Telkens kun je verrast worden in Nederland. Zo klein als ons land is, zoveel historie is er te vinden.
Vandaag was weer zo’n dag. Met schilderachtige dijkhuizen in prachtige kleuren, mooie vergezichten over het water, poldertjes, en een oude dijk in de stad.

Amsterdam bestaat 750 jaar en in het kader daarvan zijn er diverse activiteiten bedacht. Één ervan is in Amsterdam Noord, aan de overzijde van het IJ, een wandeling over de oude zeedijk van Oostzanerwerf naar Schellingwoude. Een wandeling van een goede 10 kilometer door oude dijkdorpen.
Vanaf Amsterdam Sloterdijk pak ik de bus en bij de Oostzanerdijk stap ik uit. Rechts van me is nog een klein stukje van de dijk te zien, dat doodloopt tegen de spaghetti van knooppunt Amsterdam Tuindorp Oostzaan. Dat laat ik dan maar voor wat het is.
Via de website kan ik op meer dan 40 plekken een kort verhaaltje beluisteren en meer leren over de geschiedenis van deze dijk.

Waterlandse Zeedijk
De Waterlandse Zeedijk loopt van Monnickendam tot Durgerdam (het noord-zuid-gedeelte) en van Durgerdam tot de grens met Zaanstad (het oost-west-gedeelte).
In de 10e eeuw vonden grootschalige ontginningen plaats in Holland. Het veenland dat boven zeeniveau lag, klonk daardoor in, en dus werd overal bescherming noodzakelijk.
In het gebied ten noorden van het IJ werd vanaf de 12e eeuw begonnen met het opwerpen van lage kades tegen het opdringende water van de Zuiderzee. De kades werden uitgebreid en opgehoogd. 
In 1288 kwam dit gebied definitief onder het gezag van de graaf van Holland en vanaf dat moment werd dijkonderhoud meer centraal georganiseerd. En ook de dijkring rond Waterland werd toen gesloten.
Het IJ was inmiddels uitgegroeid tot een zee-arm van de Zuiderzee. De dijk die aan de Zuiderzee en het IJ grenst werd Waterlandse Zeedijk genoemd.
Op de wandeling van vandaag kom ik de naam niet tegen. In ieder voormalig dorp heeft de dijk een andere naam. 
Droge voeten werden niet gegarandeerd door deze dijk. In 1916 brak de dijk voor het laatst door en sinds 1932 (sluiting van de Afsluitdijk) is deze dijk een secundaire dijk. Taak is het water van het IJsselmeer te weren. 

Oostzanerwerf
Achter de huizen van Tuindorp zie ik de kranen van de voormalige NDSM-werf, maar de bedrijvigheid uit de 17e eeuw is onvindbaar. En bijna niet voor te stellen.
De app vertelt me dat hier in de 17e eeuw traankokerijen stonden. Walvisvaarders voeren naar de Noordelijke Poolzee en brachten walvisspek mee terug. Hiervan werd lampolie, zachte zeep en kaarsvet gemaakt. Het koken was vies werk en stonk enorm. Daarom werden de traankokerijen hier op de dijk gevestigd, ver buiten het dorp Oostzaan. Alles is weg, maar soms vinden bewoners nog stukken walvisbot in hun tuin.

Oostzaner Overtoom
Vanaf de dijk zie ik links en rechts bebouwing, maar de zee kwam toch echt tot hier aan de dijk in de Middeleeuwen. Er was een haven met bijbehorende bedrijvigheid en zelfs een overtoom, een installatie waarmee schepen over de dijk werden gesleept.

Landsmeerderdijk
Dit is het enige stuk dijk, dat geen dorpje was. Het behoorde tot Landsmeer, een dorp iets noordelijker, en werd in 1966 bij Amsterdam gevoegd.
Bij de Stoombootweg legden tussen 1867 en 1921 de stoomboten op Amsterdam aan. Vanaf Landsmeer kon je via een voetpad naar de steiger op de dijk. In 1921 ging een bus rijden en verdween de stoomboot, en uiteindelijk ook alle bedrijvigheid op de dijk.

Wilmkebreekpolder
Als je op een kaart van Amsterdam naar dit stukje stad kijkt, zie je een ongeschonden polder. Hier boert de enige boer binnen de ring van Amsterdam. 
Het is een bijzonder laag stuk land, een plek waar meerdere malen de dijk doorbrak. In de 17e eeuw voor het laatst en toen ontstond een breek, zoals doorbraakkolken hier worden genoemd. Ter ere van Graaf Willem VI van Holland (1365-1417), die zich had ingezet voor dijkonderhoud in dit gebied, werd het Wellemkes Breek genoemd. Vanaf 1636 werd het meertje drooggemalen.
Nog een bijzonder verhaal zit er aan dit poldertje. In de 18e eeuw graasde hier zo nu en dan neushoorn Clara. Clara was een geschenk aan een VOC kapitein die het beest meenam naar Nederland en de polder voor haar kocht. Vaak was ze er niet, omdat ze als een soort superster door Europa reisde, als attractie.

