Orgelmetaal
Orgelpijpen kunnen van hout of metaal gemaakt worden. Het meest gebruikte orgelmetaal (zoals het wordt genoemd) is een legering van lood en tin. De mengverhouding van lood en tin bepaalt voor een groot deel de klankkleur van het orgel. Meer tin? Heldere klank. Meer lood? Wolliger. Meer tin geeft ook meer glans en dat wordt dan vaak gebruikt voor de voorste pijpen in het orgelfront.

Brons
Een legering uit koper en tin. Het tingehalte varieert van 10 tot 30% en de kleur varieert daardoor van roodachtig tot geel. Brons werd proefondervindelijk ontdekt. Werd eerst alleen koper gebruikt, later werd dat brons, een legering van koper en arseen. Oudst bekende voorwerpen stammen uit het vijfde millennium voor Christus. Ontdekt werd dat brons met tin makkelijker te maken was, eenvoudiger te gieten en sterker dan brons met arseen. En niet onbelangrijk: tin was niet giftig, arseen wel.
De eerste tinhoudende bronzen artefacten stammen uit het vierde millennium voor Christus.
Bijzonder feit: tin en koper worden slechts op een enkele plek tezamen gevonden, dus was men voor het maken van brons afhankelijk van de handel.

Goud
De koning der metalen, een zeer zwaar maar ook zeer zacht materiaal, maar net iets harder dan zink. Goud wordt vrijwel voor alle doeleinden gelegeerd met andere materialen. Het kan niet aan de lucht oxideren (zoals koper, brons, zilver en tin), vandaar ook de naam koning.
Het staat niet alleen bekend als waardevol, maar ook als magisch, vanwege de zuiverheid.

Zo, dat was een hele inleiding en straks volgt nog een sprookje.

Utrecht

Eerste Kerstdag was ik ’s middags afgereisd naar Utrecht. In de van oorsprong 12e eeuwse Nicolaïkerk zingt Scola Davidica een Festival of Lessons and Carols. Jan Hage aan het orgel, een volle kerk, mooie kerstversiering overal. En na afloop stapte ik weer de sombere miezerige stad in.
Bijzonder feit is dat deze kerk mogelijk de eerste kerk in Nederland is waar een orgel werd geplaatst. Al in 1120 is er sprake van een portatief (een draagbaar pijporgeltje) en in 1430 wordt er gesproken over het oude orgel van de kerk. En het Pieter Gerritsz-orgel uit 1479 uit deze kerk is het oudste orgel van Nederland. Na wat omzwervingen hangt de kas in de Koorkerk van Middelburg en ligt het pijpwerk in een Rijksbunker. In afwachting van…

Vlaardingen

Het was vanmorgen een reis met hobbeltjes. In Geldermalsen een technische storing, maar toch haalde ik nog net de trein naar Rotterdam, maar bij Bodegraven zat er een zwaan in het spoor. Nou ja, met de metro toch nog ruimschoots op tijd in Vlaardingen.
Want daar is zoals altijd op donderdag een lunchconcert in de Grote Kerk, een uit de 14e eeuw stammende kerk.
Vandaag krijgen we een mooi kerstprogramma voorgeschoteld, met minder bekende stukken. Het orgel stamt uit 1763, gebouwd door Van Peteghem voor de Bernardijner Abdij van Baudeloo in Gent. In 1819 is het aangekocht door de Grote Kerk.

Met de metro reis ik naar Schiedam en dan verder met de trein naar Leiden. Want daar wil ik naar twee tentoonstellingen. Achteraf gezien niet goed ingeschat qua tijd, dus ben ik superblij met mijn museumkaart. Ga ik toch gewoon nog een keer?

Brons

In het RMO is de grote overzichtstentoonstelling Bronstijd – Vuur van verandering.
De Bronstijd loopt van ca 3000 tot 800 voor Christus en in de zalen van het RMO wordt een beeld geschetst vanuit het Stenen Tijdperk naar de IJzertijd en welke veranderingen er in de samenlevingen in onze gebieden gebeurden.

Na de laatste IJstijd (ca 10.000 jaar geleden) onstond er naast de jager-verzamelaars een andere, nieuwe levenswijze: een sedentaire boerensamenleving. Mensen die op één plek hun bestaan opbouwden, met graan dat op akkers wordt verbouwd, met beesten die worden gedomesticeerd en in kuddes kunnen worden gehouden. De wereld wordt maakbaar, de mens zet de natuur naar zijn hand, grotere groepen kunnen nu op een vaste plek wonen. Grondbezit en overproductie worden realiteit (dan al!) maar ook neemt men de tijd om grote monumenten op te richten voor de overleden naasten.

