Als ik vanaf het station de stad inloop, is het net een gewone weekdag. Nagenoeg iedere winkel en eettent is open. Overal lopen mensen, om me heen wordt vrijwel geen Nederlands gesproken. Ik ben vandaag in Amsterdam.
Boven de straten hangen her en der grote guirlandes met Amsterdam 750 jaar. Nou is dat best een beetje discutabel. Mogelijk heeft de bisschop van Utrecht Guy van Avesnes Amsterdam rond 1300 al stadsrechten verleend. Er is een handvest uit die tijd waarin de bisschop spreekt over ‘onze poiteren van Aemstelredamme’ ofwel onze poorters van Amsterdam. En poorters zijn bewoners van een stad. In 1342 krijgt de stad een nieuw stadsrecht van de Hollandse graaf Willem IV.
Wat we dus zeker weten is dat ergens na 1300 de stadsrechten zijn verleend. En dat is op 1306 gesteld. En Amsterdam gaat daar dit jaar dus al flink aandacht aan besteden.
Zelfs met een serie op TV: Het verhaal van Nederland: Amsterdam.
De Papegaai
Vanuit het station loop ik de Nieuwendijk op, naar de Dam en dan de Kalverstraat in. Ik ga naar de Papegaai, de enige schuilkerk van Amsterdam die nog in gebruik is voor de erediensten.
Het is bijna onvindbaar tussen alle winkelgeweld op de Kalverstraat, de smalle neogotische gevel van de kerk, maar eenmaal binnen ben je de straat vergeten. Alleen het draaiorgel is nog te horen.
De Papegaai is de bijnaam van de Sint Jozefkerk, een statie of een missie van de Rooms-Katholieke kerk uit de 17e eeuw. De pastoor kon hier aan de Kalverstraat een huis huren waar hij de diensten kon houden. Begin 18e eeuw werd een klein kerkgebouw achter het huis gebouwd, dat de bijnaam de Papegaai kreeg, naar een vogelhandelaar die hier gevestigd was.
In de 19e eeuw werd er een nieuwe kerk gebouwd, in de typerende neogotische stijl van die tijd.
Na de dienst in de serene kerk sta ik weer op de nog drukkere Kalverstraat en ga dan op pad voor mijn eerste podwalk van Het verhaal van Nederland: Amsterdam. Op naar de Haarlemmerpoort!
De Haarlemmerpoort
De Haarlemmerpoort is de vijfde poort met diezelfde naam, die telkenmale iets verder richting Haarlem werd verplaatst. De eerste werd in de 14e eeuw gebouwd, de tweede in 1397, in 1482 de derde en in 1615 de vierde. De huidige stamt uit 1840 en zou de Willemspoort worden (vandaar dat het café en restaurant in de poort Willem heten), maar die naam beklijfde niet.
Als ik door de poort kijk, probeer ik me voor te stellen hoe het er nog maar anderhalve eeuw geleden moet hebben uitgezien. Polderland, sloten, molens, koeien, kerktorens in de verte. Nu? Op app word ik gewaarschuwd mijn telefoon diep weg te steken en goed naar de aanwijzingen te luisteren, om in alle drukte niet onder de voet gefietst of gereden te worden. Op naar de Staatsliedenbuurt.
De Staatsliedenbuurt
De industriële revolutie is overal in volle gang, maar niet in Amsterdam. Amsterdam leefde altijd van het water, van de handel, maar nu begint ook Amsterdam met het bouwen van een fabriek.
Fabrieken waren, zeker in die tijd, gevaarlijk, en die moeten het liefst buiten de stad worden gebouwd. En zo gebeurt.
Maar in fabrieken zijn arbeiders nodig en die moeten ook ergens kunnen wonen. En hier, in wat nu de Staatsliedenbuurt heet, worden de woningen uit de grond gestampt. Speculanten bouwen woningen met zo goedkoop mogelijke materialen, ze zijn niet stevig, of schoon, of veilig. Tijdens de bouw storten huizen soms zelfs in. Het wordt een krottenwijk, waar veel mensen wonen en zonder stromend water is er veel kans op besmettelijke ziektes.
Woningwet 1901
De omstandigheden zijn zodanig ten hemelschreiend, dat het stadsbestuur besluit in te grijpen. De arbeiders werken hard, maken lange dagen in gevaarlijke omstandigheden en hebben recht op een fatsoenlijke woning. In 1901 komt er een speciale woningwet, waarmee regels worden vastgesteld waaraan nieuwe woningen moeten voldoen.
In de Van Beuningenstraat staat het eerste wooncomplex dat is opgeleverd onder deze nieuwe wet. Zelfs vandaag nog straalt dit complex relatieve luxe uit. De portieken zijn voorzien van stalen lateien en de banden met gele bakstenen geven een vrolijke toets. De huizen waren groot, met een aparte slaapkamer en zelfs een inpandig toilet.
De Westergasfabriek
Op straat lopen een paar bronzen beelden naar de brug over de Haarlemmertrekvaart (uit 1631). Als het ware verbeelden ze de mensen die naar de Westergasfabriek onderweg zijn. Deze fabriek maakte iets compleet ongrijpbaars uit steenkool: gas! Hiermee konden straatlantaarns branden, en ook de verlichting in de huizen.
De fabriek werd naast de Haarlemmertrekvaart gebouwd, makkelijk voor de aanvoer van de steenkool. De fabriek had drie gashouders, waarvan er nog één staat. De andere twee zijn grote ronde vijvers geworden.
