Deze column is geschreven voor de Historische Kring West-Betuwe.
Hoe simpel kan een monument zijn. Een vierkant betonnen steentje, een messing plaatje, een naam, wat data. Onopvallend opvallend zijn ze.
Ik ben op zoek naar vier steentjes en loop er bijna aan voorbij. De modder van de dijkverzwaring heeft ze vrijwel onzichtbaar gemaakt.
Met mijn vinger maak ik ze wat schoon en dan kan ik de namen lezen.
Ik ben op de dijk in Ophemert. Ik vraag me af of Izaäk of Maria wel eens de dijk zijn opgelopen om in de verte te staren. Wisten ze wat hun lot zou worden? Vermoedden ze iets? Waarschijnlijk niet. Dochter Rachel (Ro) vertelde dat Maria voor iedereen rugzakken had genaaid voor de reis.
Op 9 april 1943 kwam een bus van de Eerste Tielsche Autobus- en Touringcar Onderneming (ETAO) voorrijden. En daar stapten ze in: vader Izaäk, moeder Maria, dochters Rachel, Judith en Anna en zoon Mozes.
Stijnes de Kruif, zeven jaar oud, zag ze vertrekken.
Ik zoek hun foto’s op. Vader kijkt me vriendelijk aan, donker haar en snorretje, ietwat scheve glimlach. Moeder heeft een lief gezicht, haar haar netjes opgestoken, brilletje met klein montuur, in haar dagelijkse goed. De foto’s van Mozes en Anna zijn waziger.
Ik vind ook een gezinsfoto uit 1942. Vader en moeder duidelijk ouder en grijzer, kinderen om hen heen. Zo heel gewoon.
Zo heel ongewoon.
Het is hun laatste foto. Izaäk Kalker was in Varik geboren, in 1883, Maria van Blijdenstijn in 1890 in Ophemert. In 1921 trouwden ze in Ophemert, waar toen nog aan de dijk een kleine synagoge stond.
Izaäk was slager, Maria werkte tot haar trouwen bij haar moeder in de manufacturenzaak in Ophemert.
Het gezin belandde in Vught waar Ro en Judith in het Philipskommando aan het werk moesten en Mozes bij de Moerdijk in een buitenkommando. Izaäk, Maria en Anna werden op 8 mei 1943 naar Westerbork gestuurd en op 11 mei naar Sobibor. Na aankomst op 14 mei werden ze onmiddellijk vergast.
Mozes werd op 3 juli 1943 doorgestuurd naar Westerbork. Op 20 juli vertrok de laatste trein uit Westerbork naar Sobibor met Mozes aan boord die op 23 juli werd vergast.
Ro en Judith overleefden de oorlog. Ze kwamen vanuit Vught in Auschwitz terecht, na omzwervingen in Neuengamme en uiteindelijk in Nederland. Judith stierf in 2001 in Oss, Ro in 2018 in Ophemert. Zij heeft tot aan haar dood in haar ouderlijk huis gewoond, samen met haar gezin.
Op voorspraak van Stijnes de Kruif zijn in 2010 vier Stolpersteine bovenaan de dijktrap van het huis van Ro gelegd, in overleg met en na goedkeuring van Ro.
Wat zijn Stolpersteine?
Stolpersteine zijn messing plaatjes, bevestigd op betonnen steentjes van 10x10x10 cm, waarmee de Nazi-slachtoffers worden herdacht. Ze worden in de stoep geplaatst voor de laatste woning van de slachtoffers (alleen als de nabestaanden daar geen bezwaar tegen hebben).
Stolpern betekent struikelen en de bedoeling is dat deze stenen je laten struikelen, niet fysiek, maar mentaal. Even stilstaan bij het verleden.
In de Gemeente West-Betuwe vinden we Stolpersteine in Ophemert, Beesd en Herwijnen.




