Zo, dan ben je op de plek van bestemming en dan realiseer je je dat er geen ontbijt wordt geserveerd. Dus stappen we maar weer op de fiets naar de winkel om boodschappen te doen. Enfin, 10 kilometer en een fikse klim later zit ik lekker op het terras van mijn appartement, fris gedoucht, lekker gegeten.
De reis naar Maastricht vanmorgen verliep voorspoedig en zo zat ik om 11 uur aan de Maas op het terras met zicht op de Sint-Servaasbrug. Deze in oorsprong 13e eeuwse brug is de oudste brug van Nederland en heette tot 1932 de Maasbrug of zelfs gewoon de brug.
Na de koffie -met vlaai uiteraard- slenter ik de stad in. Langs het 15e eeuwse Dinghuis (zetel van het Brabantse en Luikse hooggerecht) naar het Vrijthof.
Terzijde: Vrijthof lijkt erg op het Duitse Friedhof, maar betekent toch niet hetzelfde, al hebben ze dezelfde etymologische oorsprong. Friedhof is begraafplaats en Vrijthof was een besloten plaats, de omheinde voorhof van de kerk. Afkomstig van het werkwoord ‘vriten’ dat begunstigen betekende.
Het Vrijthof is weer leeg na de concerten van André Rieu en ik heb vrij zicht op de Sint Servaasbasiliek, de Hoofdwacht, de Sint-Jan en het Spaans Gouvernement (waarschijnlijk de oudste woning van Maastricht, 1333).
Ik ben op weg naar Slevrouwe, zoals de Maastrichtenaren haar noemen, de basiliek Onze Lieve Vrouw Sterre van de Zee. Deze kerk heeft een zeer imposant en massief westwerk met twee kleine ronde torens. De bouw werd ergens eind 10e eeuw aangevangen en het westwerk dateert uit die tijd. Op de hoeken zijn grote blokken grijze natuursteen te zien, spolia genaamd. Het zijn resten van een Romeinse poort die hier vanaf 333 stond en die bij de bouw van de kerk werd afgebroken.
Het is een Romaanse kerk en de toegang is via de kapel van Onze Lieve Vrouwe. Honderden kaarsen branden en het 15e eeuwse beeld van Maria met Jezus is gehuld in een donkerblauwe mantel met rode bloemen. Dan ga ik de kerk binnen. Het duurt even voor ik wen aan de donkerte in de kerk, ondanks de felle spotjes overal. Het is een mystieke kerk, donker met kleine rondboogramen met prachtige glas-in-loodramen. De apsis achter het altaar is blauw met goud geschilderd. Veel is nieuw, tenminste uit de tijd van Cuypers, maar dat versterkt de mystieke sfeer alleen maar.
Net trouwens als het orgelspel. Ik ben hier nl. voor een orgelconcert en de organist is op het transeptorgel nog aan het oefenen. Ik koop een kaartje en ga in de herenbank zitten, met zicht op het orgel en de organist. Het transept- of koororgel is een barokorgel uit de vroege 18e eeuw, dat bij het 300 jarig bestaan van het Maastrichtse stadhuis daarvoor is aangekocht. Omdat het daar zelden werd bespeeld is het in 2014 in bruikleen gegeven aan de Onze Lieve Vrouw.
Pietro Paganini is van Italiaanse komaf en momenteel o.a. organist in de kerk Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam. Titel van zijn programma ‘L’orgue dans la France du 17e siècle’. 17e eeuwse muziek dus, van vier componisten waarvan ik er maar één herken: Couperin. De andere drie zijn Titelouze, D’Anglebert en Lebeque. Onbekende muziek dus en daardoor weer verrassend en op een orgel dat een behoorlijke zeggingskracht heeft. En een prachtige Cromorne.
Lunch op het Slevrouweplein bij Charlemagne. Waar anders? En dan ga ik op pad. Ik heb een knooppuntenroute uitgezet naar het noorden en dan weer een stukje zuidelijk. Bij Smeermaas rij ik België in. En nee, dat betekent niet dat de Maas hier zo heet of heel smerig is. Nee, rond 1500 heette het dorpje Smeeldemale en het was lang daarvoor een plaats langs de Romeinse heerbaan van Tongeren naar Nijmegen.
