Iedereen die door de Noordoostpolder van Vollenhove naar Urk rijdt, ziet het en merkt het. Tussen alle strakke lijnen van sloten, akkers, wegen en betonnen schuren, is er ineens een anomalie. Onregelmatige randen, overal boomgroepen, de weg gaat omhoog.
Het eiland Schokland, dat alle strakke lijnen ‘verstoort’.

Ik ben meerdere malen op het voormalige eiland geweest en het blijft altijd bijzonder. Of je nu alleen het museum bezoekt of het hele eiland omwandelt. Er is iets.

Na mijn tocht met stoomtram en boot ben ik in het Zuiderzeemuseum beland. Het buitenmuseum komt een andere keer wel weer (lang leve de museumkaart), maar ik wil nu naar het binnenmuseum, naar de tentoonstelling over het eiland Schokland die morgen eindigt.

Links is een zaaltje met een Mariabeeld en 650 lichtjes. Een Marialied klinkt uit de luidsprekers, gezongen door het Schokker koor.
Het is als een kapel voor de 650 mensen die in 1859 het eiland moesten verlaten.

Schokland was niet altijd een eiland. We zijn zo gewend aan Nederland met een grote hap er uit in het Noorden, maar dat was niet altijd het geval. Er was wel een meer, het Flevomeer in het zuiden, maar de rest tot aan wat nu de Waddeneilanden zijn, was een groot veenpakket met her en der keileembulten (Vollenhove, Schokland, Urk, Wieringen, Texel).
Stormen zorgden voor landafslag en zo ontstond vanuit het Flevomeer een groot meer, het Almere, dat het Flevomeer en alle ander plassen opslokte.

1170 was rampzalig voor dit gebied. Bij Texel brak de Noordzee door, wat nu het Marsdiep is ontstond en grote delen van het veen sloegen weg.
Op een gegeven moment lagen Urk en Schokland op een schiereiland. Maar meer en meer veen sloeg af en uiteindelijk werden het twee eilanden.

Schokland heette ook nog geen Schokland. Emmeloord en Ens, zo heette het hier. Emmeloord, het noordelijke deel, behoorde tot Holland. Ens omvatte het zuidelijke deel en viel onder Overijssel.
In de middeleeuwen hoorde Emmeloord bij Kuinre, later werd het privébezit, nog weer later werd het gekocht door Amsterdam. Kerkelijk behoorde het bij Deventer.
Het zuidelijke deel had twee woonterpen Middelbuurt of Molenbuurt en het kleine Zuiderbuurt of De Zuidert.
Beide delen ontwikkelden zich apart. Helemaal op de zuidpunt stond een kerk, die met de Reformatie meeging. In Emmeloord in het noorden stond de katholieke kerk. Officieel waren onderlinge huwelijken -‘gespikkeld’ zoals ze werden genoemd- niet toegestaan, maar ze vonden wel degelijk plaats.

Het eiland was lang en smal en in de loop der eeuwen werd het smaller en smaller. Steeds meer land sloeg af in de vele stormen.
Noord en Zuid konden elkaar bereiken, maar dat was zelfs al lastig bij goed weer. Aan het dijkje was een smalle loopplank bevestigd en als je je goed vasthield kon van het ene dorpje bij het andere geraken. Kwam je iemand tegen, dan moest je elkaar goed vastpakken, gelijktijdig draaien en dan kon je verder. Later werd dit de Schokker Dans genoemd.

Bewoners leefden van de handel en van de visvangst. Zolang het ging werd op het eiland vee gehouden op de lager gelegen veenweides. Maar er was telkens minder grondgebied.
Rond 1800 ging het de bewoners van Ens en Emmeloord redelijk goed. Ze visten op de Noordzee, ze hadden samen met Volendam de grootste vissersvloot van Nederland.

Maar toen kwam de Napoleontische tijd. Vissen op de Noordzee was verleden tijd. Minder vis, minder inkomsten. Minder geld voor het onderhoud van de schepen, dus nog minder inkomsten.
In 1806 werden beide delen van het eiland een bestuurlijke eenheid dat de naam Schokland kreeg. De naam is waarschijnlijk afgeleid van ‘schokke’, een rietplag of een gedroogde plak koemest. De bewoners gebruikten deze plaggen of plakken als brandstof én als fundering voor hun huizen. Het was de turf van de armen en de naam zal een spotnaam geweest zijn.

1825 was wederom een rampjaar. Van 3 op 4 februari was er een zware storm die grote delen van Friesland, Overijssel en Gelderland onder water zette. Ook Schokland. Zelfs helemaal. Het was altijd al een laag eiland geweest, maar nu stond het helemaal onder water.

Twee kilometer dijk was verdwenen, er waren nog maar zeven huizen bewoonbaar, beide kerken waren zwaar beschadigd. De vuurtoren was vernield. 13 doden…

Toch raapten de Schokkers de moed bijeen en zichzelf weer op. Bij Middelbuurt kwam een nieuwe kerk, woningen werden hersteld en herbouwd, er kwamen werkverschaffingsprojecten.
Maar het bleef vechten tegen de bierkaai.

