Het was zijn gebouw, het bleef zijn gebouw en het is nog steeds zijn gebouw. Aanzien, kleuren, meubilair, vloeren, alles werd door hem bepaald en ontworpen. Hij ging zelfs zo ver dat als iemand een cadeau wilde geven, hij het ontwierp en liet maken en dan de rekening indiende.
Na een relaxte ochtend stap ik in Hilversum uit de trein en wandel naar het Raadhuis, waar ik een rondwandeling heb geboekt. Ik had wel eens foto’s gezien van het lichtgele gebouw en ik weet hoe het er uitziet.
Eigenwijs volg ik niet de route van Google Maps, maar de bordjes op straat en inderdaad, ik loop door een park waar het Raadhuis opdoemt achter de grote vijver. Het maakt een spectaculaire indruk, zo.
Dudok
Willem Marinus werd in 1884 geboren in Amsterdam. Vader was organist en violist bij het Concertgebouw en die muzikale inspiratie bleef hem bij. Tijdens het ontwerpen stond er vaak muziek aan.
Hij werd niet opgeleid tot architect. Na de HBS ging hij het leger in (cadet in Alkmaar en later KMA in Breda) en hij slaagde als officier in de richting ‘Genie hier te lande’.
Hij werd tweede luitenant der Genie en kwam terecht bij de telegrafistendienst. In zijn vrije tijd echter ontwierp hij gebouwen. Hij werd kapitein bij de Militaire Staf der Genie en hield zich daar bezig met fortenbouw.
In 1913 gaat hij een burgercarrière beginnen als directeur gemeentewerken in Leiden en twee jaar later wordt hij directeur publieke werken in Hilversum.
In 1928 werd hij op eigen verzoek benoemd tot gemeentearchitect en dat bleef hij tot zijn pensioen in 1954.
Hij heeft een duidelijk stempel op Hilversum gedrukt, door niet alleen tientallen gebouwen te ontwerpen en laten bouwen, maar ook hele woonwijken inclusief het bepalen van de perimeter van de stad.
Een duidelijke stroming volgde hij niet, hij stond open voor het beste wat elke stroming hem te bieden had. Dat is ook te zien in de tien ontwerpen van het Raadhuis. Het begint met een zwaar gebouw met een massieve toren dat nog het meest lijkt op Radio Kootwijk en elk ontwerp daarna is anders. Het wordt lichter, luchtiger, verfijnder, tot uiteindelijk het tiende ontwerp.
Ook dat wordt afgewezen, maar onder druk van collega-architecten en een bouwlobby, ging Hilversum overstag en liet men het Raadhuis bouwen.
Witten Hul
Het Raadhuis had niet alleen tien ontwerpen maar ook ongeveer evenveel mogelijke lokaties voorgesteld gekregen. Bij het oude Raadhuis, achter de kerk, nee, toch maar hier, nee, doe maar daar.
In 1918 was Dudok begonnen met het eerste ontwerp, en nu in 1928 kon het eindelijk gebouwd gaan worden.
Landhuis de Witten Hul (de witte heuvel, naar de voorjaarsbloemen rondom het landhuis op deze hogere plek) kon door de eigenaren niet meer worden onderhouden en de gemeente kon het huis met park kopen. Als plek voor het nieuwe Raadhuis.
Kosten van dat nieuwe Raadhuis: 1,3 miljoen gulden bovenop de aankoop en sloop van het landhuis. Een vermogen in die tijd.
En wat krijg je dan voor dat geld. Wel, daarvoor mogen we het gebouw van buiten en van binnen bekijken.
Raadhuis
Dudok liet smalle lange lichtgele en donkerbruinpaarse bakstenen bakken, volgens zijn eigen ontwerp, wat nu Hilversum-formaat heet. De donkere stenen vormen een voetstuk voor de lichtgele stenen. De brede voeg is schuin aangebracht en geeft diepte en schaduw.
Er zijn hoge delen, waar de burgerzaal, de raadszaal zich bevinden, er zijn lagere kantoorvleugels. Vooral op het voorplein en het binnenplein zie je de horizontale banen van de ramen, met stalen kozijnen.
Om het geheel ‘lucht’ te geven, is net onder de overstekende dakrand de laatste rij stenen teruggezet. Dit zien we overal in het pand terug.
