Amsterdam 750 jaar. In De Bazel is daarover een tentoonstelling. Deze regenachtige dag is een perfecte museumdag. Lekker binnen, lekker droog.
De Bazel
Aan de Vijzelstaat staat het bijna dreigend aandoende complex dat De Bazel heet. Het werd ontworpen door Karel de Bazel en gebouwd tussen 1919 en 1926 als hoofdkantoor voor de Nederlandsche HandelsMaatschappij. Later zat de ABN er en nog weer later de fusiebank ABN AMRO totdat de banken verhuisden naar de Zuidas.
Het gebouw heette eerst ook wel spekkoek, naar de lichte en donkere laagjes, maar nu heeft het de naam van de architect.
Het gebouw heeft maar liefst 10 bouwlagen en is 100 meter lang en ook erg breed, zeker als je het vergelijkt met de omringende 17e en 18e eeuwse panden.
De binnenkant is ook door De Bazel ontworpen. Prachtige mozaïekvloeren, imponerende trappenhuizen en een schitterende kluisruimte. Zelfs de enorme kluisdeuren zijn mooi!
Tegenwoordig is hier o.a. het Stadsarchief Amsterdam gevestigd en vanuit dat archief is deze tentoonstelling samengesteld.
Een kleine geschiedenis van Amsterdam
In dit boek van Geert Mak begint hij bij de grond van waaruit Amsterdam is opgebouwd. En dan vooral wat daarin te vinden is. De tentoonstelling begint daar ook mee.
Een boomstamkist, opgegraven onder de Oude Kerk, ergens uit de 13 eeuw. Een kinderklompje, vrijwel heel, scheef geplet onder het gewicht van eeuwen. Een leren schoen. Een klein wilgenhouten schild met ijzeren schildknop. Afval uit de smederij, een schaartje, piotten, schotels, een spaarvarkentje uit de 16e eeuw.
Floris V
De Duitse koning Otto I schenkt in 953 het moerasgebied tussen Holland en Utrecht aan het bisdom Utrecht. De bisschop besluit dit Amstelland door pioniers te laten ontginnen en droogleggen. Geleidelijk trekken deze ontginners langs de Amstel richting het IJ. Ouderkerk onstaat, en Diemen, maar rond de Amstelmonding blijft het onbewoond.
In 1170, na een dramatische Allerheiligenvloed, wordt het gebied rond de Amstelmonding bewoonbaar. De storm zorgt voor een verbinding met wat later de Zuiderzee gaat heten. Handel en scheepvaart worden mogelijk.
Floris V vindt dit gebied zeer interessant en vaardigt in 1275 een tolprivilege uit. Mensen wonend rond ‘Amestelledamme’ kunnen nu tolvrij hun goederen vervoeren binnen zijn graafschap. Het is nog geen stad, maar dit is wel de eerste keer dat de naam genoemd wordt.
Bouwen
In 1275 is het al een hele nederzetting, 200 huizen en 1000 inwoners. Tussen 1264 en 1275 komt er een dam in de Amstel waardoor beide zijden van de Amstel met elkaar verbonden worden.
Bouwen in dit natte en moerassige gebied is vanaf het begin een uitdaging. De huizen worden op dijken of terpen gebouwd. Elke vijf tot 10 jaar moeten dijken en terpen worden opgehoogd en vaak wordt dan het gehele huis ook vervangen.
Religie
In 1275 is er ook al een houten kapel met een kerkhof. Nu staat op die plek, een oeverwal van de Amstel, de Oude Kerk. Onder het hoogkoor van de Oude Kerk werd het skelet opgegraven van een man, waarvan in de tentoonstelling een schedekreconstructie te zien is. Hij moet rond 1200 in een boomstamkist hier zijn begraven.
Je vraagt je werkelijk af hoe men zo’n grote kerk als de Oude Kerk uit de slappe veenbodem heeft kunnen laten oprijzen, maar godsdienst speelde een grote en allesbepalende rol in het hele leven van de middeleeuwse Amsterdammers.
Er werden kerken, kloosters, gasthuizen en gasthoven gebouwd, ook om barmhartigheid te betonen.
Stad
Niet lang na het tolprivilege komt Amsterdam in handen van het graafschap Holland. Het groeit uit tot een kleine stad en krijgt begin 14e eeuw stadsrechten.
Nu mogen ze zelf hun bestuur en rechtspraak regelen, net als het onderhoud van de stad en de zorg voor de inwoners.
Keuren worden uitgevaardigd (een soort wetten) om alles leefbaar en veilig te houden.
Eén zo’n keur regelt om voortaan in steen te gaan bouwen. Stadsbranden hadden de stad vaak geteisterd, vooral tussen 1421 en 1452.
Veiligheid
De Amsterdammers moesten hun eigen stad kunnen verdedigen en veilig houden. Rijke poorters vormden schuttersgilden. Tegelijk zijn dit ook gezelligheidsverenigingen, met maaltijden en vriendschappelijke schietwedstrijden, zoals het jaarlijkse papegaaischieten.
Pas in de 15de eeuw krijgt Amsterdam een stadsmuur, als de stad al bijna twee eeuwen oud is. Niet alleen om ongewenste bezoekers buiten te sluiten, maar het is ook symbool van een onafhankelijke gemeenschap.
Wapen
De inwoners gaan zich meer en meer Amsterdammer voelen en dragen dat ook uit. Zo zie je op steeds meer handelsproducten het stempel met de drie Andreaskruisen verschijnen, maar ook op persoonlijke bezittingen als bestek en wapens.
Het wapen wordt vermoedelijk al door de stad gevoerd sinds 1280 en is niet wezenlijk veranderd.
Een mogelijke herkomst is dat de drie kruisen ontleend zijn aan een historisch Noord-Hollands rechtsritueel waarbij aan het begin van de rechtszitting drie kruisjes met kruit op de rechtstafel werden gezet, die na afloop werden uitgewist. De kruisen zouden zo voor rechtszekerheid staan en de zwarte balk verbeeldt dan een rechtstafel.
Het Waterlandse geslacht Persijn, dat in de Middeleeuwen veel land bezat in en rondom Amsterdam, voerde een wapen met daarin rode kruisjes. Ook daar zou het van afgeleid kunnen zijn.
Vlakbij De Bazel op de brug staan stoere betonnen brugpalen met daarop de drie kruisen, de keizerskroon en de letters SPQA (Senatus Populusque Amstelodamensis), wat teruggaat op het SPQA, de afkorting van Latijnse Senatus Populusque Romanus, “De Senaat en het Volk van Rome”, de zinsnede die fungeerde als de officiële naam van het Romeinse Rijk.






