Vandaag probeer ik pontjes te verzamelen, pontjes, geen pondjes. Langs de Maas worden drie dagen lang de Pontjesdagen gehouden. Je kunt gratis meedoen, een route van de organisatie volgen of, zoals ik, een eigen route knutselen.
Het is schitterend weer, de wind is oost, tenminste dat was gisteren voorspeld en zo fiets ik in het zonnetje naar de Maas.
Vierlingsbeek-Bergen
Festina Lente heet de pont die me van Vierlingsbeek naar Bergen brengt. Haast u langzaam betekent dat. Goed voornemen voor vandaag. Zoals vele veerverbindingen in Nederland, bestaat deze al heel lang. Na 1300 moet er hier voor het eerst een overzetveer geweest zijn. Kleinschalig uiteraard, een roeiboot en alleen voor voetgangers. Later werd het ook mogelijk karren, vee en goederen over te zetten.
Nu is het een autopont, ook geschikt voor grotere voertuigen
Afferden-Sambeek
Iets verderop ga ik alweer terug naar de Brabantse kant, via het veer Afferden-Sambeek. De pont heet heel prozaïsch Pierre II. Ook een verbinding die al heel lang bestaat, sinds de middeleeuwen.De Heer van Afferden had het veerrecht en dat verpachtte hij aan de veerbaas.
Rond 1500 lag ongeveer een kilometer stroomafwaarts nog een veer, de Sambeker Staay. Dit werd afgekocht door de heer van Afferden, maar in 1711 begon ene Claes Peters een nieuw veer. Zijn pont werd door de heer van Afferden letterlijk aan de ketting gelegd in de slotgracht van het kasteel.
Maasheggen
Ik fiets door het Maasheggengebied, net te laat voor de bloei van de meidoorn en sleedoorn. De Maasheggen zijn het oudst bewaard gebleven cultuurlandschap van Nederland en zijn een UNESCO Biosfeergebied.
Het landschap is van oudsher verdeeld in kleine percelen, van elkaar gescheiden door meidoorn- en sleedoornheggen. Door de struiken half door te zagen en de takken naar opzij te leiden, ontstaan nieuwe scheuten op het gezaagde deel. Zo ontstaat een zeer dichte heg.
Voor vee is het onmogelijk hier doorheen te komen, en de doornstruiken hebben venijnige doorns.
Ook roofdieren blijven buiten en als het onderliep/-loopt vangen de heggen slib op. Het vlechten van de heggen wordt al duizenden jaren gedaan, en de Romeinen hadden het er niet zo op. Ook hun legers kwamen hier niet doorheen.
Over Romeinen gesproken, ik fiets vanaf hier tot aan Cuijk over de Via Valentiniana, onderdeel van de drukke Romeinse verkeersroute van Tongeren via Maastricht naar Nijmegen.
Boxmeer
Bij Boxmeer waren vroeger twee veerverbindingen, het Groot of Boxmeersche Veer en het Klein of Mazenburgs Voetveer. Beiden zijn niet meer, sinds de Maaskanalisatie de kleine meanders heeft afgeneden en er twee riviereilanden zijn ontstaan. Vlak hiervoor ligt het stuw- en sluizencomplex Sambeek, opgeleverd in 1929, toen de Maaskanalisatie was voltooid.
Duits Lijntje
In de verte zie ik de verkeersbrug over de Maas naar Gennep. Deze vakwerkbrug stamt uit 1955 en is een opvolger van de spoorbrug uit 1873. De spoorlijn Boxtel-Wesel, het Duits Lijntje genoemd, stak hier de Maas over. Beetje een hoofdpijndossier, want bij een mogelijke oorlog zou Pruisen zo de Maas kunnen oversteken. Reden om in de derde pijler een mijnkamer aan te leggen waarmee de brug in geval van oorlog kon worden opgeblazen.
Het was een enkelsporige brug, met noordelijk bredere pijlers zodat een tweede spoor kan worden aangelegd.
In 1972 rijdt er voor het laatst een trein over de brug en in de jaren daarna wordt de spoorbrug afgebroken. Nog altijd kun je zien waar de spoorbrug gelegen heeft.
Oeffeltsche Veer
Tot de verkeersbrug werd geopend stak alle verkeer de Maas over met het Oeffelsche Veer. Volgens de overlevering was hier in de 14e eeuw al een veer en in de 17e eeuw is er een veerhuis. Het huidige veerhuis is jonger en een mooie pleisterplaats.
Ik zit op het terras, zicht op de Maas, cappuccino met wat lekkers. Ik doe het er voor.
Sint Agatha
Nog maar een paar kilometer en ik zit in Sint Agatha, een klein dorp dat vernoemd is naar het ernaast gelegen Kruisherenklooster of Klooster Sint Aegten.
Van het oude klooster is volgens mij niets meer over, maar al in 1315 was hier een kapel, gewijd aan Sint Agatha. Omstreeks 1371 kwamen in de omgeving van de kapel monniken wonen om de kapel te bedienen. Hieruit ontstond het klooster van de Orde van het Heilig Kruis, waarvan de monniken ook wel kruisheren worden genoemd. Het klooster is nog altijd in gebruik en daarmee het oudste nog door geestelijken bewoonde klooster van Nederland.
Ik loop wat rond op het terrein. De kloosterkerk is zo te zien het oudste gedeelte, er is een mooie kloostertuin, er staan mooie beelden op het terrein. En het is er stil.
