Op het station zit ik na te genieten van deze dag. Vol, maar toch niet druk, was het.

Wist je dat op Schiphol kunt starten met een knooppuntenroute? Ik vermoed dat er vanmorgen wat internationale reizigers geweest zijn die niet wisten wat ze zagen. Een fiets? Op de luchthaven? Maar ik loop de passage uit naar rechts, eindje doorlopen en daar kan ik op de fiets en even later heb ik het eerste bordje. Verkeer overal, bussen, auto’s, vliegtuigen, enkele fietsers. Ik koers langs bedrijventerreinen en grote kantoorpanden en dan ineens rij ik langs de Geniedijk.

De Geniedijk is nu een brede groenstrook dwars door Hoofddorp, maar daar was-ie niet voor gemaakt. Twaalf kilometer lang, de Haarlemmermeerpolder in tweeën splitsend, aangelegd tussen 1888 en 1903 als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Op diverse plekken staan forten en batterijen, maar de dijk is niet meer één geheel, onderbroken als het is door wegen, vaarten en een spoorlijn.

Bij het Fort bij Vijfhuizen draai ik de dijk langs de Haarlemmermeerpolder op. De dijk heet naar het museum dar ik wil bezoeken: Cruquiusdijk.

Cruquius is wel een bijzondere naam, hè? Het gemaal is vernoemd naar Nicolaas Cruquius. Hij kwam ter wereld op Vlieland in 1678 als Claas Kruik. Landmeter, meteoroloog avant la lettre, sterrenkundige, opziener van het hoogheemraadschap én bedenker van een (niet uitgevoerd) plan om de Haarlemmermeer droog te leggen.

Het meer is niet alleen een vijand. Leiden heeft visrechten op dit meer, Haarlem int tol op het vervoer over het water, het heeft een transportfunctie en is dus belangrijk. Maar dat afslaan van de oevers wordt steeds zorgelijker.

Er zijn wel plannen (zoals van Cruquius en nog eerder van Leeghwater) om met molengangen het meer droog te malen, maar het meer is zo groot dat er 40 molengangen van vier molens ieder nodig zouden zijn. En deze kunnen alleen maar water uitslaan als het waait.

Pas in 1836 wordt het besluit genomen. Onder koning Willem I die het welletjes vindt na een aantal zware stormen. Molens worden het niet, maar wel Engelse stoommachines. De gemalen De Leeghwater in Buitenkaag, De Lynden in Lijnden en De Cruquius in Cruquius.

Bijna sprookjesachtige gebouwen, zeker de Cruquius met zijn gekanteelde ronde toren met acht balansarmen waarmee de zuigers werden aangedreven. De neogotische ramen laten het bijna op een kerk lijken, maar niets is minder waar. In het ketelhuis aan de weg moet het een heidens kabaal geweest zijn. De zes grote stoomketels zijn niet meer. Ze zijn verschroot na de sluiting in 1933, zoals er ook sloop dreigde voor het markante gebouw. In het ketelhuis staan nu drie voorkanten van stoomketels om een beeld te geven.

Een beter beeld krijg ik in de machinekamer, in de toren van het gemaal. Hier staat de grootste stoommachine ter wereld. Acht balansarmen van ieder 10.000 kilo worden aangedreven door de machine met daarboven een contragewicht van 80.000 kilo.
En het mooiste is dat de machine gaat draaien. Uiteraard niet op stoom, nee, hydraulisch. En vol verbazing kijk ik naar moeiteloze aandrijving van de balansarmen.

Ik ga nog snel even het museum in dat gewijd is aan de droogmaking van de Haarlemmermeer, en dan stijg ik weer op mijn fiets. Langs de Ringvaart kom ik bij Bennebroek, Hillegom, Beinsdorp, Lisserbroek en Lisse om bij Sassenheim langs de A4 te fietsen. Ik ben nl. op weg naar Huys te Warmont.

Net voor Warmond sla ik af naar het bos dat bij dit kasteel hoort. Ik loop over de slingerende boslaan naar het huis en ineens staat het voor me. Roomkleurig gestuct, vier torens, in een U-vorm rondom het grote voorplein. Een 17e eeuws buitenhuis, zou je denken.
Maar dat is dus niet zo.

Het oudste deel van het huis is de donjon uit begin 14e eeuw. Daar word ik ontvangen, samen met nog enkele andere gasten. Een uitgesleten trap, een oude stenen vloer, dikke muren, dat is er allemaal nog.
Het was in de 14e eeuw eigendom van de heren Van Warmond, de Van den Woudes. In 1525 kwam het via de erfdochter in bezit van de Van Duvenvoordes. Deze breidden het kasteel met wat nu de westvleugel is. Een Van Duvenvoorde was betrokken bij het beleg van Leiden als legerleider aan Oranje’s kant en dat resulteerde in verwoesting van het kasteel. Het werd hersteld met stenen van een eveneens verwoest klooster en het werd uitgebreid met een noordvleugel en een oostvleugel met een ronde toren.

In 1774 is het in kasteel in handen van baron Cornelis Pieter van Leyden en hij is degene die er dit prachtige buiten van heeft gemaakt. Alles werd in neoclassistische stijl verbouwd. Alles werd symmetrisch gemaakt. Om de ronde toren werd een vierkante gebouwd. De donjon werd korter gemaakt. Er kwam een voorhal. En om de symmetrie te handhaven werden op sommige muren nissen gemaakt om de ramen op een vergelijkbare muur te weerspiegelen.
De buitenmuren verdwenen onder de roomkleurige stuclaag. Logich, want hieraan is de hele bouwgeschiedenis af te zien: kloostermoppen, dichtgemetselde deuren en ramen.

Ik loop nog even rond over het terrein voor ik mijn fiets op zoek. Ik stap in Leiden op de trein en ga in Gorinchem nog even naar een orgelconcert. Sietze de Vries speelt in de Grote Kerk een fraai grotendeels Frans programma. Ravel, Franck en Fauré, met vooraf een barokimprovisatie op Psalm 1 en als afsluiting een Frans-romantische improvisatie op Psalm 139.


Plaats een reactie