik het ga vinden. Het is een uiterst romantisch stuk, waarbij de essentie van de psalm wordt verklankt: God wordt als rechter en wraker aangeroepen. En dat hoor je.
Vincent speelt na het donderende applaus van de volle kerk nog een improvisatie als toegift. Een soort cooling down, een soort slaapliedje. Heel zacht en soms heel snel en daardoor hoor je het binnenwerk van het orgel. Bijna alsof het regent.
Even terzijde: Het leuke van orgelconcerten bezoeken is dat ieder orgel anders is. Iedere kerk is anders en iedere organist is anders. En dan heb ik het nog niet eens over de registratie. Eenzelfde muziekstuk zal daarom nooit hetzelfde klinken.
Paradijs
Donderdag reisde ik vanuit mijn werk door naar Barneveld. In de Oude Kerk zal Laurens de Man een Bach-programma spelen. Kerk en orgel zijn mij onbekend, hoewel ik wel een keer de toren heb beklommen, lang geleden, met mijn vader.
Zo hoog als de Maartenskerk in Zaltbommel is, zo laag is deze oude dorpskerk. In de jaren dertig van de vorige eeuw zijn er twee zijbeuken aangebouwd in gotische stijl.
Niet helemaal duidelijk is uit welke eeuw de kerk stamt, 12e of 13e? De kerk was gewijd aan Odolphus en is oorspronkelijk een kruiskerk. De kerk heeft in de 15e eeuw heel wat oorlogsgeweld over zich heen gehad en de toren is beroemd omdat volgens overlevering Jan van Schaffelaar in 1482 hier vanaf sprong.
Het orgel is gebouwd in 1765 door Paradijs, eerst alleen een hoofdwerk, en een jaar later werd het rugwerk geplaatst. In 1956 werd het zelfstandig pedaal toegevoegd. Hiervoor werd aan beide zijden een pedaaltoren geplaatst. Je moet echt goed kijken, want het is helemaal in stijl uitgevoerd.
Het orgel steunt op twee pilaren boven de toreningang en omdat de kerk laag is, hangt het orgel ook erg laag. Ik krijg de neiging mijn hoofd te buigen als ik er onderdoor loop.
Ik zoek een plek, en nog voordat Laurens begint, denk ik: ik zit niet goed. En wat denk je? Klopt! Ik zit niet goed. Laurens zet in met Ein feste Burg ist unser Gott en ik hoor meteen dat dit orgel veel stem heeft, zeg maar rustig hard klinkt. Ik zit net tussen twee pilaren in aan de zijkant van het middenschip. Geen goed idee.
De akoestiek is kort en droog, zoals ik dat noem. Het geluid is meteen weg, de reden van dit relatief grote orgel in deze relatief kleine kerk.
Ik ga voor het tweede stuk gauw van plek wisselen en in de zijbeuk zitten. Veel beter! Laurens heeft een prachtige greep gedaan uit de meesterwerken van Bach. Jesu, Meine Freude (BWV713), Ouverture in F (BWV820), Trio in D, het Concerto in D naar Vivaldi (BWV972), vier bewerkingen over Allein Gott in der Höh’ sei Ehr en de prachtige prelude en fuga in c (BWV549).
Ik kan niet anders zeggen dan dat ik prettig verrast ben. Een bijzonder orgel en een prachtig programma.
Siegfried
Ik had vrijdag vrijgenomen, in de ochtend schoongemaakt in huis, in de middag lekker geluierd en nu zit ik in de trein naar Utrecht. Naar Museum Speelklok. Als ik naar het centrum loop is de bijzondere torenspits van de Buurkerk al te zien. Moet je je voorstellen dat deze veel hoger had moeten worden met een vergelijkbare achtkantige lantaarn als de Domtoren.
De Buurkerk is de oudste parochiekerk van Utrecht, in de 13e eeuw, na de zoveelste stadsbrand, herbouwd als kruisbasiliek. Diverse verbouwingen later was het een driebeukige hallenkerk met een vijfbeukig schip. Enorm groot dus! Sinds 1984 is hier Museum Speelklok gevestigd, dat dankbaar gebruik maakt van de enorme ruimte. Op ingenieuze wijze zijn de museumzalen in de kerk ingepast, zodanig dat het omkeerbaar is en er geen structurele schade ontstond.
Van de oude kerk is in elk geval het 19e eeuwse orgel bewaard gebleven, op de oude plek vlakbij de preekstoel. Het romantische orgel is van de hand van de Utrechtse orgelbouwer Witte in een strakke monumentale kas.
Laurens de Man zal het orgel bespelen, maar het orgel heeft vanavond niet de hoofdrol. Dat heeft de hoorn, bespeeld door Mees Vos. En wat staat er op het programma? Wagner! De Ring des Nibelungen. Niet helemaal, natuurlijk. Hoewel?
Maar we zijn natuurlijk niet voor niets in Museum Speelklok en dus krijgen we eerst het grote, automatische concertorgel de Dubbele Ruth te horen in een Lohengrin-fantasie. Je weet wel: daar komt de bruid?
De Ring des Nibelungen bestaat uit vier delen: Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung, samen goed voor drie lange avonden en een middag, een monsterwerk dus. Laurens en Mees laten uit Das Reingold, Siegfried en Götterdämmerung stukken horen. De hoorn verklankt Siegfried, het orgel is het orkest. En het is zo mooi. Niet bombastisch, zoals je misschien verwacht bij Wagner. Orgel en muziek stammen uit dezelfde tijd, beiden romantisch. En de hoorn is als een extra orgelregister.
Ik verzilver mijn consumptiemuntje in het museumcafé. Vanwege Sail Amsterdam rijdt er vanavond maar één trein per uur naar Tiel en of ik nou hier wacht of op het station?
Waar gaat De Ring des Nibelungen over?
Der Ring is een verhaal over macht en beschrijft de vergeefse pogingen van oppergod Wotan om de macht over de wereld voor zich te herwinnen, pogingen die door de dwerg Alberich (de Nibelung) worden gedwarsboomd. Wotan wordt in zijn streven gehinderd door wetten die hij zelf heeft opgesteld teneinde oppergod te worden, en waaraan hijzelf ook onderworpen is (iets waaraan zijn echtgenote Fricka hem keer op keer fijntjes herinnert).
Doordat Alberich de liefde heeft afgezworen, is hij in staat met behulp van het Rijngoud een ring te smeden die hem grenzeloze macht over het aardrijk zal verschaffen. Wotan weet zich met een list de ring toe te eigenen -die dan door Alberich wordt vervloekt-, maar moet hem afgeven aan de reuzen Fasolt en Fafner als loon voor de bouw van de burcht Walhalla en als losgeld voor de godin Freya, de hoedster van de eeuwige jeugd, die oorspronkelijk door Wotan aan de reuzen was beloofd.
In zijn pogingen de ring terug te krijgen schakelt Wotan achtereenvolgens zijn favoriete dochter, de Walkure Brünnhilde, zijn bastaardkinderen Siegmund en Sieglinde en ten slotte (indirect) het kind van die twee, Siegfried, in.
Zijn pogingen om anderen te laten uitvoeren wat hij zelf eigenlijk wil bereiken falen echter, en uiteindelijk verliest Wotan alles wat hij heeft ingezet, alsmede zijn eigen eeuwige bestaan en dat van de andere goden. Als Brünnhilde in de finale van de Götterdämmerung de ring en zichzelf in het vuur werpt, berust Wotan in zijn ondergang, en wordt ook Walhalla vernietigd.
Bron Wikipedia



