Ik bleef even hangen in Stadskaffee Laurens (het voormalige politiebureau) om foto’s te maken van het mooie interieur, maar ben ik op tijd bij het Waagplein. Bij de Waag wordt stipt om10 uur de kaasbel geluid en dan gaat het beginnen. De kaasmarkt. In Alkmaar. De oudste en de grootste ter wereld, en als een toeristische attractie in stand gehouden.

In 1365 is er één kaasweegschaal, in 1612 maar liefst vier. Nederland is kaasland bij uitstek omdat na de grote Ontginning vanaf de 10e eeuw grote delen van het ontgonnen land inklonken en alleen nog geschikt bleken als veenweidegebied. En waar koeien zijn, is melk. En kaas.

Terzijde: men vermoedt dat kaas per ongeluk ontdekt of ontstaan is, zo’n 6000 jaar geleden. Nomaden namen melk mee in varkens- of rundermagen. Door het schommelen tijdens het transport en de inwerking van de enzymen in de magen stremde de melk en ontstonden de eerste kaasjes.

De Waag in Alkmaar was ooit de kapel van het Heilige Geest Gasthuis, nu VVV en kaasmuseum. Maar nog steeds zijn er twee grote weegschalen. En daar moeten alle kazen naar toe. Alle 30.000 kilo.

En daar komt heel wat bij kijken! In 1593 werd het kaasdragersgilde opgericht, met in totaal vier vemen of draaggroepen, te herkennen aan  de kleur van hun strohoed: rood, geel, groen en blauw. En hun witte uniform. Ook hun berries hebben de kleur van de strohoed.

Vanmorgen vroeg hebben de kaasszetters (blauw gekleed) alle 2400 kazen in rijen op de markt gezet. En ja, dat zijn echte kazen,  geleverd door de sponsors van de markt. Vandaar ook de kaasmeisjes die kaasproducten proberen te slijten.

Als om half 10 alle kazen gezet zijn, houdt de kaasvader, het hoofd van de kaasdragers (oranje hoed en zwarte wandelstok), appèl. Is iedereen er? Dan volgt toewijzing.

En dan begint het. De felgekleurde berries worden volgestapeld door de kaaszetters. Acht kazen (zo’n 100 kilo) en de berrie weegt ook nog 25 kilo. Een drager gaat er voor staan, eentje er achter. Ze haken de draaglussen om de bomen van de berrie en daar gaan ze. In een heel merkwaardige pas (de kaasdragersdribbel) rennen ze bijna naar de Waag.

Snel wordt er gewogen, ze rennen terug en hup, de kazen worden in de handkarren gestapeld. In grauwbruin geklede mannen brengen de karren zo snel mogelijk weg naar een vrachtwagenin de buurt. Ik probeer even te tellen en er liggen 32 kazen op een kar: zo’n 400 kilo!

Alle kaas wordt officieel verhandeld en daarom staat in de Waag de tasman: de man met de tas met geld. Hij is het die alle geldstromen in goede banen moet leiden. (Weten we gelijk hoe Abel Tasman aan zijn naam kwam!)

En natuurlijk moet de kaas gekeurd! Daarvoor lopen mannen in witte jassen rond die steekproeven nemen. Letterlijk! Een kaasboor wordt in de kaas gestoken om een staafje kaas te verkrijgen. Proeven en ruiken natuurlijk, maar ook de vorm en consistentie zijn belangrijk. Na keuring wordt de kaas verkocht, waarbij de koop met handjeklap wordt bezegeld. Helaas krijg ik dat ritueel niet te zien. Niet erg. Heb het vaak genoeg gezien bij de verkoop van vee door mijn vader.

Vandaag is een dag met van alles en nog wat, want nu loop ik langs de prachtige huizen en grachten van Alkmaar naar de Kapelkerk. Deze middeleeuwse kerk staat op de plek van vroegere Sint-Janskapel, vandaar de naam. Hier is om 11 uur een orgelconcert op het Müller-orgel uit 1762 (zusje van het grote orgel in Haarlem) en daar wil ik even bij zijn. Arjan Breukhoven vertelt dat hij bewust geen Bach, Brahms of Buxtehude heeft gekozen, maar alles van opera tot popmuziek. Een stuk uit Figaro, Schindlers List, Nimrod, West Side Story, de Libertango. Slotstuk Queen’s Bohemian Rapsody. Ik zit in de bank te genieten. Heerlijk, zo kan een orgel ook klinken! Onder de toegift (ABBA) ga ik weer verder.

