Domoor, denk ik bij mezelf, als ik de trein naar Passewaay zie wegrijden. Ik had gewoon moeten overstappen, maar nee, ik dacht dat de bui zo wel over zou zijn en dan zou ik naar huis kunnen fietsen. Daar sta ik dan, in de hal van de fietsenstalling naar de stromende regen te kijken. Wachtend op de volgende trein naar Passewaay, een half uur lang. Tegen de tijd dat ik in die trein zit, is het ook droog, maar nu stap ik niet meer uit.

Vanmorgen om kwart over acht zat ik op de fiets naar Tiel om daar de trein naar Arnhem te pakken. Ik ga naar kasteel Middachten en bedacht dat ik dan wel in Arnhem naar de kerk zou kunnen gaan. Vanaf het Gele Rijdersplein is een doorgang naar het Sint Jansplein en daar staat de Koepelkerk uit 1837. Eigenlijk zou deze kerk de Sint Janskerk hebben moeten heten, omdat tot die tijd had hier de Sint Janskerk stond op het domein van de sinds 1190 aanwezige commanderij van de kruisridders van Sint Jan.
Tot mei 1940 was het de regimentskerk van het legercorps Rijdende Artillerie (de Gele Rijders), dat vlakbij in de Willemskazerne was gelegerd.
Het is een echte protestantse kerk, rondom het woord gebouwd. Tegen de oostelijke wand de preekstoel met daarboven het Naber-orgel. Er zijn twee galerijen, hoog tegen de wanden, maar beneden is geheel gemoderniseerd. De vloer is omhoog gebracht waardoor er onder de kerk ruimte is voor een keuken en een zaal. Met een trapje kom je nu op de kerkvloer waar moderne stoelen staan.
Na de inspirerende preek is het tijd om op pad te gaan naar kasteel Middachten.

Kasteel Middachten in 1676 door Constantijd Huygens jr., afbeelding afkomstig van de site van Middachten.

Vorig jaar fietste ik langs het kasteel, zo tegen sluitingstijd van de tuinen, en toen beloofde ik mezelf een keertje te gaan kijken. En dat is dus vandaag.
Het bijzondere van Middachten is dat de tuinen in de zomer vier middagen per week zijn opengesteld, maar het kasteel slechts een paar zondagmiddagen. En vandaag is het een van de laatste keren van dit jaar. Die kans moet ik pakken.

Oud
Zoals zoveel landgoederen en kastelen en zelfs buitenhuizen, gaat het huidige kasteel terug op een middeleeuwse voorganger. Tot 1190, toen een zeker Jacobus de Mithdac er een ‘vrij goed’ bewoonde. Er ontwikkelde zich op deze plek een middeleeuwse burcht die verschillende malen werd vernield en herbouwd. Eind 17de eeuw kreeg het huis zijn huidige paleisachtige vorm toen veldheer Godard van Reede-Ginkel, eerste graaf van Athlone, de burcht liet verbouwen tot een van de fraaiste buitenhuizen van Nederland.

En dat is het eerste wat je ziet als je komt aanhobbelen over het klinkerweggetje. De auto’s zijn ver weg op het parkeerterrein. Het huis is groot en staat in het water, het is statig, Hollands classicisme ten top, op het grote voorplein staat links een 16e eeuws bouwhuis en rechts het 17e eeuwse stalgebouw.

Strategisch
In de middeleeuwen wat dit er allemaal nog niet. Het kasteel werd gebouwd op een strategische plek tussen de hogere Veluwezoom en het lage moerasland in een IJsselmeander. Een uitstekende locatie om te verdedigen, dit versterkte huis met grachten, torens en dikke muren.

Vererving
Bijzonder aan Middachten is dat het nooit is verkocht. Begin 14e eeuw droeg Everardus van Steenre van Middachten de bezitting ter bescherming over aan Reinald graaf van Gelre om het in leen terug te ontvangen. Deze Everardus is de stamvader van alle heren en vrouwen van Middachten.
Het goed werd zowel via de mannelijke als de vrouwelijke vererfd en was achtereenvolgens in handen van de geslachten Middachten, Steenre, Raesfelt, Reede, Bentinck en momenteel Ortenburg, de 25ste generatie.

Wapen Middachten, bron Mijn Gelderland.

Het wapen van de familie Middachten stamt waarschijnlijk al van eind 12e eeuw. Duidelijk te zien zijn de droogscheerdersscharen, gebruikt om de uitstekende vezeleindjes van geweven stoffen af te scheren. De vier scharen verwijzen ook naar de ‘vierschaar’, symbool van de rechtspraak. Bijzonder: in het Frans heet een dergelijke schaar ‘force’, wat macht betekent. De vlag die boven het kasteel wappert, is ook rood wit, net als de luiken van de (ooit) bij het landgoed behorende gebouwen.

