Beperkt! Dat is de eindconclusie van de reeks lessen over mythische wezens.

Vanavond is de laatste les alweer van de cursus Mythische wezens. De docent vertelt over een soort hallucinatie die hij had tijdens een slaapverlamming. Iedereen is tijdens een deel van de slaap verlamd om zichzelf geen pijn te kunnen doen. Sommigen hebben de verlamming niet en gaan bijv. slaapwandelen, anderen hebben die verlamming nog terwijl ze wakker worden. Op dat moment kunnen droomflarden als compleet echt voor je komen te staan.

Cultuur als bronhypothese
De ervaringen die je hebt worden ingekleurd door de cultuur waarin je opgroeit, door de volksverhalen die verteld worden. Zo bezien bepaalt de cultuur wat en hoe je iets ervaart.

Ervaring als bronhypothese
Hierbij wordt gesteld dat een volksverhaal ontstaat uit een ervaring. Zo bezien legt een cultuur vast wat en hoe je iets ervaart.

Al onze ervaringen worden vastgelegd in diverse genres.

Fictieve genres
* moppen
* raadsels
* liederen (soms)
* sprookjes

Niet-per-se-fictieve genres
* legendes
* sages
* liederen (soms)
* mythes

Bij het woord mythe is een betekenisverschuiving opgetreden. Tegenwoordig betekent het woord mythe per definitie iets dat fictief is, een verzinsel. Het was van oorsprong een verhaal over gebeurtenissen en handelingen uit een onbepaald verleden, vaak bevolkt door goden, helden en vreemde wezens. Het bevat waarheden die zin- of betekenisgevend zijn, of leerzaam en instructief voor de mens binnen de gemeenschap waarin de mtyhe wordt overgeleverd.
Als zodanig is een mythe helemaal geen verzinsel of fictief.

2005
In de zomer van 2005 deed een verhaal over een poema de ronde. Deze zou gespot zijn op de Veluwe. Het was zomer, dus komkommertijd in het nieuws, en het werd voorpaginanieuws. Waarom? Omdat het mogelijk zou kunnen zijn. Het was niet contra-intuïtief. Het bleek uiteindelijk een grote zwarte zwerfkat te zijn die vanuit een perspectief was gefotografeerd waarbij de verhoudingen onduidelijk waren.

Realmaking
Mytische wezens zijn fenomenologisch echt en Tanya Lyhrmann heeft onderzoek gedaan naar evangelicale kerken in de Verenigde Staten van Amerika. En zij ziet bepaalde zaken waardoor God echt is voor kerkgangers en zij noemt dat realmaking
* alledaagse wereld vs paracosmos (de onderling gedeelde wereld waarin God bestaat)
* opvoeding vs aangeboren talent (sommige mensen lijken meer of betere antennes te hebben om iets op te vangen)
* speciale vormen van aandacht op micro-processen (de kerkdienst als stiltemoment, het bidden waarbij je bepaalde zintuigen niet gebruikt waardoor andere beter of anders gebruikt kunnen worden, meditatie, muziek)
* parasociale relaties (de verbinding tussen de mens en God)

Maar het is niet alleen fenomenologisch. Sommige mensen willen per se materieel bewijs zien of hebben, vandaar zoektochten naar het monster van Loch Ness, Big Footh, de Yethi en andere wezens door cryptozoölogen.
Verklaringen uit de echte wereld worden niet of niet altijd geloofd. Voorbeeld is het Roswell incident uit 1947 in de Verenigde Staten van Amerika. Er zou een vliegende schotel zijn neergestort, maar het bleek een weerballon te zijn. In 1978 werd het vliegende-schotelverhaal nieuw leven ingeblazen. Het zou toch een ruimtevaartuig zijn geweest. Defensie verklaarde dat het een spionageballon was geweest, nog weer later een cockpitdummy met etalagepoppen voor een test. Dit zorgde ervoor dat men niet meer geloofde in de verklaringen van Defensie, maar die juist als bewijs zag voor het verhaal dat er een echt ruimtevaartuig was neergestort, en dat de overheid dit geheim wilde houden.

Hier zitten we aan de rand van de complottheoriën, waarbij een simpele verklaring voor een complex probleem geloofwaardiger wordt geacht dat een genuanceerde, moeilijke en vaak ook lange verklaring.

Piramides
Er zit ook een racistisch kantje aan het niet willen geloven van genuanceerde verklaringen, zoals bijvoorbeeld bij de piramides. De Xi’an Piramides in China, de Teotihuacan Piramides in Mexico en de Grote Piramides in Egypte lijken in hun opstelling verdacht veel op de constellatie van de sterren van Orion.
Er werd (wordt) gedacht dat deze wel door buitenaardse wezens gemaakt moesten zijn. Hoe anders konden culturen zonder onze uitmuntende instrumenten dit hebben kunnen bedenken?
Daar zat een gedachte onder dat als witte mensen het (nu) niet konden, dat het dan wel aliens moesten zijn geweest. Hierin werd (wordt) voorbijgegaan aan de hoogstaande culturen in andere niet-witte delen van de wereld.

Samenvatting:
Wat komt eerst: de ervaring of de cultuur? Sommige genres van volksverhalen lenen zich beter voor het bevragen van de waarheid dan anderen. Veel wereldbeelden maken mythische wezens echt. Maar soms doet een fenomeen iets materieels en dan wordt het lastig.

Echt of niet echt
Als laatste gaan we met elkaar in discussie over het al of niet bestaan van mytsische wezens.
Bestaat deze tafel? Ja, zeker. Bestaat de economie? Nou en of. OK, wijs de tafel aan en wijs de economie aan. En daar stuiten we op onze beperktheid. Zelfs iets waarvan we zeker weten dat het bestaat (de economie) kunnen we niet aanwijzen.

Hoe kunnen we er dan zeker van zijn, dat iets anders dat niet is aan te wijzen, wel of niet bestaat? We zijn beperkt in ons waarnemen.
We wisten zeker dat een eenhoorn niet bestond en ineens bleken er neushoorns te zijn. Zie daar ons beperkte voorstellingsvermogen.

Ook onze taal is beperkt. Als jouw ervaringen jouw of andermans taal te boven gaan, hoe leg je dan uit wat je hebt ervaren? En dan is het voor jou wel echt, maar niet voor een ander.


Plaats een reactie