Na een lange reis kwam ik gisteravond aan in Alkmaar, om precies te zijn in Oudorp. Het dorp is nu onderdeel van de gemeente Alkmaar, maar was tot 1972 een zelfstandige gemeente. Mijn gastheer vertelde me vanmorgen bij het ontbijt dat Oudorp bij het beleg van Alkmaar Spaans was. De voorganger van het Witte Kerkje op de terp was hoofdkwartier van Don Federico, de zoon van Alva. En Floris V heeft in Oudorp twee dwangburchten gebouwd, de Nieuwburg en de Middelburg, beiden niet meer aanwezig.
Vanmorgen was het vroeg op, want ik ben in Alkmaar om de Ronde van de Westfriese Omringdijk te fietsen, 135 km in totaal. De dijk zelf is 126 km lang, maar ik zie wel dat we lang niet alle stukken dijk hebben befietst. Kan ook niet altijd. Soms vanwege een drukke autoweg, soms is er geen pad over de dijk, en vandaag met zoveel fietsers wordt gekozen voor een veilige route.
Ik ben op tijd bij de start en kan mijn stuurbordje ophalen en dan om 8 uur precies ga ik achter een peloton racefietsers op pad. Ik fiets mijn eigen tempo, hoor! Maar van de dijk zie ik de eerste kilometers niets. We fietsen over een bedrijventerrein, maar ineens is daar de Slingerdijk! Langs het Kanaal Omval-Kolhorn. Dit kanaal verbindt het Noordhollandsch kanaal van de buurtschap De Omval bij Alkmaar met de voormalige Zuiderzeehaven Kolhorn en is aangelegd tussen 1935 en 1938.
De Westfriese Omringdijk heet zo omdat het de regio Westfriesland in Noord-Holland volledig omsluit. In het noorden grenst het gebied aan de Wieringermeer en de Zijpe, in het westen aan Kennemerland en in het zuiden aan de Schermer en de Beemster. O ja, en in het oosten aan de voormalige Zuiderzee. Er liggen vier belangrijke plaatsen in dit gebied, Schagen, Medemblik, Enkhuizen en Hoorn. Alkmaar valt officieel onder Kennemerland, maar vandaag de dag liggen enkele wijken wel in Westfriesland.
De dijk omringt dit gebied al honderden jaren, zo’n acht eeuwen zelfs. Uiteraard ging het in het begin om korte en lage dijkjes. Toen er meer mensen in het gebied kwamen wonen, werd ook het water gevaarlijker. In zee en rivieren steeg het water en daarom werden er langere dijken aangelegd, van terp tot terp. Nog steeds laag en vrij eenvoudig van opzet, met als gevolg doorbraken. Vooral op het stuk vanaf Kolhorn tot aan het Noordhollandsch Kanaal is dat goed te zien. De dijk slingert daar heel erg, om voormalige doorbraken heen.
Het is dan de 12e eeuw. In 1170 vindt de grote Allerheiligenvloed plaats met als gevolg nog meer water in Noord-Holland. Eind 13 eeuw is Noord-Holland een grote verzameling meren met een rij duinen aan de Noordzee en dijken en dijkjes aan de Zuiderzee. Het IJ loopt over in de Schermer, de Beemster en de Purmer en zo weer naar de Zuiderzee. Westfriesland vormt één geheel met dan al een complete ring van dijken eromheen.

De route van vandaag loopt van Alkmaar langs de Omval, Oterleek, Rustenburg, Ursem, Oudendijk naar de IJsselmeerdijk. Er is vrijwel geen wind deze eerste etappe en zo kom ik langs Scharwoude in Hoorn. Tijdens het rijden van een route zoals vandaag, kan ik mezelf geen tijd gunnen om meer te doen dan fietsen, eten en drinken. En heel enkel een foto zo hier en daar. De prachtige binnenstad van Hoorn gaat daarom volledig aan me voorbij. Wel neem ik na het stempelen even tijd voor koffie met wat lekkers bij een voormalige kerk.
De volgende etappe gaat naar Enkhuizen, maar hier heb ik wel wat tegenwind, maar gelukkig staat er weinig wind.