Vlak voorbij het klooster gaat een weg rechtsaf de dijk over en daar voer ooit het Veer Zeldenrust. Sinds de Middeleeuwen was hier een veer, niet alleen voor boeren en marskramers maar ook voor de kruisheren van het klooster die kerken in de wijde omtrek bezochten. In vroeger jaren met de roeiboot, maar toen steeds meer boerenzoons uit Limburg als arbeider in Cuijk aan de slag gingen werd een motorpont ingezet. Tot 1968 voer deze, op afroep, dag en nacht.
Cuijk
Cuijk is in zicht met de volgende veerpont. De Spes Mea (mijn hoop) vaart mij van Cuijk naar Mook. Het is hier druk op de rivier, net voor het Maas-Waalkanaal, en dat betekent wachten op het goede moment om over te steken.
In 1388 wordt dit veer voor het eerst genoemd en het voer tot 1982. Het veer was minder goed bereikbaar geworden voor de auto’s door de aanleg van de Maasboulevard. Auto’s reden door naar het Katwijkse veer en de fietsers hadden het nakijken. Zij moesten kilometers omrijden. In 1984 kwam er toch weer een veer, eerst een voetpontje en later een autopont. Door het verleggen van de veerstoepen was het veer beter bereikbaar en had de veerbaas beter zicht op de scheepvaart.
Ik fiets langs Mook naar de Maasover, de fietsbrug naast de spoorbrug. Vanaf 1557 tot 1987 was hier een veerverbinding. Aan de overkant zie ik in Katwijk aan de Maas een boerderij-achtig huis staan dat het veerhuis moet zijn geweest.
Iets verderop bij de verkeersbrug steek ik al weer over, nu naar Heumen. Als ik TopoTijdreis kijk, zie ik dat hier een voetveer was en aan de overkant stond kasteel Heumen, Vanaf dat kasteel was tot 1939-’40 een veer in gebruik. Iets oostelijker lag nog een veer tussen Heumen en Katwijk, maar dat is al in 1820 opgedoekt.
Ik merk dat veerponten verzamelen behoorlijk tijdrovend is. En nog iets is tijdrovend. De wind. De voorspelde noordoostenwind is er niet. Het is noordwestenwind en zo langs de Maas op de dijken vang ik behoorlijk wind. Maar we trappen nog maar even door. Tot Ravenstein ga ik het nog wel redden.
Eerst het veer Den Tempel tussen Overasselt en Gassel. Aan de kant van de weg staat een cortenstalen monumentje voor de laatste veerman, De Schoer zoals Lambèr Martens werd genoemd. In elk geval in de 17e eeuw voer hier een veer, verbonden aan huis Den Tempel. In 1932 werd het opgeheven.
Graafsche Veer
Ik moet linksaf de uiterwaarden in over de Kleefse Veerweg. Onder de straatnaam staat de uitleg. Vanuit Grave voer je naar Heumen en dat grensde destijds aan gebied van Kleef, zie daar de naam. Het is ook bekend als het Graafsche Veer, ook al weer zo’n oude verbinding, uit 1381, die ten onder ging na de Maaskanalisatie. Er werd bij Grave een brug geplaatst bij de sluis en dat was de doodsteek.
In de Tweede Wereldoorlog was er nog korte tijd een bescheiden veerdienst, nadat het Nederlandse leger de Maasbrug had opgeblazen.
Bij de Maaspoort in Grave is het tijd voor pauze.
Keent
Vanaf de Maasbrug kijk ik uit op een kazemat van de Peel-Raamstelling (de naam komt van het gebied de Peel en het riviertje de Graafse Raam), de verdedingslinie die in allerijl in 1939 werd aangelegd, maar op 10 mei 1940 al viel.
Als je op een oude kaart kijkt, zie je dat Keent (nu een buurtschap, maar ooit een dorpje) in een grote lus van de Maas ligt. Bij de Maaskanalisatie werd Keent van Gelders Brabants. Tussen Keent en Balgoij werd de nieuwe Maasbedding gegraven en de oude meander verlandde. Inmiddels in een deel van de meander weer uitgediept.
Dit kleine gebied heeft maar liefst vier veren gekend. Logisch ook wel, want het lag ver uit de gooi. Er was een veertje naar Velp, naar Reek en naar Overlangel.
Toen de nieuwe bedding een feit was, was er een tijdelijke veerdienst op Balgoij.
Ravenstein
Het kleine stadje is in zicht. Net voor de Maasbrug draai ik me nog een keer om naar de Maas. Prachtig gezicht, met de grote wolkenpartijen en de bomen langs de Maas. Dat is zo bijzonder aan de Maas.
In de jaren 1930-1940 zijn er om de 100 meter baakbomen geplaatst. In een tijd zonder radar konden schippers zich oriënteren op deze bomen. O ja, en het is een baakboom. Baak was ooit het enkelvoud en baken het meervoud, kijk maar naar vuurbaak en vraagbaak.
Ik zie het veertje op Niftrik varen, maar het is tijd om naar de trein te gaan. Ik rij langs het vroegere veerhuis en iets verderop langs twee rondelen die zijn teruggevonden bij de dijkverzwaring. Net voor het spoor sla ik linksaf en door het park ga ik richting het station.
Via Den Bosch beland ik in Geldermalsen. Ik moet zeker een kwartier op de aansluiting wachten en besluit naar huis te fietsen. Nu heb ik de wind wel in de rug!
Terzijde:
- Het woord pont betekent zoveel als ‘platbodem, vaartuig voor een korte oversteek tussen twee oevers’. Ontleend aan Latijn pontō voor ‘Gallisch vrachtschip, ponton’. Mogelijk is het woord pontō afgeleid van Latijn pōns ‘brug’.
- Het woord veer is afgeleid van het Oudnederlands feri ‘plaats van overtocht’. Het stamt van een gereconstrueerd woord uit Oergermaans *farjan dat transporteren of vervoeren betekent.








