Nietsvermoedend loop ik het museumrestaurant binnen en laat gelijk mijn plan voor een kopje koffie varen. Het zit werkelijk helemaal vol.
Ik haal mijn kaartje bij de balie en vraag of er misschien een speciale bijeenkomst is. Nee, nee, geen sprake van. Dit zijn allemaal mensen die komen voor de tentoonstelling van deze bijzondere schilder. In het weekend is het nog veel drukker.
OK, dan! Dat wordt beneden zoeken naar een leeg kluisje, maar het lukt en dan gauw naar boven, naar de tentoonstelling.
Ook daar is het druk, maar met wat geduld krijg ik de kans om eerst de film te bekijken en dan kan ik de schilderijen bekijken.
Ik moest in Arnhem zijn vandaag voor iets anders en bedacht dat ik net zo goed even naar Museum Arnhem kon gaan, voor de tentoonstelling over Jan Mankes.
Jan Mankes leefde maar kort, maar liet een behoorlijk oeuvre na. 150 schilderijen, 100 tekeningen en 50 prenten.
Hij werd in 1889 geboren en stierf in 1920. Meppel was zijn geboorteplaats, daar was zijn vader belastingambtenaar. Daar ging hij in 1902 naar de hbs, maar na de verhuizing naar Delft ging hij een andere kant uit. Hij werd leerling bij een glasschilder en volgde een avondopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
En zo begon Jan met schilderen. Vogels en nesten in de duinen van Den Haag en omgeving. In 1908 stopt Jan met zijn opleiding en wordt vrijgevestigd kunstenaar. Vrijwel meteen heeft hij succes. Bijna al zijn werk wordt door kunsthandelaren opgekocht en dat blijft zo, zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog.
In 1909 verhuisde het gezin Mankes nogmaal, nu naar Het Meer, een buurtschap bij Heerenveen. En bij de dorpjes Benedenknijpe en Bovenknijpe (nu De Knipe).
In Bovenknijpe werd in 1913 werd Anne (of Annie) Zernike bevestigd als eerste vrouwelijke predikant in Nederland. Jan en Anne leerden elkaar kennen en in 1915 trouwden ze.
Al in 1916 lijdt Jan aan tuberculose, toen een ziekte met vrijwel altijd een dodelijke afloop. Daarom verhuisden ze naar Eerbeek, omdat de bosrijke omgeving goed zou zijn voor Jan. Ze kregen een zoon, in 1918, maar Jan was toen al erg ziek. Hij werd besmet met de Spaanse griep, lag veel in bed, maar bleef werken als het ook maar ietsje beter ging. Een opvallend element doemt dan op in zijn werk: de schedel, als een soort omen.
De tuberculose kreeg hem er onder, in 1920 stierf hij, 30 jaar oud nog maar.
Jan leefde in een tijd waarin de schilderkunst (en de beeldende kunst in het algemeen) grote veranderingen doormaakte. Modern, expressief, impressionistisch, anders dan voorheen.
Jan deed iets anders. Hij schilderde wel modern (dat vind ik tenminste). Hij schildert de essentie, maar dan in de stijl van de fijnschilders uit de 17e eeuw.
Brief van Jan Mankes aan zijn mecenas Pauwels 3 augustus 1914
‘Om rustig door te blijven werken en geen krant te lezen is wel aardig gezegd, maar ’t zou iets zijn als de struisvogel die zijn kop in ’t zand steekt, u ziet daar de onmogelijkheid zoowel voor mij als voor u zelf van in. We willen dus hopen en trachten met en door de realiteit het idealisme er in te houden.’
Zijn stillevens zijn werkelijk schitterend in hun eenvoud en bescheidenheid. Een dood roodborstje, een uil, een paar flessen met olie, een vaasje met dopheide, het stelt eigenlijk niets voor, maar door de aandacht en precisie worden het kunstwerken. Ze zijn klein en geschilderd met veel oog voor detail. Er is met veel aandacht en concentratie gewerkt. Het zijn intieme werkjes, door het kleurgebruik en de combinatie van scherpte en zachtheid. Het leverde Mankes de reputatie op van ‘Hollands meest verstilde schilder‘.
Jan was in zijn kunst een bescheiden en introvert mens, maar hij had wel uitgesproken politieke en religieuze standpunten, waarover hij met Anne en andere tijdgenoten fel kon discussiëren. Zo werden Jan en Anne vegetariër, stonden ze achter het christen-anarchisme, en spraken ze over de ideeën van de Russische schrijver Tolstoj. Die geloofde dat morele kracht, zoals liefde en vergeving, de enige juiste manier is om conflicten op te lossen. Christelijke waarden zoals naastenliefde en medeleven zijn volgens deze overtuiging tegengesteld aan militair vertoon. Jan en Anne delen deze overtuiging met hun vrienden, zoals de Friese pacifist en vegetariër Cornelis Gouma, en iets later ook met het kunstenaarsechtpaar Lebeau in Den Haag.
Beiden voelen zich aangetrokken tot een spirituele blik op het leven waarin natuur en geloof met elkaar verbonden zijn. In hun ogen is Gods werk zichtbaar in de natuur. Door de schilderijen van haar man gaat Anne kunst als een belangrijk middel zien om morele zuiverheid uit te dragen.
En inderdaad voel ik die spiritualiteit als ik door de zalen loop. Juist omdat de werken zo klein en bescheiden zijn, met zulke alledaagse voorstellingen, maken ze heel veel indruk.
In het museum wordt het werk van Jan Mankes gekaderd door werk van kunstenaars die hem inspireerden en navolgden, maar ook door moderne kunstenaars die vakmanschap en de natuur hoog in het vaandel hebben staan.
Het meest opvallende is het werk van Mariëlle Videler. 365 gouaches van insecten hangen aan waslijnen door een zaal, werkelijk schitterend gedetailleerd. En in een andere zaal, 365 houten takjes waarop idem zoveel kleine tekeningen leunen, met daarop vogels van allerlei pluimage. Vogels en insecten, bescheiden onderdeel van de natuur, door de mens soms veronachtzaamd, of zelfs verwenst, maar o zo belangrijk.
En de quilt die prominent op zaal hangt? Die is gemaakt van bladeren en uitgewreven aarde van de Veluwe.
En natuurlijk moet ik hier (binnen en buiten) genieten van het uitzicht over de Nederrijn.