Ik fiets kilometers langs de Zuid-Willemsvaart, een herinnering aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden dat tot 1830 bestond. Het was in 1829 klaar en loopt van Den Bosch naar Maastricht, deels door wat nu België is.
Bij Rekem moet ik het kanaal oversteken, maar een bord geeft aan dat Oud-Rekem het mooiste dorp van Vlaanderen is, dus ja, wat moet je dan? Juist, ik ga het dorp in naar de Museum-kerk. Ik krijg daar een kaartje met de wandelroute, maar bekijk eerst de kerk. Er staat in een vitrine een merkwaardig in lappen gehuld rond ding, kroontje bovenop. Er naast een ijzeren opgewerkte kooi, waarin ik het Latijnse woord caput kan lezen. Hoofd, dus het is een schedel? Ja, dat klopt. Het zou een reliek zijn van de heilige Petronilla van Rome, die ook nog eens de dochter zou zijn van de apostel Petrus. Beiden zijn schutspatronen van Oud-Rekem.
Ik wandel het charmante dorpje door met behulp van de plattegrond en de informatiepanelen. Er is een groot kasteel in de stijl van de Maas-Renaissance, op het kasteelterrein staan de gebouwen van de voormalige psychiatrische inrichting, nu woningen, prachtig in het groen. Er zijn nog delen van de ommuring, geen stadsmuur, maar een dorpsmuur en er is nog één poort, de Ucovensepoort, waarachter destijds de Maas stroomde. Daar was een veer op Uikhoven met een wegkruis, waar men een kruisje sloeg voor een goede overtocht bij slecht weer. Het straatje heet nu Oude God, omdat het kruisbeeld helemaal verweerd was en vervangen werd door een nieuw beeld aan de Kanaalstraat, de Nieuwe God.
Ik stap weer op en sjees over de Oostelijke Kanaaldijk richting Maasmechelen en Vucht. Daar staat een zwart monument onder aan de dijk met in het gras het silhouet van een vliegtuig. En het gaat nu eens niet om een Engelse of Amerikaanse bommenwerper die is neergestort. Hier moest op 10 januari 1940 een Messerschmitt Bf 108, bestuurd door majoor Erich Höhnmann en majoor Helmut Reinberger, een noodlanding maken. Aan boord waren de plannen voor Fall Gelb, de geplande inval in Nederland en België. De papieren werden door de piloot gauw in brand gestoken maar een Vuchtenaar wist de brand uit te krijgen en daardoor moest Fall Gelb worden uitgesteld tot 10 mei 1940.
Bij Mazenhoven staat een kleine kapel, de Onze Lieve Vrouw van Overwinning, Deze neo-romaanse kapel werd in 1894 gebouwd in opdracht van de dochters van de burggraaf van Leut, Charles Vilain XIIII. Ik ga even naar binnen. Het heeft een heel aparte kruiswegstatie, kleine losse beeldjes aan de muur bevestigd.
Ik rij over de dijk naar het veer op Berg aan de Maas. Voor fietsers gratis! Door Berg en Oud-Urmond (dat prachtig is!) kom ik bij Meerssen waar ik een rare bocht moet maken en dan fiets ik op de dijk van het Julianakanaal. Dit 36 km lange kanaal begint bij Borgharen bij de stuw en loopt bij Maasbracht weer de Maas in. In 1925 zette prinses Juliana symbolisch de eerste spade in de grond en in 1935 werd het officieel geopend, hoewel het al een jaar klaar was.
Oud-Geulle dient zich aan met de grote Sint Martinuskerk boven alles uittorenend. Dan het witte kasteel Geulle, een brug over het kanaal en ik heb mijn bestemming bereikt. Moet ik alleen nog boodschappen gaan doen. Verroest.
Nou ja, zoals boven dit stukje in het Maastrichts staat: Fijn dat je er bent.














