Vandaag ben ik op stap in het land van mijn jeugd. Met de trein naar Hoogeveen en dan op de fiets langs bekende wegen naar mijn geboortedorp voor familiebezoek. Na een paar lekkere pannenkoeken heb ik voldoende energie voor een straffe tocht naar Ommen. Het miezert zo nu en dan flink, de wind (windkracht 4) heb ik de eerste kilometers strak tegen.

Vanaf mijn geboortedorp is het flink trappen geblazen, over de rechte wegen van de veenkoloniën. Ik kom door Elim en dan door Schuinesloot, genoemd naar een sloot die schuin op een ontginningsas liep, en dan net boven Slagharen langs naar Drogteropslagen. In de veenkoloniën werden wijken (vaarten) gegraven op een vaste afstand van 90 meter, soms 180 meter. Die breedte werd een slag genoemd. En hier lopen de slagen op de buurtschap Drogt aan.
Ik zie de watertoren van Lutten en dan ben ik op de Tottenhamstraat van Dedemsvaart. En die heet echt naar Tottenham in Noord-Londen. Een plaatselijke kweker trouwde eind 19e eeuw met Margaret Ware uit Tottenham. Hun huis heet ook zo. Grappig, zoiets.

Vanaf hier fiets ik in een vrijwel rechte lijn richting Rheeze, over een vroegere wijk, nu een langgerekt fietspad omzoomd met bossen. Heerlijk, even geen tegenwind.
Bij de grote weg sla ik af richting Ommen, mijn doel van vandaag.
Ik passeer de tunnel Witte Paal, genoemd naar de historische grenspaal die de vroegere Hessenweg markeerde. De paal heeft nu een centrale plek op de rotonde.
Even verder is uitspanning De Hongerige Wolf, één van een aantal herbergen dat de stad Ommen langs de Hessenwegen liet stichten. Niet zozeer voor ’s voerlui’s natje en droogje, maar vanwege de inkomsten die rechtstreeks in de stadskas belandden.
Net voor Arriën is er nog een -verbouwd- voormalig tolhuis met tarievenbord. En dan ben ik in Ommen.

In het voormalige stadhuis (bouwjaar 1828) aan de Vecht is het Tinnen Figurenmuseum gevestigd. Ik had wel eens ergens gelezen dat iemand als Napoleon aan de militaire school met behulp van tinnen soldaatjes militaire strategie leerde. En daarom dacht ik dat dat ook de reden van het bestaan die figuurtjes was.
Maar nee, niet waar.

Meteen al bij de receptie kun je je vergapen aan de prachtigste opstellingen van allerlei tinnen figuurtjes. Een kermis, een krokodillenjacht, soldaten op mars, stierenvechters.
Maar veel van deze figuurtjes zijn plat, niet zo mooi rond en gedetailleerd als ik ze wel eens heb gezien.

Het was dus 19e eeuws speelgoed, dat tot in de tweede helft van de 19e eeuw alleen maar plat werden gegoten. Hoewel prachtig om te zien, zijn ze kwetsbaar, vallen ze makkelijk om en ze geven de werkelijkheid natuurlijk niet echt weer.
Tingieters kunnen dan nog niet goed 3D figuurtjes gieten. De uitstekende delen kwamen niet goed uit de gietmal.
Maar men ontwikkelt wel door. Er komen halfronde figuurtjes, minder gedetailleerd en dus minder kwetsbaar, maar daardoor heel geschikt als kinderspeelgoed.
Met die platte en halfronde figuurtjes werden allerlei voorstellingen uit de wereldgeschiedenis en de wereldcultuur gemaakt. Zeg maar het Playmobil of de Lego van die tijd.

Centrum van de productie is rond 1900 Duitsland. Alleen al rond Neurenberg produceren 63 werkplaatsen 40 miljoen figuurtjes per jaar. En dat kunnen hele kleine maar ook best wat grotere zijn.
En dat gieten is ook nog een heel precies karwei. Voor de platte figuurtjes moesten twee perfect geslepen leistenen tot een mal worden gemaakt, met daarin gegraveerd het figuurtje. Voor ieder uniek figuurtje was zo’n mal nodig.