Het lichtgeel wordt op een enkele plek doorbroken door blauwe elementen. Ogenschijnlijk zomaar een blauwe kolom bij de vijver, maar ook blauwe stenen kolommetjes bij de ramen. En bij de hoofdingang een fel blauwgroene muur, met goudkleurige kolommen met rode accenten aan de andere kant. Geïnspireerd door de vondst van het graf van Toetanchamon.
Het gebouw is niet symmetrisch, maar toch omarmen de vleugels van het pand de grote voorhof met aan de overzijde van het pad de voormalige conciërgewoning en politiepost. Ook heeft het pand een binnenplaats en een grote toren met carillon. Daarin haakt Dudok terug op een middeleeuws raadhuis.
Interieur
We lopen over de grote marmeren trap en zien de wanden die bezet zijn met grote platen marmer die gezet zijn in ‘open boek’. Een plaat marmer wordt overlangs gezaagd zodat deze in tweeën (soms vieren) kan worden gespiegeld waardoor het lijnenspel doorloopt.
Boven de trap zijn vijf glas-in-loodramen van Joep Nicolas, een befaamd kunstenaar die de opdracht kreeg om dit als cadeau voor het Raadhuis te ontwerpen.
Dudok, in de veronderstelling dat het in stijl met het pand zou zijn, was verguld. En uiterst teleurgesteld toen hij de ramen zag. Die prachtig zijn, daar niet van, maar inderdaad in een totaal andere stijl.
Vanaf dat moment mocht geen enkel cadeau zomaar worden toegevoegd aan het interieur, of hij moest het zelf ontworpen en de plek bepaald hebben. De klok in de vergaderzaal van B&W, de stoelen voor het bruidspaar in de trouwzaal. Zelfs zijn eigen borstbeeld. OK, dat ontwierp hij natuurlijk niet, maar wel de sokkel én hij bepaalde de plaats.
De grote burgerzaal is een grote open ruimte met goudkleurige kolommen en marmeren muren. Helaas heeft een schoonmaakbedrijf ooit het marmer met Pledge proberen te reinigen, met als gevolg grote bruine vlekken. (Marmer is poreus.).
We mogen in de kamer van de burgemeester kijken waar het hele ensemble van de hand van Dudok is, net als in de vergaderzaal van B&W. En idem in de raadzaal.
Ebbenhout, azobe, berken, mahonie, de mooiste houtsoorten werden gebruikt.
In de koffiekamer van de Raadzaal staan Gispen stoeltjes en tafeltjes. Ook de verlichting komt daar vandaan, als Dudok het al niet zelf heeft ontworpen zoals op de burgemeesterskamer.
Restauratie
In de jaren ’70 bleek het pand aan restauratie toe. De bakstenen waren te zacht gebakken en brokkelden af, er was lekkage, achterstallig onderhoud, noem maar op. Het duurde nog tot 1989 voor de restauratie begon en die kostte een slordige 23 miljoen gulden.
Een geluk bij een ongeluk dat Dudok de constructie zo had ontworpen dat de bakstenen buitenkant eigenlijk een decoratie is. Alle bakstenen zijn afgebikt, er zijn nieuwe gebakken en die zijn allemaal teruggeplaatst.
Geraniums
Dudok (in 1974 overleden) bepaalt tot op de dag van vandaag het aanzien van het Raadhuis. In de bloembakken voor alle ramen en bij de ingang mogen alleen maar rode geraniums gepoot worden.
Orgel
Zal ik het doen? Wel ja, waarom niet. Ik stap in de trein en ga naar Ede, naar de Oude Kerk. Daar geven vanavond Bert den Hertog en Anna Karpenko-den Hertog een concert op het Van Dam-orgel. Ze zullen solo en vierhandig spelen. Mozart’s Sonate in D is de aftrap, ze spelen Danse des sauvages en een Gavotte uit ‘Les Indes Galantes’ van Rameau en een Gavotte en de dans van de ridders van Prokovjev.
Bert speelt de Chaconne van Bach’s 2e vioolpartita en Anne twee chansons van Elgar en een leuke Toccata van Bélier. Totaal onbekend, en inderdaad is het thema, zoals Bert al vertelde, niet zo spannend, maar het is een zeer vermakelijk stuk.
Een leuk muzikaal besluit van deze dag.













