Op zijn brede rug varen schepen af en aan. De zon glinstert op het water. Rhenus Bicornis is vandaag een plaatje.
De Grieken vereerden rivieren als riviergoden en ook de Keltische en Germaanse stammen deden dat.
De Romeinen die naar onze omgeving kwamen namen deze gewoonte over voor in elk geval de grote rivieren, waaronder de Rijn. Deze werd vereerd als Rhenus (latinisering van het Gallische renos dat rivier of stroom betekent).
Rhenus Bicornis werd de Rijn ook wel genoemd, tweehoornige Rijn. In de Bastei, de eeuwenoude herondekte verdedigingstoren in Nijmegen, is een tentoonstelling gewijd aan de Romeinse schatten die in het water en aan de oevers van de Waal zijn gevonden.
Rhenus Bicornis, de tweehoornige stroom, bestond uit Rijn en Waal. Beide rivieren meanderden door het landschap, overal de laagste plekken opzoekend, dan braken ze hier door, dan weer daar. Het landschap veranderde continu, tot de rivieren zo groot werden dat ze de kleinere opslokten.
Ik ben op de fiets vanuit Tiel de Waal overgestoken en helemaal over de dijken naar Nijmegen gefietst om deze tentoonstelling te bekijken. Ik ben laat en het is erg rustig in het museum. Helemaal bovenin is een terras met een fenomenaal uitzicht over de Waalbocht bij Nijmegen. Aan de gemberthee tuur ik over de Waal en zie de schepen af en aan varen. Het is hier het drukstbevaren stukje rivier van Nederland.
Nijmegen en omgeving liggen hoog ten opzichte van het lage Rivierengebied en was de eeuwen door van groot strategisch belang, ook in de tijd van de Romeinen. De Rijn was de noordgrens van hun rijk en in de omgeving van Nijmegen bouwden ze een stad, een stukje zuidelijker dan de Rijn, juist vanwege de strategische voordelen.
Schatten
Een prachtig beeld van Rhenus Bicornis wordt sprekend opgevoerd in diverse filmpjes. Met bijpassende sonore stem nodigt hij je uit om kennis te nemen van een lang voorbije wereld.
In de vitrines staan de schatten die de Waal in de loop van eeuwen heeft afgestaan. Een paalschoen, uiterst verfijnde beeldjes, spijkers, restanten scheepshout, een zwaard, mantelspelden, kruiken en glaswerk.
Schatten, het is al duidelijk dat niet alles geldelijke waarde heeft. Een paalschoen, een houtrest, het heeft nul geldelijke waarde maar voor historisch inzicht is het onbetaalbaar. Als archeoloog ga je gewoon even uit je dak als je zoiets vindt. Het werpt vaak nieuw licht op de historie en soms moeten theoriën worden aangepast, maar altijd is het waardevol.
De Waal als voedselbron
Moeilijk voor te stellen, maar in de Romeinse tijd was dit het dichtstbevolkte gedeelte van de lage landen. Veel mensen, dus veel vraag naar voedsel, zoals graan. Er waren boeren (meestal gepensioneerde soldaten) die zich richtten op veeteelt: varkens, koeien en geiten voor huiden, vlees, melk en trekkracht. Sommige van deze boerderijen waren groot met luxe villa’s als woonhuis.
De inheemse bevolking fokte paarden voor het Romeinse leger. Jongemannen moesten in dienst en vrouwen namen het boerenbedrijf over, waarbij een verschuiving optrad naar groenten en fruit.
De Waal als transportader
Vandaag de dag is de Waal nog steeds een belangrijke transportader, net als 2000 jaar geleden. Stenen en voedsel werden met vrachtschepen aangevoerd, maar de rivier was en blijft onvoorspelbaar. Oevers spoelden weg, de loop werd verlegd, zandbanken hinderden de scheepvaart en de Romeinen beginnen met watermanagement avant la lettre: dammen, kades en kanalen worden gebouwd en gegraven om de rivier te controleren en zo de handel te laten voortgaan.
De spirituele Waal
Vanouds (de Bronstijd) is een rivier een plek om offers te brengen aan de goden. Zo ook langs de Waal. Tempels en heiligdommen staan overal en mensen richten votiefstenen op of offeren kostbaarheden in de rivier.
Prachtig voorbeeld is een ruitermasker. Waarschijnlijk geofferd door een soldaat die zijn 25 jaar diensttijd had overleefd, nu boer ging worden aan de Waal en zijn uitrusting niet meer nodig had.
De Waal als grens
Bijna 500 jaar was Nijmegen van groot logistiek en economisch belang. En niet te vergeten, strategisch. Voor de ‘barbaren’ vanuit het hoge noorden hier konden aanvallen moesten ze twee rivieren over én ze waren vanaf de hooggelegen stuwwal goed te zien.
Wonen aan de Waal
Ik woon vlakbij de Waal en ik begrijp die Romeinen wel. Het leven aan het water is prettig, ook al is er gevaar. In onze tijd proberen we de rivier met dijken te beteugelen, een werk dat nooit gedaan lijkt.
De Romeinen woonden hier in relatieve welvaart. Alles wat in Rome voorhanden was, was hier ook te vinden. Alles wat nodig was, droeg Rhenus Bicornis geduldig op zijn brede rug naar hen toe, maar tijdens zijn wispelturige buien zullen ze hem wel eens verwenst hebben.