Ik ga snel naar het Kaasmarktconcert. In de Grote Sint-Laurenskerk om 12 uur speelt Frank van Wijk op beide orgels: eerst het koororgel, het oudste nog bespeelbare orgel van Nederland, oorspronkelijk uit 1511. Hierop wordt o.a. Sweelinck gespeeld. Een kleine verhuizing later zit ik bijna onder het Van Hagerbeer/Schnitger-orgel uit de 17e en 18e eeuw. Van Wijk speelt hierop drie stukken van Bach met de beroemde Toccata BWV540, met die fameuze liggende pedaaltoon en de pedaalsolo.

Ik pak mijn fiets en ga dan op pad naar Bergen. Ik heb met knooppunten een route uitgezet naar Bergen, Bergen aan Zee, Egmond aan den Hoef en Egmond aan Zee.
Het is prachtig fietsweer, zon, sluierbewolking, niet te warm, alleen wel veel wind die me later toch wel parten gaat spelen.

Ik kom door Bergen (met de schilderachtige Ruïnekerk) en dan naar Bergen aan Zee (een klein stukje van het fietspad loopt over het tracé van de voormalige tramlijn Alkmaar-Bergen aan Zee). Ik heb tot aan Bergen aan Zee veel door de bossen gefietst, al voelde ik wel dat ik in de duinen fietste (en op en neer…). Maar nu ga ik echt de duinen in: het Noordhollands Duinreservaat. Ik koop een dagkaartje en dan fiets ik richting Egmond.

Vorig jaar was ik ook in Egmond aan den Hoef geweest en ga nu toch even van de route af. En ja, de kapel is open en ik wip even binnen. Het bezit prachtige glas-in-loodramen uit 1634. Tegenover de fundamenten van het Slot staat het voormalige gemeentehuisje uit midden vorige eeuw. Nu een multifunctionele ruimte met o.a. een klein museumpje. Vandaag is er aandacht voor de Egmondse school, een groep schilders die de Amerikaanse schilder George Hitchcock navolgde. Hij was in Egmond gaan wonen en maakte prachtige sfeervolle schilderijen van de omgeving en van de mensen.

Ook in het museum allemaal tekeningen van het slot. Het was opzettelijk vernietigd zodat de Spanjaarden bij het beleg van Alkmaar het niet konden gebruiken als uitzichtspunt of vluchtplaats. Dit gold idem voor de Abdij van Egmond, een paar kilometer verderop in Egmond binnen. De Abdij is herbouwd, het slot niet, hoewel er wel wat werd gerestaureerd.
Op enig moment werd het een steengroeve voor de dorpelingen en bleef er behalve een stukje van de Rentmeesterstoren niets meer over. Ik zie een luchtfoto begin vorige eeuw. Je ziet onder het gras de contouren van het slot. Dat was het.
Maar het waterbedrijf liet in het kader van de werkverschaffing een groep mannen de fundamenten ontgraven, alle stenen verzamelen en de fundamenten met beton ophogen. Vervolgens werden de verzamelde stenen tegen dat beton gemetseld. Een archeologische doodzonde kun je dat zeker wel noemen.

Hier aan de kust is de Atlantikwal nooit ver weg. Net voor Egmond aan den Hoef in een geitenweitje is nog een tankversperring te zien. Driehoekige betonnen blokken met variabele hellingshoeken. Eén ding blijft kriebelen: die betonnen driehoeken met de padnamen in het duinreservaat, is dat een vorm van recycling? Ik moet je het antwoord schuldig blijven.

Ik maak een omweg naar Egmond aan Zee en ga dan weer de duinen in. Bij Castricum vind ik het welletjes geweest. De tegenwind is behoorlijk en ik heb veel gedaan. Ik ga het station opzoeken. Op naar huis!


Plaats een reactie