Het regende toen ik wakker werd vanmorgen. Eindelijk is er weer eens regen. Er stond ook een harde wind en toen ik na het ontbijt naar Wijckel fietste had ik ‘m flink tegen.
Wijckel (in het Fries Wikel) is een klein dorpje, vlakbij het Slotermeer. In het hart staat de Vaste Burchtkerk (ooit Gregoriuskerk), bestaande uit een enorme toren en een klein kerkje. Meer een toren met een kerk eraan, dan andersom.
De toren is een stoere zadeltaktoren van 36 meter hoog en ook 36 meter in omvang. In de toren hangt een luidklok uit 1388 en mogelijk is de toren uit de 13e of 14e eeuw. Het kleine kerkje is uit 1671 en vervangt een 14e eeuwse kruiskerk.
Om half 11 is er een kerkdienst die ik wil bijwonen.
Menno
Mijn motief voor het juist in deze kerk bijwonen van de kerkdienst is misschien niet helemaal zuiver te noemen. Ik las vrijdag nl. dat achterin de kerk het praalgraf staat van vestingbouwer Menno Baron van Coehoorn.
Menno was geboren in Britsum in 1641, als telg uit een geslacht van hoge Zweedse of Duitse legerfunctionarissen. Vader had banden met de Friese stadhouders en ook Menno ging in dienst. Bij de infanterie. Hij diende o.a. in de legers van Willem III en werd bij de belegering van Maastricht in 1673 geconfronteerd met de Franse vestingbouwer Vauban.
In 1674 liet hij zijn buitenhuis Meerenstein bouwen bij Wijckel. Het huis bestaat niet meer, maar er ligt nu een park met zijn naam.
Menno’s eerste grote werk als vestingbouwer was Coevorden. Hij bouwde vestingen die geschikt waren voor vlak land, Nederland dus. Niet iedereen was overtuigd van zijn gelijk en een lange pennenstrijd volgde met een kapitein-ingenieur.
Vanaf de Negenjarige Oorlog (weer een oorlog van Lodewijk XIV die zich tussen 1688-1697 het meest in de Duitse gebieden afspeelde) kon Menno zich echt gaan bewijzen.
Hij was een goede vestingbouwer, maar zijn manier van verdedigen en aanvallen kostte ook onnodig veel mensenlevens.
Vauban prees hem. Peter de Grote van Rusland wilde hem naar Rusland halen. Hij werd in de adelstand verheven door de koningen van Spanje en Engeland.
De IJssellinie van Zwolle tot Arnhem is van zijn hand en werd bij de Koude Oorlog helemaal opnieuw in stelling gebracht.
Maar veel van zijn vestingsteden zijn in de 19e eeuw gesloopt.
Hij stierf in Den Haag, en werd in Wijckel begraven, waar zijn kinderen een prachtig praalgraf voor hem oprichtten. Niemand minder dan de beroemde Daniël Marot tekende voor het ontwerp dat door de Amsterdamse beeldhouwer van der Plas werd uitgevoerd.
In 1795 is op last van de Fransen het wapen bovenin beschadigd en op het blazoen is zijn titel weggekrast.
Een witmarmeren Menno ligt in harnas omringd door mortieren en ander wapentuig op een zwarte sarcofaag. Achter hem torent een roodmarmeren obelisk die het familiewapen torst.
In dit bescheiden kerkje zijn nog meer grote grafplaten aanwezig, ook van familieleden van Menno.
IJsbeer
Ik fiets richting het westen en bij Sondel staan merkwaardige bouwsels in het land. Ik had ze vrijdag ook al gezien. Het lijken schuren, maar toch ook niet. Te laag, te grote deuropeningen, er staan ook betonnen voetstukken.
Even zoeken en het blijken de restanten te zijn van Kamp Eisbär, een radarpeilstation uit de Tweede Wereldoorlog. De plek, op de hoge Gaast, zeven meter boven NAP, was strategisch gekozen. Men kon de vliegtuigen van over het IJsselmeer horen en zien komen.
De post bij Sondel hoorde bij de Tigerstellung, een keten van radarstations waarmee de Duitser het luchtruim van Denemarken tot Zuid-Frankrijk bewaakten.
Vanaf 1942 stonden er een grote en een kleine radar en in 1944 kwamen er nog twee grote radars bij. Het was een behoorlijk kamp dat ook steeds werd uitgebouwd met een grote Duitse bezetting, maar door strikte leiding zorgde dit niet voor problemen bij de plaatselijke bevolking.
Op 17 april 1945 verlieten de Duitsers het kamp overhaast en ze bliezen de voornaamste installaties op. Veehouders die vlakbij woonden moesten met paard en wagen aantreden om de Duitsers te helpen om o.a. geweren naar Lemmer te vervoeren.