Kadoelen
Deze voormalige buurtschap stamt uit de 14e eeuw en ook hier ligt een breek, die is drooggemalen. Het 19e eeuwse gemaal is nu een concertgemaal en ernaast staat het moderne gemaal.
De naam Kadoelen betekent zoiets als kwade sloten, grenssloten die slecht onderhouden waren. Ka komt van kwa of qua en doelen van doel (gegraven gat of greppel). 
Terzijde: het woordje doel heeft een grappige ontwikkeling doorgemaakt. Van naam voor het gegraven gat werd het de benaming voor de opgeworpen grond. Omdat men die heuveltjes voor schietoefeningen ging gebruiken, werd doel een schietbaan.

Buiksloot
En nee, dat komt niet van buik. Het moet een sloot zijn geweest met beuken er langs. 
Aan de overzijde van het water zie ik een grote kraan staan, niet meer in gebruik, dat is wel duidelijk. Het blijkt het Paard van Noord te zijn, een restant van de betonfabriek van Baarsen die hier heeft gestaan voor de bouw van woonwijken en de aanleg van de IJ- en Coentunnel. 
Na afbraak van de fabriek is de kraan herplaatst als herinnering aan het industriële verleden.
In Buiksloot staat ook een prachtig 17e eeuws kerkje met een kerkhof. Op een bankje neem ik even de tijd voor een pauze. Tussen de graven bloeien sneeuwklokjes en crocussen. Het is er stil. 

Nieuwendam
En dat heet niet voor niets zo. Het is het jongste dorp van Waterland, ontstaan na een dijkdoorbraak in 1516. Hierbij werd het dorp Zosenerdam compleet weggevaagd. Er werd landinwaarts een nieuwe dijk gelegd en hier ontstond Nieuwendam. Het dorp heeft in de 16e eeuw flink geleden. In 1570 een Allerheiligenvloed en in 1573 verwoestten de Spanjaarden alle gebouwen. Met subsidie van Willem van Oranje zijn de dijken hersteld en kon herbouw beginnen.
Opvallend element in Nieuwendam is de Waterlandse zwaan. Verschillende panden hebben zo’n zwaan aan de gevel, sommigen mensen hebben een beeldje van een zwaan in de vensterbank.
De zwaan was het wapen van Waterland. Het draagt een gouden kroon om zijn nek en verbeeldt de verbinding die de mensen hier tot op de dag van vandaag voelen met Waterland.
Achter een oud hek liggen grote schuren van de oude scheepswerf Het Fort, genoemd naar het fort dat hier in opdracht van Diederik Sonoy in 1572 werd gebouwd. Aan deze werf zit een bijzonder verhaal vast. Begin 20ste eeuw vestigden zich op deze werf tal van scheepsbouwers. Bekendste was De Vries Lentsch, een familiebedrijf dat o.m. reddingssloepen bouwde. Op 14 april 1912 zonk de Titanic en kwam er een wereldwijde vraag naar reddingssloepen, met als gevolg voorspoed hier aan het IJ.
In Café ’t Sluisje (naast het Nieuwendammersluisje dat het Die met het IJ verbindt) is het tijd voor de lunch. Het café zit hier al meer dan 100 jaar, op de plek waar veerbootjes naar Amsterdam afmeerden (en nog steeds is er in de zomer een veerdienst). Het café is opgekocht door de buurt om het behouden.

Schellingwoude
Langs het Schellingwouderbreekpark (deze breek is ontstaan in 1570) kom ik bij Schellingwoude, het enige van de dorpjes dat nog de eigen naam heeft behouden.
Het dorp is gek genoeg ouder dan de dijk waarop het nu staat. Het was een ontginningsdorpje bij een bos op de grens van land en water, ontstaan voordat het IJ werd gevormd. Schel(l)ing komt scheiding en woude, ja, duidelijk. In het drassige land kwam het water steeds hoger te staan en landbouw was niet meer mogelijk. De bewoners herbouwden hun huizen op de inmiddels aangelegde dijk (tussen 1200 en 1300) en richtten zich op de handel en visserij. Toen Amsterdam hen overvleugelde, werd het weer een boerendorp. 
Ik loop nog even langs het witte kerkje van Schellingwoude, een Waterstaatskerkje uit 1866, gebouwd op de plek waar al vanaf de 14e eeuw een kerk stond. 
Als ik terugkeer naar de dijk, zie ik een stukje van het boerenverleden van dit dorp. Een heuse stelpboerderij, scheefgezakt in dit slappe en natte land.


Plaats een reactie