In de Kop van Overijssel ligt Steenwijk, een oud stadje genoemd naar de vele stenen die in het glooiende landschap gevonden zijn, maar waarover weinig oude schriftelijke bronnen bekend zijn. Omdat in 1523 de stad afbrandde, met dank aan de Gelderse troepen van Maarten van Rossum.

Het nu oudste gebouw is de Grote of Clemenskerk, met een toren van 87 meter hoog. Het koor van de kerk dateert uit 1409 en is daarmee het oudste deel van de kerk. De eerste steen van de toren werd in 1466 gelegd. De toren diende als baken voor de vissers op de Zuiderzee. In 1511 was de toren klaar. De muur van de eerste verdieping is maar liefst 2.70 meter dik.
Als we op de Markt van Steenwijk koffie mét hebben gehad, blijkt de kerk open te zijn. Binnen zijn er prachtige gewelfsschilderingen te zien op de houten en stenen gewelven. In het koor liggen en staan grafplaten. Bij de staande blijkt hoe dik zo’n plaat kan zijn.

Steenwijker ligt aan de Steenwijker Aa dat in het verleden in de stadsgracht uitkwam. Die stadsgracht volgen we een tijd tot we bij de hoge vestingvallen komen. Daar staat het doel van onze reis van vandaag.

Villa Rams Woerthe.
Die merkwaardige naam eerst maar even uit de doeken doen. Woerthe is een oude benaming voor weiland en dat weiland was ooit bezit van de Steenwijker burgemeester Ram. Zie daar.
Het gebouw staat aan het begin van een langgerekt park van wel 10 hectare, met paden, een lange slingerende vijver, doorkijkjes, brugjes, een muziekkoepel, een theehuis en een hertenkamp.

De voorkant van het pand oogt wat streng, donkere bakstenen, betonnen raamomlijstingen, maar eenmaal aan de achterzijde, in het park, kijk je uit op een roomkleurig gestucte gevel. Van 1919 tot 2016 was het het gemeentehuis van Steenwijk. Nu niet meer en voor 1919 ook niet.

Het werd gebouwd door een schatrijke houthandelaar uit Steenwijk, Jan Hendrik Tromp Meesters en zijn vrouw Anna Catherina (Annet) Fresemann Viëtor. Zij wilden buiten wonen, in een villa die bij hun stand paste. Maar wel voorzien van de nieuwste snufjes. Jan Hendrik liep hierin voorop. Hij had in Steenwijk als eerste electriciteit, een telefoon, een auto. Én deze villa.

Het echtpaar schreef een prijsvraag uit voor hun te bouwen villa en de opdracht werd gegund aan het bureau Van Gendt uit Amsterdam, die ook het Concertgebouw heeft gebouwd. Niet de eerste de beste, kun je wel zeggen. En zo staat hier in Steenwijk een juweeltje van de Jugendstil.

Bij de voordeur moeten we aanbellen en dan wordt opengedaan. En meteen wordt je ondergedompeld in de sfeer van ruim 125 jaar geleden. Op de muren in zachte pasteltinten schitterende schilderingen, achter ons het ronde voordeurraam met glas-in-lood. Dan de marmeren trappen op naar de centrale ‘hall’. Inderdaad op z’n Engels uit te spreken. Bouwheer en architect hadden een grote interesse voor het Engelse landhuis. Dat verraadt ook de inrichting. Rondom de hall liggen de salon met een tropische kas, de woonkamer met serre, de eetkamer met toegang tot het terras en de herenkamer.

We krijgen een audiotour mee en gaan op pad. Het is een museumhuis en dus mogen we op de stoelen en banken gaan zitten, kasten en lades opentrekken, gewoon alsof we er thuis zijn. Heel bijzonder!

De schilderingen uit het voorportaal worden voortgezet in de hall. Overal keert het thema natuur terug. De zaaier en de maaier, de schovenbindster, een verdieping er boven een dorser en een wanner, een molenaar en een bakker, twee hanen met de opkomende zon. En het grote raam boven de voordeur is een uitbarsting van bloemen, planten, vissen, vogels, engeltjes. Twee kinderen met drie zwanen aan de lijn staan in het midden. Thema? Lente, lente in het land.

We lopen van kamer naar kamer, verbazen ons over de kleuren van behang, schilderwerk, stoffering. Kleuren die niet bij elkaar zouden moeten passen, motieven overal waardoor je verwacht dat het schreeuwerig zou aandoen, overal vazen en klokken. En gek genoeg is het huiselijk en gezellig.
In de eetkamer krijgen we een versnapering aangeboden, alsof we te gast zijn bij de familie. We zitten op het terras en kijken uit over het park terwijl we van een versgebakken kniepertje knabbelen. De familie had het goed, hier.

In de herenkamer, de kamer van meneer, is te zien hoeveel restauratie er nog nodig is. Maar ook hoeveel werk en tijd er gaat zitten in het bepalen van het kleurpalet, het behang, de schilderingen op het plafond (op papier maché!).

Zo’n landhuis runt zichzelf niet en dus was er heel wat personeel nodig. Vandaar denk ik dat Vereniging Hendrick de Keyser dit pand aanbeveelt als het Downton Abbey van Overijssel. Er was een chauffeur/knecht, een tuinbaas met 16 tuinknechten, een gouvernante, een naaister, dienstmeisjes, noem maar op.
Op het terras kreeg je echt het gevoel dat je maar hoefde bellen en de butler of een dienstmeisje zou je wensen komen vervullen.

De familie heeft er maar kort kunnen wonen. In 1899 was het huis klaar. In 1908 overleed Jan Hendrik. Annet wilde er niet blijven wonen en in 1917 verkocht ze het pand aan de gemeente Steenwijk die er in 1919 het gemeentehuis in vestigde.

Als we klaar zijn met de audiotour kunnen we nog verder. Want het pand bevat ook nog het Hildo Krop museum. Hildebrand Lucien werd geboren in Steenwijk in 1884 als zoon en beoogd opvolger van een Steenwijkse bakker. Via moeders kant kwam hij uit een kunstzinnige familie, maar hij volgde de opleiding tot banketbakker, werkte in België, Frankrijk en Italië. In Engeland werd hij privékok en daar werd zijn talent ondekt.
Terug in Nederland besloot hij kunstenaar te worden.

In het museum staan voorbeelden van wat hij gemaakt heeft. Hij was vooral beeldhouwer, maar kon met van alles uit de voeten. Tekenen, schilderen, keramiek, glas-in-lood, meubels maken, tafellopers en vloerkleden ontwerpen.

Als ik het filmpje over zijn leven bekijk, weet ik waar ik zijn werk heb gezien. Hij is nl. stadsbeeldhouwer van Amsterdam geweest en veel ornamentiek op de bruggen is van zijn hand. Een heel kenmerkende stijl, waarin je wel herkent wat er is afgebeeld maar altijd is het in een minimalistische of gestyleerde vorm.

Na zoveel kunst zit ons hoofd vol en dus lopen we verder over de stadswallen en vandaar naar de Markt. Daar staat het oude stadhuis en latere kantongerecht uit begin 19e eeuw. Prima plek om met een hapje en drankje deze kunstzinnige ontdekking te overdenken.


Plaats een reactie