Na een rustige ochtend thuis, stap ik op de trein naar Culemborg om vandaar de bus naar Vianen te nemen. Ik heb nu ruim 1.5 jaar geen auto meer en kom er steeds beter achter dat het OV in Nederland best goed is. En de apps helpen ook een flink handje, natuurlijk.

Paardenmarkt

Ik kende het uit boeken uit mijn jeugd, waarin verhalen stonden over de beroemde paardenmarkt en op mijn fietstochten langs de Lek ben ik er heel vaak doorgekomen. Maar ik had nooit de moeite genomen om het stadje wat beter te bekijken. Vandaag dus wel.
In het kleine museum wordt in twee zaaltjes wat uitleg verstrekt over Vianen en vooral de familie Brederode. Erg jammer dat het zo weinig is, want de geschiedenis kan een grotere expositie vullen.
Eerst maar eens die Paardenmarkt. Voor het stadhuis staat een standbeeld van een werkpaard, zo’n Bels. Prachtig stoer beest.
Die paardenmarkten werden in het verleden door het hele land gehouden. Hier werden werkpaarden en trekpaarden te koop aangeboden. Zoals dat met markten gaat, ontstond rondom de markt een soort kermis en een braderie. Deze jaarmarkten waren bekend in de wijde omgeving.
Met de komst van tractoren en de bijbehorende mechanisatie van de landbouw verdwenen de markten, hoewel ze her en der als folkore in stand worden gehouden.
Die van Vianen wordt al sinds 1271 gehouden. Op de woensdag voor de tweede donderdag van oktober. En sinds 2013 is het erkend als Nederlands Immaterieel Erfgoed.

Vianen

Vianen kreeg in 1336 stadsrechten van Willem van Duivenvoorde, tevens de bouwheer van dit vestingstadje. Als je op de kaart kijkt, zie je goed dat het heel planmatig is aangelegd, niet helemaal vierkant, maar behoorlijk symetrisch. De Voorstraat is een brede straat waar markt gehouden kan worden.
Ik pak er een oude kaart bij, van Blaeu uit de 17e eeuw, en het stratenpatroon is nauwelijks veranderd.

Aan de zuidkant van de stad zijn nog stukken van de stadsmuren te bewonderen. En aan de noordkant is er de Lekpoort. Met muren en poorten kon Willem van Duivenvoorde de bisschop van Utrecht onder druk zetten en Vianen kreeg een concurrentiepositie ten opzichte van Utrecht.

Vianen lag ook strategisch. In 1122 was bij de Wijk bij Duurstede de Kromme Rijn afgedamd en alle scheepvaart passeerde nu langs Vianen. Veel later werd Vianen ook een schakel in de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Nu is het een rustig stadje, ingeklemd in een driehoek van de A2 en de A27, met veel monumentale gebouwen, stille zijstraatjes en mooie doorkijkjes.

Het meest in het oog springend is het 15e eeuwse stadhuis, nog steeds in gebruik als bezoekadres van de gemeente Vijfheerenlanden, waar Vianen nu onder valt.
Het is gebouwd in het begin van de 15e eeuw en in 1473 met ca 6 meter verhoogd. Toen kwam ook de kenmerkende gevel voor het gebouw te staan, gemaakt van Namense steen, voorzien van waterlijsten, kantelen en gotisch maaswerk.
Diverse restauraties en reconstructies zijn er door de eeuwen heen geweest, maar nog steeds straalt het gebouw macht en aanzien uit, ook al zijn er inmiddels nog maar vijf kantelen in plaats van de oorspronkelijke zeven.

Brederode

De familie die een groot stempel op Vianen heeft gedrukt is Brederode. Huis Brederode was een adelijke familie uit Holland, afstammend van de heren van Teylingen. De naam komt van het toen nieuwe kasteel Brederode bij Santpoort, waarnaar de familie zich noemde (tweede helft 13 eeuw).

De erfdochter van Vianen, Johanna, trouwde in 1414 met Walraven I van Brederode, die ook burggraaf van Stavoren, graaf van Gennep en zelfs nog even stadhouder van Holland was. Door dit huwelijk kwam Vianen in het bezit van de Brederodes.

Opmerkelijk: Walraven werd dodelijk getroffen door een pijl tijdens het beleg van Gorinchem in 1417. Hij werd begraven in Vianen. Bij opgravingen in 1953 in de kerk, werd zijn schedel gevonden. De toenmalige burgemeester was hier zo van onder de indruk dat hij de schedel als een soort relikwie op zijn werkkamer bewaarde. De schedel was op enig moment verdwenen en bleef zoek, tot deze in 2004 werd gevonden in een wijnkelder. Nu rust ook de schedel weer in de kerk van Vianen.

le Grand Gueux

In 1531 werd in Brussel Hendrik geboren, zoon van Reinoud III van Brederode. Hij trouwde in 1557 met Amelia van Nieuwenaar-Alpen te Vianen. Voor haar liet hij westelijk van Vianen lusthof Amaliastein bouwen. Ze bleven kinderloos.

Hendrik werd in 1565 lid van het Eedverbond der Edelen en onder zijn leiding bood deze groep het eerste smeekschrift aan Margaretha van Parma aan. 5 april 1566 is het dan.

In 1567 behoort Hendrik tot het Compromis van Breda, een overblijfsel van het Eedverbond der Edelen, dat als een eerste stap naar het onverwerpen van het Spaans gezag over de Nederlanden wordt gezien.

Hij heeft dan nog maar een jaar, in 1568 sterft hij, maar in die tijd werf hij troepen in Antwerpen, probeert vergeefs Amsterdam en Utrecht te overmeesteren, wordt benoemd tot kapitein-generaal van Amsterdam en uit dat ambt gezet door de Spaanse veldheer Filips van Noircarmes.

Hij wijkt uit naar Duitsland, eerst Embden en later de Dillenburg waar hij Willem van Oranje wil overhalen zich achter de gewapende opstand te scharen. Die weigert en Hendrik schrapt hem uit zijn testament.

De Raad van Beroerten vonnist hem bij verstek op 28 mei 1568, maar hij was al in ballingschap op kasrteel Horneburg bij Recklinghausen overleden, op 15 februari datzelfde jaar, 36 jaar nog maar.

Zijn bijnaam was le Grand Gueux, de Grote Geus.

Batestein

In de noordwesthoek van het stadje is een mooie poort naar de Lekdijk, met een sierlijk halfrond pleintje ervoor. Dat is het enige wat nog resteert van kasteel Batestein (ook wel Batenstein).
Het was een groot kasteel waarvan de bouw begonnen was in de 14e eeuw door Gijsbrecht van Vianen.
Het kasteel was aan het begin van de Opstand regelmatig plaats van samenkomst voor Willem van Oranje en andere opstandelingenleiders.

In 1630 werd het inmiddels vervallen kasteel hersteld door Johan Wolfert van Brederode. Hij legde richting de Lek prachtige siertuinen aan, een prelude op de baroktuinen van Versailles en Het Loo.
In 1696 brandde het af en de restanten werden gesloopt. Nu rest alleen nog de Hofpoort.

Op de fundamenten van de grote toren staat nu een witte betonnen watertoren uit 1909 met een open draagconstructie.
Zoals Bredero zei: ’t Kan verkeren’.

Fun fact: de 16e/17e eeuwse dichter, toneelschrijver en rederijker Gerbrand Adriaensz. Bredero, die ik hierboven citeer, was geen familie van de Brederodes. Maar hij heette er indirect wel naar. De naam is afkomstig van een uithangbord of gevelsteen met het portret van Hendrik van Brederode.


Plaats een reactie