Op Oudjaarsdag 1992 kwam ik in het Rivierengebied wonen. Eind 1993, met de Kerst, was het gevaarlijk hoog water en ik bezondigde me toen aan ramptoerisme. Dertien maanden later, het is dan eind januari 1995, is ramptoerisme niet meer leuk. Maandagmiddag sta ik aan de dijk, bij de coupures. Dichtgezet met de vloedplanken, paardenmest ertussen gestort. Achter me zie ik kwelwater. Ik ben er niet gerust op.
Ik ga de volgende dag werken, maar kom tot niets. De radio staat constant aan, ieder nieuwsbericht wordt beluisterd en ik ga naar huis. Inpakken.
Als ik een tas in de auto zet, luister ik even naar het nieuws. En ja, daar is het bericht. Donderdagochtend moet de Tielerwaard, waar ik woon, geëvacueerd zijn.
Die avond laat ik mijn huis achter, op naar Drenthe, hogere gronden opzoeken.
Dit jaar is dat al weer 30 jaar geleden en dat is de reden dat ik op de speedpedelec naar Beneden-Leeuwen fiets. In het voormalige Sint Elisabeth-gesticht, een verpleeghuis uit 1932, behorende bij het klooster uit 1931, is het Museum Tweestromenland gevestigd.
Het besteedt dit jaar aandacht aan de evacuatie van 1995 maar uiteraard ook aan andere zaken. Er zijn leuke stijlkamers: een woonvertrek, een keuken, een nonnencel. En zijn twee winkelinterieurs, waarvan één nog tot 1980 in gebruik was. En een schoolklasje.
Op zolder kom ik diverse beroepen tegen die in dit gebied werden uitgeoefend: de parlevinker, de kooiker, de scheepsbouwer, de visser, de rietdekker, de touwslager, de mandenvlechter.
De beroepen waren een afspiegeling van het landschap dat ook bepaalde hoe het gebruikt kon worden. Op de vruchtbare oeverwallen akkerbouw en fruitteelt, in de drassige komgronden veeteelt en houtbouw in de grienden.
Ook de prehistorie komt aan bod. Zo staat er zelfs het complete skelet van een wolharige mammoet, bij elkaar gescharreld in het Land van Maas en Waal. Op één bot na.
De Romeinen komen ook voorbij, want ook zij hebben hun sporen in dit gebied nagelaten.
Maar nu even terug naar de overstromingen.
Op 1 februari 1861 breekt bij Beneden-Leeuwen de Waaldijk door. Het hele Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard worden getroffen door een watersnoodramp van enorme omvang. Er vallen doden en de materiële schade is niet te overzien.
Nieuwjaarsdag 1926 breekt bij Overasselt de Maasdijk door en het Land van Maas en Waal stroomde vol. Geen doden, maar weer veel schade.
In 1993 gaat het maar net goed, maar eind januari 1995 dreigt het echt mis te gaan en er wordt besloten tot een grootscheepse evacuatie. 250.000 mensen moeten huis en haard verlaten om elders onderdak te vinden. Ook het vee moet weg. In het museum zie ik een filmpje van geëvacueerde melkkoeien die gemolken moeten worden, maar door al het vreemde bang zijn.
Even wat cijfers
De Rijn bereikt op 31 januari 1995 bij Lobith de op een na hoogste stand sinds Rijkswaterstaat begonnen is met de metingen in 1866: NAP+ 16,68 meter. De hoogste stand was NAP+ 16,93 in 1926. De Maas bereikt op 31 januari 1995 bij Borgharen NAP+ 45,71 meter. Ook hier was het alleen in 1926 hoger: NAP+ 46,05.
Overzicht van dag tot dag
(van Wikipedia)
- Woensdag 25 januari – De zware regenval in de Belgische Ardennen en Noord-Frankrijk houdt aan. Binnen een dag is de Rijn bij Tolkamer twee meter gestegen, de Waal bij Zaltbommel met een meter.
- Donderdag 26 januari – Bij Borgharen en Itteren stijgt de Maas tot 45,09 meter boven NAP. De 3.100 bewoners van beide dorpen krijgen het dringende advies te vertrekken.
- Vrijdag 27 januari – Dijken in het Land van Maas en Waal worden gesloten voor alle verkeer. De Rijn bij Tolkamer staat op NAP +15,02 m, bij Zaltbommel bereikt de Waal +5,86 m. De Rijn overstroomt het centrum van Keulen. Plaatsen in Midden- en Noord-Limburg krijgen wateroverlast.
- Zaterdag 28 januari – De Rijn stijgt bij Tolkamer naar +15,42 m, de Waal bij Zaltbommel naar +6,37 m. De IJsselkade in Deventer wordt afgesloten.
- Zondag 29 januari – Zware regenval in het Nederlandse rivierengebied, evenals in België, Noord-Frankrijk en Duitsland. De Rijn stijgt verder, evenals de Waal en de IJssel.
- Maandag 30 januari – Opnieuw stijgt de Maas bij Borgharen (NAP +45,62 m) en Venlo (+18,23 m). Dringend evacuatieadvies voor 75.000 bewoners van het stroomgebied van de Maas en de Waal. In Gorinchem vertrekken duizenden mensen voor de Merwede. Ook het dorp Boven-Hardinxveld met 4.000 inwoners moest worden geëvacueerd. De IJssel overstroomt de zomerdijk bij Deventer en de kade in Kampen. Door de waterdruk van de regen, doorbrak de dijk van de Dommel in ‘s-Hertogenbosch.
- Dinsdag 31 januari – De Ooijpolder (15.000 inwoners), een deel van het Land van Maas en Waal (ook 15.000) en de Bommelerwaard (40.000 inwoners) worden geëvacueerd. ’s Middags kondigt Commissaris van de Koningin van Gelderland Jan Terlouw de verplichte evacuatie van de 140.000 mensen in de Betuwe af. De waterstand bij Tolkamer is nu NAP +16,63 m, ruim boven het record van 1993.
- Woensdag 1 februari – Bij Ochten is de situatie zeer kritiek. Honderden militairen bedwingen met tonnen zand een schuivende Waaldijk. Het dorp wordt in snel tempo ontruimd. De hoogste stand van de Rijn bij Tolkamer is de vorige avond bereikt met een topstand van NAP +16,68 m. De Waal gaat naar +7,43 m bij Zaltbommel.
- Donderdag 2 februari – Het water zakt. Het gevaar van verzadigde en inzakkende dijken is groot.
- Vrijdag 3 februari – De daling van het waterpeil zet door. De Rijn bij Tolkamer zakt in een etmaal bijna een halve meter.
- Zaterdag 4 februari – Minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken geeft toestemming voor de terugkeer van de evacués naar de Ooijpolder en het Land van Maas en Waal. De dagen erop keren ook de andere inwoners terug.






