Zo klein als het dorp is, zo groot is de geschiedenis. Daar kom ik achter als ik op deze frisse zonnige zondagmiddag het dorp Ophemert verken. Ik woon er vlakbij (ik zie de toren vanuit mijn thuiskantoor) en heb er veel gewandeld. En toch ben ik vandaag verrast door de geschiedenis van dit dorpje.
Het heeft ruim 1700 inwoners, een winkel is er niet meer, er is nog een kapper en een restaurant annex cafetaria, een MFC en een klein bedrijventerrein naast het sportterrein, verder een lagere school.
En een mooie gotische kerk, de Maartenskerk. Op internet zul je her en der lezen dat deze kerk ooit gewijd was aan Lambertus. Maar laat dat nou net niet kloppen.
In dit (toen en nu) kleine dorp hebben maar liefst vier gebedshuizen gestaan. Veel is er niet van terug te vinden, maar toch ga ik vanmiddag op speurtocht.
Op de fiets onderlangs de immense Waaldijk, die net (weer) is versterkt, rij ik langs het voormalige klooster Zennewijnen. De begraafplaats is nog een restant van het vrouwenklooster Mariënschoot, een nevenvestiging van mannenklooster Mariënwaerd bij Beesd. Het klooster bestond van 1228 tot 1572. Op het kloosterterrein werd in 1887 een villa gebouwd die nog steeds de naam Het Klooster draagt.
Kloosters bezaten in de middeleeuwen overal in de Nederlanden grondgebied. Monniken en lekenbroeders stonden vooraan bij het ontginnen en inpolderen van Nederland. En zo werd in Ophemert vanuit de Paulusabdij in Utrecht een bouwhuis gevestigd, ergens in de 13e of 14e eeuw. Vanuit een bouwhuis werd het omringende land bewerkt. Nog steeds staat aan de Akkersestraat dit bouwhuis, met de naam Abtdij en het jaartal 1895. Dit jaartal verhult hoe oud het huis van oorsprong is. Het is het jaar van de laatste grote verbouwing, maar de westelijke gevel is duidelijk middeleeuws.
Als ik op de kaart kijk, zie ik dat de akkers aan de overkant van de straat Abtsakkers heten.
Mijn fiets zet ik voor de Maartenskerk van Ophemert. De kerk ligt iets hoger dan de weg en is omringd door het oude kerkhof met een ijzeren hek. De kerk werd in 1028 als Sint Martinuskerk gesticht onder auspiciën van het Bisdom Utrecht. Het huidige gebouw is laatgotisch en in 1858 werd het schip vernieuwd en na de oorlog in 1955 het gotische koor.
Bovenaan de dijk bij restaurant het Dijkhuis heeft de synagoge gestaan. Ik heb TopoTijdreis erbij gepakt, want van dit gebedshuis is niets meer terug te vinden. In Ophemert vestigden zich sinds 1800 de eerste Joodse gezinnen en in 1850 werd aan de dijk een synagoge gebouwd. In 1920 werd dit gebouwtje afgebroken.
Als ik verder loop langs de dijk kom ik bij de Kapelhof, een mooie villa, met vlak daarvoor de Kapelstraat.
Hiervoor moet ik even een uitstapje maken naar de 12 eeuw. In de nadagen van de Derde Kruistocht (1189-1192) werd een kruisridderorde opgericht met de naam ‘Orde domus Sanctae Mariae Theutonicorum Hierosolymitanorum‘, in het dagelijks leven de Teutoonse Orde of Duitse Orde genoemd.
Deze orde behoorde tot de Milites Christi ofwel de legers van Christus. De legers wilden de regels van het Katholieke geloof, zoals voorgeschreven vanuit Rome, gewapenderhand handhaven en verbreiden namens de paus. Vergelijkbare ordes zijn de Tempeliers en de Maltezers.
Toen tijdens de Derde Kruistocht de inname van Jeruzalem mislukte werd hun nieuwe opgave met harde hand inwoners van Pruisen en Lijfland kerstenen. Ook verzetten ze zich tegen de Reformatie en vochten ze tegen de Ottomanen.
Deze orde had in Utrecht een Balije of Ordensprovincie, die in de Nederlanden veertien Commanderijen bezat. In Hemert (zoals Ophemert toen nog heette) was vanaf 1256 een Commanderij gevestigd en in Tiel vanaf 1328.
Deze orde had in Ophemert ook een kapel, maar behalve de naam van de villa en de straat is daarvan niets meer terug te vinden.
Ik loop het dorp uit en ga naar de Nicolaidreef, een smal pad tussen de landerijen. Deze naam kom ik op Internet ook tegen met de bewering dat in Ophemert een Nicolaaskerk zou hebben gestaan. Maar er is niets dat daar op wijst.
Nu zegt dat helemaal niets, want er heeft nl. nog een grote kerk in Ophemert gestaan: de Sint Lambertus en daar is niets meer van terug te vinden.
Tussen 850 en 950 werd deze kerk langs de toenmalige dijk gebouwd, als onderdeel van het bisdom Luik.
Tot in de 16e eeuw was bisdom Utrecht het geestelijk centrum voor een groot deel van de Nederlanden boven de grote rivieren en in Zeeland.
De rest van wat nu Nederland is viel onder de geestelijke leiding van de bisdommen Luik, Münster en Keulen.
Zoals Martinus de patroonheilige van Utrecht was, was Lambertus dat van Luik. Hij was bisschop van Maastricht vanaf 670 tot zijn dood in Luik in 700 of 705.
De kerk was in beheer van het klooster van Thorn, dat ook onderdeel van Luik was. Ook was ze verbonden aan het klooster van Zennewijnen en de Duitse Orde gebruikte de kerk ook. Na de Reformatie kwam de kerk leeg te staan en in 1677 werd de kerk gesloopt. Delen ervan zijn gebruikt bij herstel van de Maartenskerk.
Heel lang werd gedacht dat de kerk niet bestaan had. Ga maar na, zo’n klein dorp en dan twee grote kerken? Tot 1983. Toen werden bij het bouwen van een woonwijk restanten van de kerk gevonden. Onder de dijk moeten nog meer restanten van de kerk liggen en van het bijbehorende kerkhof.
Ik loop nog een ommetje langs het kasteel, maar de paden zijn nat en modderig en het Mariabos naast boerderij de Pippert is ook nog afgesloten. Niet alleen zijn daar ook de paden modderig, maar er liggen omgewaaide bomen en wegens essenziekte is er gevaar voor vallende takken. Ik waag me er niet aan.
Het huidige Huis Ophemert is grotendeels 17e eeuws, na de verwoesting bij de Franse inval van 1672. Helaas is het niet toegankelijk, of je moet overnachten in de B&B,
Op de pilaren bij de toegang houden stenen leeuwtjes de wacht. de bek vervaarlijk gesperd, een wapenschild in de klauwen.
En dan de naam van dit dorp. Op– is later toegevoegd, om Hemert aan de Waal en Hemert aan de Maas uit elkaar te houden. Hemert aan de Waal ligt ten opzichte van Hemert aan de Maas stroomopwaarts en dus werd het Ophemert en Nederhemert.
Hemert komt van een woord dat steen of rots betekent, net als hamer. Hamar kwam in het Oudnederlands voor en betekende steen, net als in de Scandinavische talen. Verondersteld wordt een oorspronkelijke betekenis van stenen werktuig.
Waarom in Ophemert, waar rotsen en stenen zeldzaam zijn, het woord hamer voorkomt, zal wel in raadselen gehuld blijven.






