Vanavond gaan we bijna 5000 jaar terug in de tijd. Naar 2700 voor Christus. In Uruk regeerde koning Gilgamesh. Na zijn dood wordt hij vergoddelijkt en verheerlijkt. Rondom hem wordt één van de oudste literaire werken uit de menselijke geschiedenis opgetekend. De eerste fragmenten van dit epos dateren uit 1800 voor Christus, maar er bestaan verhalen die tot 2100 voor Christus teruggaan.

Gilgamesh was volgens het verhaal voor tweederde god, voor eenderde mens. Hij is koning, sterk, ongeduldig, impulsief. Ook onderdrukt hij de mensen van Uruk en de bevolking vraagt de goden hen van hem te verlossen.
De goden maken een man die net zo sterk is als Gilgamesh: Enkidu. Een halve wilde, anders dan de stadsmens Gilgamesh, die bedekt is met haar en in de wildernis tussen de dieren leeft.
Ze bevechten elkaar op leven en dood, maar ze zijn aan elkaar gewaagd. Ze stoppen het gevecht en worden zo vrienden voor het leven.

Samen gaan ze naar het cederbos om de halfgod Humbaba te verslaan. Deze halfgod is een soort boom, een ceder, met een gruwelijk uiterlijk en hoorns. Hij is één van de eerste mytische wezens in de literatuur.

Humbaba


Vlakbij het beeld van Moenen, de duivel uit het verhaal van Mariken van Nieumeghen, zit ik op de trappen van de Stevenskerk. Ik hoor het orgel spelen in de gesloten kerk, de zon schijnt en ik lees de laatste regels uit de syllabus voor vanavond. Ik begin aan een korte cursus Mytische Wezens van Radboud Reflects van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Tegenover de Stevenskerk staat de 16e eeuwse Latijnse School (1544 staat in de latei boven de deur) en daar worden we verwacht.
Onder de eeuwenoude eikenhouten balken nemen we plaats in de bankjes.


Communion: A True Story. In dit boek uit 1987 beschreef Whitley Strieber zijn ervaringen over ‘verloren tijd’ en beangstigende flashbacks. Hij kreeg vanuit de hele wereld brieven van mensen die vergelijkbare verhalen hadden, waaronder ook ‘ontvoeringen’ door ‘bezoekers’. Aliens zeggen meerdere mensen hierover.


Monster Theory
Deze verhalen zijn een introductie en dan gaan we naar de Monster Theory. In de sylabus lazen we een stuk van Jeffrey Cohen, een literatuur- en cultuurwetenschapper, over monsters en hun functie in diverse culturen. Hij ontwikkelde daarover een theorie.

  1. Het monster staat voor spanning
    Het monster is bedoeld om sociale spanningen en angsten te verbeelden en soms zelfs op te heffen. Spanningen bijv. door te weinig eten en drinken en hoe je je daar als stam je tegen wapent. Het monster dient dan om de gezamelijkheid, de sociale cohesie, te bewaren. Zoals de Wendigo.