Het hele fabrieksterrein is nu een centrum van cultuur dat is samengesmolten met het naastliggende Westerpark, destijds ook al een vooruitstrevend iets. Een park speciaal voor de arbeiders, zodat ze konden genieten van groen.
Station d’Eenhonderd Roe
Ik loop langs de Haarlemmertrekvaart en in het beton zit een zwarte plaquette. Hier stond station d’Eenhonderd Roe, samen met het toenmalige station Haarlem, de eerste stations van Nederland. Op 20 september 1839 vertrok hier de eerste Nederlandse trein. Naar Haarlem. Twee locomotieven trokken de trein.
In 1840 werd station Willemspoort gebouwd (bij de Haarlemmerpoort) en werd dit station overbodig. Een replica staat in het spoorwegmuseum.
En de naam? Die komt van een herberg aan de overkant van de vaart, die genoemd zal zijn naar een poldertje met deze maatvoering. (Een roede is zowel een oude lengte- als oppervlaktemaat.)
Spaarndammerbuurt
Langs het Westerpark loop ik naar een tunnel onder het spoor om in de Spaarndammerbuurt te komen. Nog een arbeidersbuurt, van ongeveer dezelfde tijd als de Staatsliedenbuurt, maar wel totaal anders.
Ruimtelijker, bredere straten, meer pleinen en plantsoenen, maar net als in de Staatsliedenbuurt is er veel armoe. De bewoners bestaan uit communisten, katholieken, protestanten en socialisten en de diverse groepen gaan nog wel eens met elkaar op de vuist. Vandaar de bijnaam: Moord- en Brandbuurt.
Beeldbepalend zijn Het Gele Blok en Het Schip. Twee gebouwen met arbeiderswoningen die zijn ontworpen met schoonheid in het vaandel. Ook een arbeider mag in een mooie omgeving wonen. Niets lijkt aan de aandacht van de architect te zijn ontsnapt. Niet alleen de muren, maar de kozijnen, de erkers, zelfs de huisnummers, alles is ontworpen voor deze woningen.
Het Schip is nu deels een museum, maar daarvoor moet ik nog een keer terugkomen.
De woningen hier waren groter en dus duurder, een paar straten verderop waren de woningen kleiner en dus goedkoper. Hier woonden de artbeiders die zich elke dag bij de havens en de fabrieken moesten verzamelen om te kijken of er die dag voor hen ook werk was.
Suikerfabriek
Op het Suikerplein sta ik echt even heel verbaasd. Het rietsuiker dat uit de West werd aangevoerd van de plantages waar tot slaafgemaakten werkten, werd naar hier vervoerd om te worden gezuiverd, te worden gebakken, zoals dat werd genoemd.
Hier stond zo’n fabriek. In de erker van een trappenhuis zijn suikerkristallen in het glas afgebeeld.
Aardappeloproer
Ik loop weer bij het water, de havens van het IJ, langs pakhuizen en aangemeerde schepen, graansilo’s.
De 19e eeuw werd ook wel eens de tweede Gouden Eeuw genoemd, maar niet iedereen kreeg daar iets van mee, al niet in de 19e eeuw, maar al helemaal niet in de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal, maar de gevolgen van deze oorlog waren wel degelijk merkbaar. Minder aanvoer, hogere prijzen. En in deze buurt hadden de mensen het al niet breed en werd er honger geleden.
In 1917 breekt een opstand uit, het aardappeloproer. Vrouwen uit de volkswijken, ook hier in West, komt in actie tegen de dure aardappels en gaan plunderen. De arbeiders hier zijn solidair en in de hele stad breken protesten uit.
Bij de Haarlemmerpoort, op het Haarlemmerplein, schieten militairen op de demonstranten, waarbij doden vallen.
Tramlijn 10
Langs de Zoutkeetsgracht zie ik nog twee kleine scheepswerven, restanten van het industriële verleden van deze wijk.
Deze gracht was jarenlang het eindpunt van de voormalige tramlijn 10, de eerste elektrische tram in Amsterdam. Op de podwalk word je opgeroepen om je even te verdiepen in de mensen van die tijd.
Zaken die wij nu gewoon vinden, waren toen heel bijzonder. De vernieuwingen volgden elkaar toen ook al best snel op. Gasverlichting, stoomtrein, toiletten in huis, badhuizen, waterleiding, en nu ook elektriciteit.
Moet je je voorstellen, dat je nog nooit iets hebt zien voortbewegen zonder dat er een fysiek iets was dat het trok of duwde. Paarden, ezels, honden, ossen, mensen, een locomotief, er moest iets zijn dat een voertuig bewoog.
En hier stond een tram zonder iets van dat al. Lichtjes branden binnen, sprookjesachtig. En ja, hoor, de tram beweegt zich voort. Gejuich alom.
Posthoornkerk
Aan de Haarlemmerdijk staat deze voormalige katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen uit 1863, ontworpen door Pierre Cuypers. Van buiten is de kerk neogotisch, enorm smal en hoog omdat er niet meer ruimte was, van binnen meer romaans van stijl. Een eeuw later werd de kerk buiten gebruik gesteld en tot in de jaren ’80 bleven er sloopplannen, al was de kerk een beschermd monument. Nu is het een bedrijfsverzamelgebouw en evenementenlokatie.
En vanmiddag treedt mijn neef op met premieres voor baritonsaxofoon, waaronder de Amsterdam Baritone Waltz.











