Ik vond dat ik in stijl mijn vakantie moest afsluiten. Qua lunch, bedoel ik dan. Qua kleding niet (fietskledij). En zo zit ik met een 0.0 biertje uit te kijken over het Vrijthof met de Sint Servaas en de Sint Jan. Bij café ‘In den Ouden Vogelstruys’. Zo’n naam alleen al. Prachtig, toch?

Struisvogel
Een vogelstruys is een struisvogel. Logisch eigenlijk.
Hier op de hoek van de Platielstraat en het Vrijthof stond al in 1309 een pand, want dan wordt het voor het eerst genoemd als het huis van Schonecghen. In 1474 wordt het pand nogmaals genoemd, dan als ‘De Struys’ met als eigenaar Peter in den Stroys. Heet het pand naar Peter of Peter naar het pand?
In de 17e eeuw is er een groot houten huis, vier verdiepingen hoog, iedere verdieping verder uitkragend naar buiten, met een uithangbord in de vorm van een vogel, een struisvogel waarschijnlijk.
Het huidige pand is van buiten grotendeels 18e eeuws, maar de constructie is nog steeds 17e eeuws en de onderste van de dubbele kelder is waarschijnlijk nog van het pand uit 1309. Sinds zeker 1840 heeft het een horecafunctie en sinds begin vorige eeuw wordt de struisvogel als naam gehanteerd.

Onder het bovenraam rechts zit een kogel ingemetseld met het jaartal 1673, ter herinnering aan het beleg van Maastricht door Lodewijk XIV. Mooi gedaan, maar wel nep natuurlijk, want deze voorgevel was er toen nog lang niet.

Laatste dag
De laatste dag van mijn vakantie is aangebroken. In mijn appartement maak ik mijn ontbijt klaar, pak de tassen in en maak mijn fiets klaar. Ik heb een knooppuntenroute uitgestippeld. Ik slinger langs Itteren en Borgharen en arriveer vrij laat in Maastricht, waar ik in de Sint-Theresiakerk naar een dienst van Zuiderkruis ga.
Zuiderkruis kerkt tijdelijk in deze voormalige Rooms-Katholieke kerk. Het grote gebouw is opgetrokken uit Kunrader steen, een steensoort die erg op mergel lijkt maar harder is. Het is gebouwd in 1933-1934 en is nu de repetitie- en kantoorruimte van de Philharmonie Zuid. De Parochie Sint Theresia gebruikt de dagkapel, net als de Zuiderkruiskerk, maar vandaag zijn er zoveel gasten dat we in grote kerkzaal zitten. Heb ik mooi de tijd om iets van het gebouw te bekijken, zoals de glas-in-loodramen en twee kruiswegstaties die met pastelkrijt gemaakt lijken te zijn.
Na de dienst loop ik langs het gebouw en zie dat ik op de d’Artagnanlaan ben.

d’Artagnan
Wie kent ze niet? Porthos, Athos, Aramis en de zwierige stijlvolle d’Artagnan. Gesmuld heb ik van het boek De drie musketiers en later ook de films bekeken zoals ‘The three musketeers’ en ‘The man in the iron mask’.
Tot een paar jaar geleden wist ik niet dat d’Artagnan echt had bestaan. Zijn naam was Charles de Batz de Castelmore, graaf van Artagnan. Zijn vader was gardeleider onder Hendrik IV van Frankrijk, zijn moeder was de erfdochter van de heer van Artagnan. Na de dood van zijn vader wilde Charles ook in het leger, maar door zijn gebrek aan militaire ervaring werd hij geweigerd. Toch kreeg hij een plaats in de koninklijke garde en later trad hij toe tot les Mousquetaires du Roi.
Hij werd de vertrouweling van Lodewijk XIV, werd luitenant, later kapitein bij de koninklijke garde en onderluitenant en defacto bevelhebber van de heropgerichte Musketiers.
De arrestatie van minister Fouquet werd aan hem toevertrouwd en telkens als Fouquet werd overgeplaatst was Charles degene die hem vergezelde, om te voorkomen dat hij zou ontsnappen.
Hij werd een paar jaar gouverneur van Rijsel/Lille, maar hij was niet geliefd bij de bevolking en zelf wilde hij niets liever dan militair zijn. En in 1672 kreeg hij die kans weer. Lodewijk XIV trok ten strijde tegen de Nederlanden.

In 1673 leidde hij als gardeofficier, samen vestingbouwer Vauban, het beleg om Maastricht. Toen zijn geliefde musketiers op 25 juni de stad bestormden, kwam hij buiten de Tongersepoort door een musketkogel om het leven. Vier musketiers stierven bij pogingen zijn lichaam te bergen.
Lodewijk XIV was zeer ontdaan door het verlies van Charles en schreef diezelfde avond aan zijn vrouw: “Madame, ik heb D’Artagnan verloren, in wie ik het grootste vertrouwen had en die altijd goed voor me was”. Op 30 juni viel Maastricht.

Waar hij begraven is? Waarschijnlijk ligt hij in of bij de Sint-Peter-en-Pauluskerk van Wolder, een dorp dat tegenwoordig deel uitmaakt van Maastricht. In dit dorp stond de koninklijke tent van Lodewijk XIV en hij liet dagelijks in de kerk de mis opdragen. Dus is die gedachte zo gek nog niet, alleen is er geen bewijs.

Maar dat maakt mij niet uit. Ik stap op de fiets en langzaam stijgend ga ik naar Wolder. Porthoslaan, Aramislaan, Athoslaan, Gardelaan, Castelmorelaan en dan komen de wijnen: Médoc, Chambertin, Pomerol, Sancerre. Een paar honderd meter verderop is de Belgische grens. Ik loop even naar de kerk, nu een 19e eeuwse neogotische kerk met er omheen nog steeds een kerkhof. En dan suis ik naar beneden, naar het Aldenhofpark. Daar staat een prachtig beeld van de zwierige jonge d’Artagnan, niet de 62-jarige strijder van 1673.
Bij het huis op de hoek is een mozaïek aangebracht, ergens midden vorige eeuw, met een zilverwit paard met daarop Charles met een knalrode hoed.

Er zijn nog twee monumenten, maar dat vergt iets te veel zoekwerk nu, dus ga ik naar de struisvogel. Ik bestel Maastreechs zoervleis met een 0.0 biertje erbij, en dan naar de trein, naar huis.


Plaats een reactie