Zoveel kilometer stoomtramlijn lag er in 1922 in Nederland. Het was het hoogtepunt van de stoomtram. 47 ondernemingen, 586 locomotieven. Grootste bedrijf is de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij met ruim 300 km in Friesland en aangrenzende gebieden. Kleinste is de Stoomtramweg Hansweert-Vlake met 3,3 km.

Letterlijk overal in Nederland stoomden de kleine treintjes door Nederland, met bochtige trajecten om zoveel mogelijk plaatsen aan te doen. Ze ontsloten hele gebieden door ook aan te sluiten op de veerdiensten. Goederen en mensen werden snel van A naar B gebracht. Snel ten opzichte van paard en wagen dan, hè? Ze gingen zo’n 15 km per uur.

De tram is ontstaan uit een combinatie van de trein en de koets.
Mensen die zich geen koets konden veroorloven maar wel moesten reizen over langere afstanden, konden kiezen voor de postkoets of de trekschuit. Over kortere afstanden was er de omnibus. Al in de 17e eeuw reden deze voertuigen in Parijs. In de 19e eeuw rijden ze ook in Nederland.
Het is een groot soort koets die door twee of drie paarden wordt voorgetrokken en vaste routes rijdt op vaste tijden.

In de mijnen in Engeland wordt de eerste stoommachine in gebruik genomen. Zoals altijd wordt iets uitgevonden omdat het nuttig en nodig is op dat moment en op die plaats. In de mijnen had men wateroverlast. Dat moest worden weggepompt en de stoommachine (die op water en kolen loopt, dat in de mijn dus voorhanden was) was dé oplossing.
In de mijnen reden ook karren voor het vervoer, eerst over houten rails, later over ijzeren. Met deze paardenkarren werden de kolen naar buiten gebracht. De stoommachine werd al snel niet alleen voor waterafvoer ingezet, maar ook als vervanging van de paarden voor de karren met steenkool. Ziedaar, de eerste trein. De trein veroverde grote delen van de wereld.

Uit de mijnspoorlijnen kwam ook de paardentram voort: de grote koets, de omnibus, maar dan op vaste ijzeren rails in het wegdek.
Later kwam de motortram en nu kennen we in Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag nog steeds de electrische trams.

Tussen kleinere plaatsen in Nederland kwam exploitatie van tramlijnen op gang nadat in 1880 de wetgeving voorzag in spoorlijnen waaraan minder wettelijke eisen werden gesteld.
Tot 1922 zou Nederland bedekt worden met deze stoomtramlijnen.
In de Tweede Wereldoorlog maakten de lijnen een grote opleving door, omdat regulier wegverkeer vrijwel was weggevallen. Na de oorlog viel het doek voor nagenoeg alle tramlijnen buiten de grote steden. Het autoverkeer kwam op en leek alle openbaar vervoer te gaan vevangen. Overal werden grote wegen aangelegd, binnensteden werden uitgebroken.
En zo reed in 1957 de laatste goederentram tussen Doetinchem en Doesburg en in 1966 de laatste personentram van Spijkenisse naar Hellevoetsluis.

De meeste tramlijnen werden buslijnen. Op TopoTijdreis is dat heel goed te zien. Zoek een oude stoomtramlijn op in bijv. 1920 (zoek zwart-witte blokjes), skip naar vandaag en je ziet een N-zoveel weg.


Terzijde 1: Omnibus is Latijn voor ‘voor allen‘, in die zin dat iedereen gebruik kon maken van de omnibus. En bus is daarvan een verkorting.


Terzijde 2: het woord tram is via het Engelse tramway in onze taal beland. Het woordje tramway is ook een tijdje in Nederland gebruikt, maar verdrongen door tram, en dat verklaart de Engelse uitspraak. Aan de basis van het woord tramway liggen woorden als tramtrame en traam, sinds circa 1500 gebruikt in het Middelnederlands, Nederduits en Oudfries om de (houten) rail van een kar te omschrijven. In het Engels werden de vroege mijnwagentjes ook tram genoemd.


Op een paar plaatsen in Nederland zijn nog stoomtrams in bedrijf, zoals in Hoorn, waar de lijn uit 1887 als museumstoomtramlijn wordt gebruikt.
En daar ben ik vandaag. Even terug in de tijd. Volgens de krantenjongen op het station is het 29 maart 1926.

Het tramstation van Hoorn is herbouwd naar oude tekeningen. Er is nog een grote werkplaats, waar de museumroute doorloopt. Er staan diverse locomotieven en wagons in allerlei stadia van onderhoud.
En dan staat iedereen geduldig te wachten bij de spoorbomen die bediend worden vanuit de seinwachterpost., hoog boven de sporen. Trouwens, deze tram rijdt op normaalspoor. Een trein zou hier dus kunnen rijden en de tram dus op de naastgelegen spoorrails.

Het heeft nog heel wat voeten in de aarde voor we weg kunnen. Voor iedereen is ingestapt, op elk balkon moeten de hekjes handmatig worden gesloten, fietsen worden op de laatste wagon geplaatst, maar…
Een stoot op de stoomfluit en al puffend en blazend gaan we op pad. Het gaat niet hard, soms staan we stil voor een lastige oversteek. soms moet met de vlag het verkeer worden tegengehouden.

Ik ben in de laatste wagon op het achterbalkon. Van hieruit heb ik mooi zicht over het landschap en in de bochten kan ik helemaal langs de tram kijken.
Bijna alle stationnetjes zijn nog aanwezig (bijna allemaal bewoond) in de karakteristieke bouwstijl van eind 19e eeuw: Zwaag, Zwaagdijk, Wognum-Nibbixwoud (waar we een kwartier verpozing hebben), Bennebroek-Sijbecarspel, Abbekerk-Lambertschaag, Twisk en Opperdoes. Dat laatste stationnetje staat inderdaad bij het dorpje waar de Opperdoeze Ronde vandaan komt. Het één van de zeldzame Nederlandse producten met een beschermde oorsprongsbenaming, een aardappel die in dit gebied is gekweekt en wordt geteeld. En ook alleen maar zo mag heten als-ie (handmatig) hier uit de grond wordt geoogst.

In Medemblik heb ik even de tijd om de benen te strekken, want over een ruim een uur vertrekt de boot naar Enkhuizen. Na een terrasje ga ik richting boot. Het is de Friesland, een motorschip uit 1956, gebouwd als veerboot tussen Harlingen en Terschelling en Vlieland, die tot in de jaren ’80 heeft dienst gedaan. Nu onderhoudt het een veerdienst over het IJsselmeer tussen Enkhuizen en Medemblik.

Na een nostaligische vaart meert de boot aan bij het Zuiderzeemuseum, waar ik uitstap, en vervolgens bij eindpunt station Enkhuizen.

Ik reis tegenwoordig veel met trein, bus, tram en metro, en heel soms denk ik wel eens: ik zou willen dat al die oude tram- en spoorlijnen nog bestonden. Het heeft iets heel moois om zo te reizen.


Plaats een reactie