Mijn overnachtingsadres in Onderdendam blijkt bijzonder te zijn. Huis Molenkom stamt uit begin 19e eeuw en is een Rijksmonument. Ik slaap in de grote kamer rechtsvoor en mijn badkamer zit in de voormalige bedstede. Het Menkeweersterhoogholtje, een smal hoog bruggetje met steile trapjes, over het Warffumermaar, is de enige toegang en zelf ook een rijksmonument.
Het huis staat in buurtschap Menkeweer, vroeger een zelfstandig dorp met kerk en begraafplaats. De kerk is er niet meer.
Kerk
Het regent een beetje als ik vertrek. In Onderdendam passeer ik het Winsumerdiep en dan het Boterdiep. Over een betonnen pad tussen de akkers en weilanden fiets ik in alle rust naar Bedum. Het wordt droog en als ik het spoor passeer zie ik het stoere silhouet van de kerk waarnaar ik op weg ben. Het is ook een vreemd silhouet, een massieve toren die scheef naar het westen leunt en erachter een vierkante heel hoge schuur zo lijkt het. Het is de Walfriduskerk die in de loop van zijn leven behoorlijk wat heeft doorgemaakt.
Wie was Walfridus?
In de 10e of 11e eeuw leefde in Bedum ene Walfridus of Wolfryt. Volgens zijn vita (levensbeschrijving) had hij het christendom naar Bedum gebracht en voor een rechtssysteem gezorgd. Hij begon met het verzwaring van de Wolddijk (die er nog steeds is, ik fiets er later overheen). De stichting van deze kerk hangt samen met zijn herbegraving (tussen 1025 en 1050).
Walfridus en zijn zoon Radfridus zouden tijdens een inval van de Noormannen zijn vermoord. De familie kocht het lichaam van Walfridus vrij om het te kunnen begraven, terwijl Radfridus in de omgeving van Bedum werd teruggevonden. Op hun graven werd een kapel gesticht waar ze als martelaren werden vereerd. Na de herbegraving werd de kerk gesticht. Na de wonderen die aan Walfridus werden toegeschreven werd Bedum één van de grootste pelgrimsoorden van Noord-Nederland.
Terug naar de kerk. Ik woon hier de kerkdienst bij. De preek gaat over Jona en bij het orgel is het fijn zingen.
De kerk is niet alleen van buiten groot, maar ook van binnen. In de smalle noorderbeuk is de consistorie, een vergaderzaal, de keuken en het sanitair, terwijl de grote kerkzaal in twee delen uiteenvalt, de kerk en de koffiehoek.
Na de herbegraving van Walfridus werd een houten kapel gesticht die al snel te klein werd, daarna kwam er een eenbeukige tufstenen kerk met een toren. Die toren is er nog steeds maar de kerk heeft nogal wat meegemaakt. Van de 12e eeuwse driebeukige tufstenen kruiskerk zie ik nog elementen in de smalle noordbeuk.
Het zou een kruisbasiliek moeten worden, maar dat ging niet door. Wel kwam er in de 16e eeuw een enorm hoogkoor met een heel hoge lichtbeuk. Als ik de consistorie inloop, wijst één van de diakenen me op een tekening van de kerk. Van het hoogkoor is niets meer over, behalve op de begraafplaats de pilaarvoeten en een bakstenen pad over het fundament van de zijmuren.
De toren had steunberen, maar die zijn op enig moment afgebroken. En toen bleek dat ze er niet voor niets hadden gestaan. De toren ging scheef hangen. Bij een brand in 1911 verloor de toren de spits en kreeg het een bijzonder dak. Bij de restauratie in de jaren 1940 is een betonnen corset om de voet aangebracht voor stabilisatie. De toren hing in 1999 2.61 meter uit het lood, waarmee deze toren van 35 meter meer uit het lood hangt dan die van Pisa. Ten bewijze daarvan hangt er een certificaat in de hal. Zo grappig!
Rivier
Ik drink een kopje koffie met de gemeenteleden (en krijg er een lekkere plak cake bij) en dan stap ik op mijn fiets voor een prachtige route door het vroegere stroomdal van de Hunze. De Hunze begint tussen Gasselte en Drouwenerveen als een samenvloeiïng van het Voorste Diepje en het Achterste Diepje. Gisteren zag ik op de kaartje in het Museum Wierdenland hoeveel land is aangeslibt. Nauwelijks voor te stellen dat de zee via de riviermondingen diep in Groningen binnendrong. De Hunze was voorbij de stad Groningen een grote grillig gevormde zeearm, die langzaam dichtslibde, steeds meer ging meanderen, op sommige plekken werd gekanaliseerd, maar nu in het landschap nog steeds te herkennen is aan de slingerende rietkragen.