Hoe wordt zo’n tinnen figuur gemaakt? Voor het gieten wordt de vorm verwarmd en bestrooid met talkpoeder (om het gietmetaal beter te laten stromen, het figuurtje makkelijk te lossen en de zilveren glans te behouden). De temperatuur van het tin is ca 280 °C. Via de gietsleuven wordt de vorm gevuld. Na het lossen uit de vorm moet het figuurtje worden ontbraamd (de scherpe kantjes er afhalen).
Tegenwoordig zijn er gietvormen van allerlei materialen zoals aluminiuem, hard rubber en siliconen maar nog steeds worden leistenen gietvormen gemaakt.

Wat is tin? Het wordt ook wel “Het zilver van de kleine man’ genoemd en bestaat uit Tin, (licht en zeer buigzaam) Koper, (voor de taaiheid (vroeger lood)) Antimoon, (voor de hardheid en het voorkomt krimp tijdens het afkoelen) en Bismuth (verlaagt de smelttemperatuur). Tin en koper zijn metaalertsen, die in mijnen worden gedolven. Antimoon en bismuth worden afgescheiden uit andere metaalertsen. Er worden ook wel figuurtjes gemaakt van ander materiaal zoals lood, composiet, papier, plastic en kunsthars, maar tin is het meest in trek, omdat in tin de fijnste details te gieten zijn.

Het museum bezit een immense collectie. Ik lees ergens 120.000 figuurtjes maar op een andere plek 200.000. Hoe het ook zij: in het museum kun je allerlei momenten uit de wereldgeschiedenis in diorama-vorm bekijken. Vooral dankzij ene meneer Wieringa. Hij maakte in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw prachtige voorstellingen. Hij ging daarmee ook het land door, zelfs voor de klas van de kleine prinses Beatrix heeft hij een geschiedenisles mogen verzorgen.
Zijn diorama’s zijn historisch verantwoord en voorzien van een plattegrond. Egypte, Karel de Grote, de Vikingen, Jezus aan het kruis, de Opstanding, Alexander de Grote, een riddertoernooi in Haarlem, eigenlijk te veel om op te noemen.

Drie veldslagen zijn in het museum opgezet. De slag bij Ane uit 1227 (een drietal diorama’s), de aanval van Verdugo op Coevorden (beslaat het middendeel van een zaal) en het hoogtepunt: De slag bij Waterloo, 18 juni 1815.
Alsof de slag vandaag plaatsvindt, hoor je een reportage over die dag. Duizenden kleine tinnen soldaatjes staan in carré of in linies opgesteld. Aanvoerders op steigerende paarden, kanonnen, lansiers, tot in het kleinste detail is het weergegeven.
Wellington, Napoleon, Blücher, Uxbridge, Ney: je ziet hun maneuvres aangelicht worden. De Keizerlijke Garde wordt in de strijd geworpen en moet zich terugtrekken, de garde die nog nooit verslagen was.
Dan dooft het licht en kan ik terug naar beneden.
Ik ben eigenlijk een beetje overdonderd, door de hoeveelheid figuurtjes en de details. Geeft niet, heb ik een reden om nog eens terug te komen.

Trouwens, het is niet alleen maar oorlog wat de klok slaat. Er is ook een collectie klederdrachtfiguurtjes. De Gouden Koets op Prinsjesdag, het Muiderslot. Ik zei toch dat het veel was…

Waarom tin?
Tin werd vooral gebruikt voor eet- en drinkgerei, borden, bekers en kannen. Ook werd hiervoor aardewerk gebruikt. Met de komst van de stoommachine kon men snel en goedkoop produceren en kwam er steengoed op de markt: gebakken op een hogere temperatuur en sterker. Iedereen kon zich een servies van steengoed veroorloven en zo verloren tingieters hun klanten.
Omschakeling werd noodzakelijk. Rond Neurenberg, al eeuwen het centrum van productie van en handel in kinderspeelgoed, gingen de tingieters platte, relatief grote tinfiguurtjes gieten. Het beschilderen werd door huisvrouwen uit de omgeving gedaan.


Plaats een reactie