Beton
Over een prachtig betonnen fietspad ga ik door de bossen naar Oudemirdum. Ik weet dat daar vlakbij een luchtwachttoren staat. Een relict uit de Koude Oorlog. Ik moet even klimmen en dan kijk ik uit over het IJsselmeer. Rechts van de weg staat een enorme zwerfkei, zoals overal in Gaasterland te vinden (er is zelfs een stenenroute), en daarnaast een betonnen raatbouwtoren.
De luchtwachttoren was onderdeel van een netwerk van 276 uitkijkposten verdeeld over het hele land. 138 posten op bestaande gebouwen en 138 speciaal voor dit doel gebouwde torens.
Er zijn er nu nog 20 van over, 18 betonnen raatbouwtorens en twee bakstenen torens.
Het Centrale Bouwbureau van de Genie werd belast met ontwerp en bouw. Een betonnen toren was goedkoop om te bouwen en te onderhouden en technisch het meest geschikt. Er werd gekozen voor een systeem van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen, ontwikkeld door de NV Raatbouw en de NV Schokbeton.
Het gekke is dat deze torens een geheel eigen schoonheid hebben. Ze lijken licht, omdat je er doorheen kunt kijken, toch zijn ze zeer functioneel.
Steen
Langs een prachtige route kom ik uiteindelijk weer aan het IJsselmeer. Er staat best wind en ik moet behoorlijk trappen, maar de temperatuur is goed. De zon komt zelfs door als ik het Rode Klif op fiets. Aan de kant van de weg staat een gigantische steen op een pleintje van zwerfkeitjes.
1345: Leaver dea as sleaf
Dat is de tekst op de steen. Liever dood dan slaaf.
Deze steen herdenkt de slag bij Warns in 1345. Dit was een veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en Henegouwen en de Westerlauwerse Friezen. De Friezen wonnen, de graaf vond de dood.
De Friese gebieden hadden binnen het Heilige Roomse Rijk een ontwikkeling doorgemaakt naar zelfstandigheid, de zogenaamde Friese Vrijheid. Oostelijk van de Lauwers was dit het sterkst.
Westelijk oefende de bisschop van Utrecht grafelijke heerlijkheid uit. Maar de Hollandse graven waren uit op meer macht.
Toen Willem IV zijn vader opvolgde in 1337 liet hij blijken dat er met hem slecht te onderhandelen viel. Zijn concessies waren onaanvaardbaar voor de Friesen en dus begon de oorlog.
Vanuit Enkhuizen stak een vloot met tussen de 12 en 15 duizend man van wal om op de Zudervenne te landen, een vlakte ten zuidwesten van Stavoren. Dit terrein is later in zee verdronken.
De ridders hadden het zwaar bij deze aanval. Met hun zware harnassen waren ze op de doorweekte bodem geen partij voor de Friezen, die de bodemgesteldheid kenden.
Graaf Willem kwam roemloos aan zijn einde. Zijn hoofd werd hem afgeslagen door een Friese edelman, die naar verluidt niet eens wist wie hij om hals had gebracht.
De Friese overwinning maakte een einde aan de groeiende Hollandse invloed en stortte het Hollandse gravenhuis zelfs in een crisis.
Starum
Nog vier kilometer en dan ben ik Stavoren of Staveren of Starum zoals de Friezen zelf zeggen.
Al rond 300 v.Chr. was er bewoning langs de Nagele, een stroming uit de monding van de IJssel tussen Urk en de Overijsselse en Zuid-Friese kust. De Nagele was belangrijk voor de ontwikkeling van Stavoren als Hanzestad.
Stavoren kwam in de 9e eeuw op als handelsstad maar werd in 991 verwoest door de Vikingen.
In de 11e eeuw was een benedictijns dubbelklooster bij Stavoren gevestigd, op ca 1 km westelijk van het huidige centrum. In 1132 werd het gesplitst waarna de nonnen naar Hemelum verhuisden. Het had in 1345 en 1398 danig te lijden van Hollandse invallen.
In 1414 werd het klooster verplaatst naar de stad maar men keerde in 1424 terug. Maar de zee sloeg steeds meer land af en klooster en kloosterterrein gingen ten onder in de golven.
Het water zorgde in Stavoren aan het eind van de middeleeuwen voor een ander probleem. Geen landafslag, maar verzanding van de haven. Stavoren verloor zijn handelspositie. Antwerpen en Amsterdam kwamen op en de schepen werden te groot voor de haven.
De sage van het Vrouwtje van Stavoren was een manier om het gebeuren te verwoorden.
Ik twijfel nog even of ik in Stavoren op de trein stap of toch nog doorfiets. Toch maar hier opstappen, anders wordt het wel erg laat.