Via prachtige betonnen fietspaden slinger ik naar het Reitdiep, zoals de Hunze hier heet. Ik passeer de Platvoetbrug, de Aduarder Steentil, het Aduarder Voorwerk en dan ga ik met een nieuwe brug het Van Starkenborchkanaal over naar Aduard. Gisteren was ik daar ook al even, maar nu neem ik de tijd voor het klooster.
Klooster
Ik ben bezoeker nummer drie vanmiddag, net na openingstijd, en de gids neemt ons mee naar het piepkleine filmzaaltje.
Want van het klooster is bijna niets meer over, tenminste bovengronds. Onder de grond zal nog genoeg liggen, maar dan zou het hele dorp de schop moeten. En met dit filmpje krijgen we een beeld van het ooit gigantische klooster.
Ad Sanctum Bernardum ofwel de Sint Bernardusabdij was een klooster op de plek van het huidige dorp Aduard. Reden waarom de bebouwing relatief ‘nieuw’ aandoet. In Cîteaux werd in 1098 een abdij gesticht, de cisterciënzers, naar de Latijnse benaming van de stad, Cistercium. Dit klooster had vier dochterkloosters en één daarvan was Clairveaux.
Vanuit deze dochterkloosters werd heel christelijk Europa met kloosters bebouwd. Zo ook in Rinsumageest: klooster Klaarkamp, een vrij letterlijke vertaling van Clairveaux (klaar dal of veld). Dit klooster stichtte in 1192 op de wierde van Ade (Adewerth) de eerste gebouwen van wat een machtige abdij zou worden. In het filmpje zien we in een animatie al die gebouwen ontstaan. Van een kapel met slaapzaal en poortgebouw naar een gigantische kloosterkerk, een losse wachttoren, drie ziekenzalen (voor gasten, monniken en lekenbroeders), slaap- en eetzalen, keukens, woningen voor abt en administrateur, opslagplaatsen, bakkerij en brouwerij, diverse veldovens. Natuurlijk een boomgaard en een moestuin en een muur om het geheel met daarin een waterpoort voor het kloosterhaventje.
Er woonden 100 monniken en meer dan 500 conversen of lekenbroeders. Het klooster bezat land in de verre omtrek, zo’n 6000 hectare. De vestiging in dit kweldergebied leverde het klooster geen windereieren op, ondanks de continue dreiging van de zee. Daarom werd door de kloosterlingen serieus werk gemaakt van bedijking en inpoldering, waarmee land werd gewonnen dat verpacht en bebouwd kon worden.
Voor kloosterlingen die daarmee bezig waren, werd het heen en weer lopen tussen klooster en werk te tijdrovend, zeker met alle vaste gebedstijden. Daarom werd op diverse plaatsen een voorwerk gebouwd: drie boerderijen en een kapel, omringd door een gracht.
Ook hield men zich bezig met de waterhuishouding en speelde het klooster een belangrijke rol bij het onstaan van het waterschap Aduarderzijlvest.
In het klooster verbleven ook meerdere vooraanstaande personen en zo kreeg het grote bekendheid. Van het klooster resten twee gebouwen. In de stad Groningen het Aduardergasthuis, gevormd uit het refugium (of toevluchtshuis) van het klooster, en in Aduard één van de ziekenzalen, sinds 1597 in gebruik als protestantse kerk.
Na de Reductie van Groningen, waarbij Groningen capituleerde voor de Oranjes, vertrokken de Spanjaarden en werd de stad met ommelanden aan de Republiek toegevoegd. Dit luidde het einde van het klooster, dat in de loop der eeuwen verviel. De ruïnes werden gebruikt als steengroeve bij de bouw van diverse woningen, maar ook voor de stadsmuur van Groningen.
De gids neemt een grote sleutel mee en dan steken we de straat over naar de kerk. Het huidige gebouw is van binnen en van buiten teruggebracht naar een middeleeuwse situatie met prachtig schoon metselwerk in diverse verbanden, een mozaïekvloer van geglazuurde bakstenen, ramen met bakstenen touwmotieven. Maar ook zijn er nieuwere toevoegingen. Hoewel nieuw? De bewoners van het Huis te Aduard hebben een herenbank, een preekstoel en het hekwerk geschonken, maar dat was al in de 18e eeuw.
Mijn hoofd zit vol informatie en daarom stap ik op de fiets naar het station Groningen, langs prachtige paden, het water Het Lindt en later het Reitdiep. Ik passeer het dorpje Leegkerk (de laag gelegen kerk) en dan Hoogkerk om uiteindelijk over de museumbrug het station te bereiken. De trein is net binnen, dus op naar huis!