Vanaf Schardam tot aan Medemblik is de Westfriese Omringdijk onderdeel van de IJsselmeerdijken en de dijk is daar ook echt hoger. De kaart uit de 13e eeuw laat zien dat de dijk voor het grootste deel zeewerend moest zijn.
In Enkhuizen is de stempelpost bij de Drommedaris, het 16e eeuwse verdedigingswerk dat oorspronkelijk op de Westfriese Omringdijk stond. De dijk bleef nl. niet statisch op één plek. Zo her en der werd de dijk verlegd of afgegraven, zoals hier in Enkhuizen om een haven aan te leggen.
Op naar Medemblik. De wind zit in de noordoosthoek inmiddels maar is nog steeds goed te doen. Bij Andijk ligt de Proefpolder Andijk, inmiddels vrijwel volledig opgeslokt door recreatiewoningen. Hier werd een klein stukje Zuiderzee ingepolderd in 1926-1927 om ervaring op te doen voor het grote Zuiderzeeproject.
Bij Medemblik zijn er twee grote bouwwerken die de aandacht trekken. Het Stoomgemaal Vier Noorder Koggen uit 1868 en 1907 en het 13e eeuwse kasteel Radboud. Dit kasteel is een zogenoemde dwangburcht, gebouwd mede in opdracht van Floris V. Dat woordje dwangburcht is precies bedoeld zoals het klinkt. Het was een versterkt bouwwerk waarvanuit de bewoners van de streek in bedwang werden gehouden.
In Medemblik neem ik een langere pauze. Ik ben over de helft! Bij het station van de stoomtram stempel ik weer af en dan op naar Schagen. Het eerste deel rij ik met de wind in de rug (wat een geluk!) onder aan de dijk in de Wieringermeer. Dit gebied was rond het jaar 1000 nog land, maar stormen in o.a. de 12e eeuw zorgden ervoor dat het gebied onderdeel van de zee werd. Alleen het eiland Wieringen (op een keileemopduiking) bleef bestaan. In 1927 werd de inpoldering van De Meer, zoals dit stuk Zuiderzee heette, aangevangen.
Net voor Winkel kom ik weer óp de dijk, de Westfriesedijk heet het hier, op naar Kolhorn. Het is een voormalig Zuiderzee-vissersdorp, dat als eerste ondervond wat het betekende als het water voor je deur land werd. Nog steeds is het verleden te zien, met de oude vissersboeten aan de dijk. De naam betekent koude hoek.
Vanaf Kolhorn fiets ik met de wind in de rug (joepie) over de oude dijk richting Schagen, langs de buurtschappen Kreil, Poolland en Keinse. Voor de Grote Kerk in Schagen is de stempelpost. En dan is de laatste etappe aan de beurt. Via de Oudedijk kom ik op de Nieuwedijk. Bij Sint Maarten rij ik over de Westfriese Zeedijk en dan zie ik een stalen toren in de verte. Hier ligt de ruïne van kasteel Nuwendoorn, ook weer een dwangburcht van Floris V.
Vanaf Koedijk fiets ik langs het Noordhollandsch Kanaal op Alkmaar aan. Dit kanaal is gegraven omdat de bevaarbaarheid van de Zuiderzee en dus de bereikbaarheid van Amsterdam in gevaar kwam. Een rechtstreekse verbinding naar de Noordzee kon met de technische middelen van toen nog niet. En zo werd vanaf het IJ richting Den Helder een kanaal gegraven van 80 kilometer lengte, een breedte aan de waterspiegel van 40 meter, een diepte van zes tot zeven meter en een bodembreedte van 10 meter. Het was destijds (1824) het breedste en het diepste kanaal ter wereld.
Bijzonder aan dit kanaal zijn de vlotbruggen. Het was toen nog niet mogelijk om bruggen te bouwen met deze overspanning en veerponten zouden voor veel oponthoud zorgen. De vlotbrug drijft op het water en schuift horizontaal open. De aanbrug blijft liggen en het vlot schuift onder de aanbrug of wordt naar opzij gedraaid, uit de vaarrichting.
Om half vijf meld ik me bij de finish. Ik heb het binnen de tijd gered en 135 km op de teller. We hebben geluk gehad met het weer. De wind zat vrijwel de hele dag in de goede hoek, het was zonnig met grote wolken, her en der viel een buitje, maar niet waar ik fietste.