    Terzijde Een wendigo (ook wel windigo) is een monster uit de verhalen van de Noord-Amerikaanse inheemse bevolking, in het bijzonder de Algonquin-Indianen. In 1636 werden verhalen over de Wendigo voor het eerst aan Europese kolonisten doorgeven via een jezuïtische missionaris. Hij bezocht in Quebec de inheemse bevolking en schreef over hun cultuur. In deze verhalen werd verteld dat een mens in een wendigo kon veranderen na het plegen van kannibalisme. Dit was een zeer groot taboe onder de Algonquin. In tijden van grote hongersnood was het beter om zelfmoord te plegen of van honger dood te gaan dan mensenvlees te eten.
  2. Het monster keert altijd terug
    De angst blijft altijd bestaan. Nu hebben we genoeg, maar volgend jaar misschien niet. Of over twee jaar. Of…
    Het monster kan als catharsis, emotionele zuivering, werken. Het wekt krachtige emoties op bij de beschouwer van het monster en deze ondergaat een zuivering van diezelfde gevoelens.
  3. Het monster breekt met onze categorieën
    Mytische wezens als de eenhoorn werden geacht niet te bestaan, een fabeltje te zijn. Tot de neushoorn werd ontdekt.
    De behaarde grote mensachtige idem. Tot werd ontdekt dat er gorilla’s zijn. En de rode mensachtige met lange armen die van boom tot boom slingerde. Ja, dat bestond echt niet, hoor. Tot de oerang oetan werd ontdekt.
    Ze passen niet in het bekende en dagen ons uit en laten ons nieuwe mogelijkheden zien.
  4. Het monster wijst verschillen aan
    De karikatuur van de Jood in Nazi-Duitsland is daarvan een duidelijk voorbeeld. De ‘verschillen’ tussen de ‘reine, pure’ Ariër en de ‘verdorven’ Jood werden benadrukt en uitvergroot en voedden zo de haat tegen deze bevolkingsgroep.
  5. Het monster vertelt ons wat wel en niet kan
    Het beste voorbeeld hiervan is de kinderschrik. Een boeman of een bullebak of wat dan ook, wordt aan kleine kinderen wordt voorgehouden als ze iets zouden willen doen dat verboden is of gevaarlijk.
  6. Monsters verleiden ons met verboden dingen
    Het verbodene is altijd al verleidelijk en een monster kan daarvan de verbeelding zijn en ons dan overhalen.
  7. Monsters schreeuwen om aandacht
    Mytische wezens gaan over mensen en ze dringen een betekenis op.

Monsters zijn fenomenologisch echt
Onze docent vindt dat deze zeven niet alles beschrijven, want monsters worden ook als echt ervaren. Daarom stelt hij dat deze monsters fenomenologisch echt zijn. Zoals sociale spanningen wel degelijk echt zijn, worden ook de monsters als echt ervaren. De sociale spanning wordt materieel door het monster.


Semiotiek
Roland Barthes, een Frans literatuurcriticus en -theoreticus, semioticus en filosoof, zag het monster als metafoor. En dan kom je uit bij semiotiek of tekenleer. Een teken (sign) bestaat uit twee dingen: de signifier (dat wat de betekenis aanwijst) en de signified (de aangewezen betekenis). Daarmee is het teken in de taal het eindpunt.
Maar in de mythe is het het beginpunt van een extra betekenis.


Het Minsener Seewief
In de zee ten noorden van Duitsland, in het Waddengebied, lag ooit het eiland Minsen. Op een dag vingen de vissers een zeemeermin in hun netten. Vol triomf werd het wezen aan land gebracht en in de kerk gevangen gezet.
Men wilde het geneeskundige geheimen ontfutselen, maar de meermin kon ontsnappen. Tijdens haar vlucht vervloekte ze het dorp en ze zond meerdere stormvloeden naar het eiland dat verzwolgen werd in de zee.
Op stormachtige nachten kun je de klok van de kerktoren nog horen luiden.


Dit verhaal heeft een diepere betekenis dan een volksverhaal of een legende of sage. Het gaat over niet meer nemen van de zee dan kan of mag. Je mag niet alles behouden. Daarnaast verklankt het de angst van kustbewoners voor de niet aflatende zee, die elk moment kan toeslaan.
De zeemeermin is zo een woord in onze taal, maar ook een teken in de mythologie.


In de mythes komen mensen het meest voor. De mens is een sociaal wezen dat zich op sociale wijze verhoudt tot andere mensen, maar ook tot dieren (huisdieren bijvoorbeeld, maar ook paarden en koeien).
Het mytische wezen is een extrasociaal wezen, een wezen dat niet zichtbaar of herkenbaar is, maar waarmee de mens zich wel op een sociale wijze verhoudt.

De Wendigo

Plaats een reactie