Armoe was troef op het eiland. Telkenmale stonden er in kranten dringende oproepen om te geven voor Schokland, de armste gemeente van Nederland. In de winter werd er honger geleden, drinkwater moest soms uit Kampen worden aangevoerd.
Inteelt werd ook een probleem. Bij bijna ieder katholiek huwelijk moest dispensatie woren aangevraagd, omdat men trouwde met een 4e graads familielid.

In 1855 werd De Zuidert ontruimd. Landafslag maakte het te onveilig om te blijven wonen.
Het bleef onveilig en instandhouding van het eiland was kostbaar. Te kostbaar. En daarom gaf koning Willem I in 1859 bevel het eiland geheel te ontruimen.

De Burgemeester der gemeente Schokland maakt bij deze aan de opgezetene der gemeente bekend dat op heden den 1 Maart 1859 bij hem is ontvangen eene missive van Z.E.den Commissaris des Konings in de Provincie Overijssel inhoudende dat door de Minister van Binnelandsche Zaken de ontvolking van het eiland Schokland is goedgekeurt met bepaling dat binnen vier maanden na de dagteekening dezes alle eigendommen moeten zijn afgebroken en weggevoerd.

Schokland den I Maart 1859
De Burgemeester van Schokland
G.J. Gillot

Ontruimingsplakkaat van de burgemeester

Vier maanden hadden de Schokkers de tijd. Dan moest het eiland zijn ontruimd.
Het vertrek werd nauwkeurig voorbereid. De huizen werden getaxeerd, de gezinshoofden moesten een contract ondertekenen en vooraf werd geïnventariseerd wie waarheen wilde verhuizen.

Eén voorwaarde was dat iedereen zijn eigen huis moest afbreken. Ik heb altijd gedacht dat men dat vrijwillig deed om zo iets van hun eigen huis mee te nemen. Maar nee, zo romantisch was de werkelijkheid niet. Het was om te voorkomen dat men clandestien zou terugkomen.

Maar wat neem je mee? Nou, de Schokkers waren arm en hadden niet veel.
Kasten, stoelen, tafels, potten en pannen gingen uiteraard mee. Kleding ook, de plaatselijke klederdracht, waarvan weinig is overgebleven. Als je arm bent, wordt alles opgebruikt. Maar toch liggen in de tentoonstelling een paar stukjes linnengoed, ook uit de tijd dat het de Schokkers goed ging.

Hun afgebroken huis ging ook mee, zodat onderdelen daarvan gebruikt konden worden bij de bouw van hun nieuwe huis.

Het is 30 juni 1859 en Schokland is ontruimd en de gemeente wordt officieel opgeheven. Burgemeester Gillot levert zijn burgemeesterspenning in bij de gemeente Kampen, waar Schokland nu onder valt.

De Schokkers gingen naar Volendam en Vollenhove, maar de grootste groep (ruim 400) kwam in Brunnepe bij Kampen te wonen. De stad wilde de armoedzaaiers niet zelf onderdak geven. Zelfs een bouwkavel kon er niet af.
De voormalige onderwijzer van Schokland kocht in Brunnepe een kavel en verkocht die in perceeltjes aan Schokker gezinnen. Het werd dan ook de Schokkerbuurt genoemd.
Deze buurt is inmiddels afgebroken en een paar huizen zijn in het buitenmuseum herbouwd, maar de nieuwe straten in Brunnepe heten Schokkerstraat, Emmeloordstraat, Middelbuurtstraat en Enserstraat.

Kaal en leeg bleef het eiland achter. De kerk, de pastorie, een woning en enkele schuurtje op de Middelbuurt, een paar woningen op Oud Emmeloord en de lichtwachterswoning op de Zuidpunt: dat was wat overbleef.

In 1877 en 1916 waren er nog zware stormen met ingrijpende gevolgen voor het hele Zuiderzeegebied. Maar het ingrijpendst was de aanleg van de Afsluitdijk en de inpoldering van grote delen van het IJsselmeer.

Tot die tijd woonden er nog steeds mensen op het eiland. Een havenmeester, er kwam zelfs een nieuwe visafslag, er was een winkeltje voor de vissers die in de haven afmeerden. En functionarissen van Rijkswaterstaat die verantwoordelijk waren voor het onderhoud van de dijken en de paalwering en lichtwachters voor de vuurtoren.

Ook het toerisme werd belangrijk voor het eiland, als bestemming voor vaartochtjes. De Schokkers zelf gingen ook regelmatig naar het eiland, op feestdagen bijvoorbeeld.

De 650 Schokkers hebben inmiddels duizenden nazaten door heel Nederland. Vooral in de jaren 1990 zochten ze elkaar op, toen het eiland Schokland UNESCO werelderfgoed werd. Er kwam een vereniging en een koor, stambomen werden uitgeplozen.

Het meest ontroerend vind ik de bezittingen die nazaten voor deze tentoonstelling in bruikleen gaven. Schamel als ze misschien zijn, maar het is een band met het eiland en het voorgeslacht die in stand gehouden wordt.
Een kruisbeeld, een schoenmakersleest, een rozenkrans, een koffiemolen, een kruik. Wat stelt het eigenlijk voor? Maar wat betekent het veel! Het heeft een ziel.


Plaats een reactie