1672
In de 17e eeuw is Ursula Philippota van Raesfelt de erfdochter van Middachten. Zij trouwt in 1666 met Godard van Reede-Ginkel, enig kind van Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor, eigenaren van Kasteel Amerongen. Toen in 1672 de Franse overheersing op het hoogtepunt was, kwam Middachten in bezet gebied te liggen. Middachten kreeg een brandschatting opgelegd en dit werd door de ouders van Godard jr. betaald. Veel hielp het niet, want Middachten werd alsnog  gedeeltelijk verwoest en geplunderd door de terugtrekkende Franse troepen.

Willem III
Godard jr. vocht in dienst van stadhouder-koning Willem III in Engeland en Ierland en behaalde daar overwinningen, zozeer zelfs dat hij van Willem III de titels graaf van Athlone en baron Aughrim kreeg.
Hij keerde terug naar Nederland. Zijn ouders (vooral zijn moeder) hadden inmiddels het verwoeste kasteel Amerongen herbouwd en Godard en Philippota startten met een grote verbouwing van hun huis.
Vandaag kwam ik langs de zijkant en toen vond ik het heel erg op Amerongen lijken en dat klopt ook, omdat ze dit als voorbeeld aanhielden, maar ook keken ze naar het huis dat Willem III en Mary Stuart bij Apeldoorn lieten bouwen, het huidige Paleis het Loo. Ook voor de tuinen keken ze naar Het Loo, hoewel de tuinen kleiner en minder formeel zijn dan die van Het Loo.
Het huis is na die tijd (1694-1697) niet wezenlijk veranderd, al hebben vele generaties bewoners hun eigentijdse nieuwigheden toegevoegd aan het interieur.

Het kasteel
Ik krijg een oranje armbandje om en dan mag ik me melden bij de verzamelplek en ja, ik ben de eerste die naar binnen mag. In iedere kamer staat een suppoost, omdat het nl. ook nog gewoon een familiehuis is, waar de familie Ortenburg van tijd tot tijd woont of bezoek ontvangt.
Dat betekent ook dat er geen foto’s gemaakt mogen worden.

Olifant
Boven de ingang zit een groot beeldhouwwerk dat het alliantiewapen van Godard en Philippota verbeeldt. Mij valt het op dat er een witte olifant onder hangt. Binnen krijg ik daar gelijk antwoord op. Rechts en links in de voorhal hangen meer dan levensgrote portretten van koning Christiaan V en koningin Charlotte Amalia van Denemarken. De beide schilderijen dragen een gebeeldhouwde kroon op de lijst en dat betekent dat ze door het koningspaar aan Godard en Philippota geschonken zijn. En dat had alles te maken met het feit dat Godard de Orde van de Olifant uitgereikt had gekregen van de Deense koning. Deze orde is in 1462 gesticht door Christiaan I van Denemarken en het ordeteken is een olifant. Bij de toekenning van de orde kreeg Godard ook deze schilderijen cadeau.

Indruk
Het eerste dat ik zie als ik de voorhal binnenkom is de vestibule op de voormalige overdekte binnenplaats van de middeleeuwse burcht. Hier zijn de architecten wel even los gegaan.
Vanaf het voorplein kon je als bezoeker dwars door het kasteel heen kijken naar de IJssel en nog verder (als de binnendeuren werden opengezet en dat deed men). Maar eenmaal in de voorhal sta je oog in oog met een prachtige hoefijzervormige eikenhouten trap die vanonder een hoge witte koepel met cassetteplafond naar je afdaalt. Het maakt een verpletterende indruk.

Vanuit de hal kom ik in de rookkamer en dan in de kleine bibliotheek (boven is een grote, maar daar mogen we niet komen). Die kleine bibliotheek wordt ook wel de gele salon genoemd, een mooie knusse zitkamer met daarboven weer zo’n mooie witte koepel met cassetteplafond. Die koepel is helemaal ingebouwd in het kasteel, want aan de buitenzijde is deze niet te zien.

De blauwe salon met een kabinet (een klein hokje eigenlijk, maar goed te verwarmen, zeker als je alleen was of met een vertrouwelinge), dan de grote zaal achter de vestibule. Van hieruit kon je vroeger tot in de Achterhoek kijken. Nu zijn er bossen en daarachter de grote weg.
Ik vervolg mijn weg door het kasteel, door de jachtkamer en dan door die prachtige vestibule naar de kelder met de eetzaal van het personeel, de linnenkamer en de oude en de nieuwe (19e eeuwse) keuken.

Na een rondje door de stallen en het koetshuis ga ik via een omweg naar huis. En dat had ik achteraf niet moeten doen, dan had ik een trein eerder kunnen pakken en was ik droog thuis gekomen. Maar ach…


Plaats een reactie