Ca 5000 jaar geleden is er een ongekende migratiegolf vanaf de oostelijke steppes: de Yamnaya cultuur verspreidt zich in enkele generaties vanaf Mongolië tot aan de Noordzee. Hun gebruiken en tradities schieten hier wortel en verbinden grote gebieden over grote afstanden. Gedeelde symbolen, gedeelde gebruiken en in onze streken het eerste metaal.

Vanaf 2000 voor Christus is brons in opkomst. Werktuigen, wapens en sieraden worden meer en meer gemaakt van dit taaie en harde metaal. Het glimt als de zon, kan worden omgesmolten en leent zich zo voor vernieuwing.
Omdat tin en koper maar op een paar plekken in Europa voorkomen, ontstaan er machtscentra. En een elite die zich tooit met wapens en sieraden.
En er onstaan conflicten. Zwaarden ontstaan, een voorwerp enkel en alleen bedoeld voor de strijd.

Ik loop door de zalen en sta verbaasd over het vernuft dat aan de dag gelegd werd in de samenlevingen van duizenden jaren geleden. Om een heel gezin te kleden moest je ca 8 maanden spinnen, weven en naaien, maar wat er staat aan kledij is echt prachtig. En zelfs modern.
Bronzen bijlen werden niet alleen als werktuig gebruikt, maar soms ook als een vroeg soort geld. Ze hadden veelal hetzelfde gewicht en konden dus als ruilmiddel dienen.
En zijn weinig houten voorwerpen overgeleverd, maar die er zijn, laten je verbaasd staan. Een houten waterput, een houten kookemmer, een pollepel (je hangt ‘m zo thuis aan het haakje, echt!) Zo huiselijk, zo intens menselijk.

En dan komt er een zaal met goud! Een vreemd soort hoed (?). Men is er niet helemaal uit waarvoor dit zou hebben gediend. Ernaast een gouden bovenstuk van een cape. Wellicht voor een priesteres? Het moet spectaculair geweest zijn, met de stoffen cape aan het gouden bovenstuk tijdens een rituele dans.

En staan zonnewielen en zonnebootjes en er wordt aandacht besteed aan de zonnekalender van Tiel. Op een te ontwikkelen industriegebied bij buurtschap Medel werd in 2017 een openluchtheiligdom van ca 4000 jaar oud blootgelegd. Een henge wordt dit genoemd, een ovaal of rond neolytisch aardwerk met een wal met meerdere doorgangen en een greppel. Bekendste henge is uiteraard Stonehenge. Een heel bijzondere vondst was een kraal uit Mesopotamië in het huidige Irak.

Goud

Ik loop de miezerige stad in en ga richting het Wereldmuseum waar de tentoonstelling In de ban van Goud te zien is. Het museum bezit al vele gouden stukken uit de Indonesische Archipel en vult dit aan met stukken uit andere collecties om het verhaal over goud te vertellen.
Zelf draag ik geen goud, maar ik heb wel wat geërfd via mijn moeder van mijn oma, die gouden sieraden met bloedkoraal droeg bij haar klederdracht.

In de tentoonstelling zie ik hoe goud in rituelen werd en wordt gebruikt, zoals een priesterkleed uit de Koptische Kerk, en als machtsymbolen bij de sultans en andere machthebbers in Indonesië. En niet alleen in Indonesië.
Over de hele wereld gelden gouden voorwerpen als symbolen van de macht. In de vitrine staat de Koningskroon die in 1815 is gemaakt voor Koning Willem I. Er wordt wel eens gezegd dat Nederland te zuinig was voor een echte kroon, maar de installatie of inhuldiging van een koning in Nederland is anders dan bijv. in Engeland. Daar wordt de kroon op het hoofd gezet en een dergelijke kroon is kostbaarder. De heraldische kroon van Nederland hoeft alleen maar symbool te zijn en niet op een hoofd te worden geplaatst. De kroon is niet van goud, maar van verguld koper met zilverpapier achter de glazen stenen en met nepparels. Willem II heeft een nieuwe kroon laten maken in 1840 en die wordt nog steeds op de regaliatafel geplaatst bij een inhuldiging.

Cadeau’s, nog iets waarin goud uitblinkt. Letterlijk! Op de tentoonstelling staan diverse gouden rammelaars in de vitrine, cadeautjes voor de boreling die er vervolgens niet mee kan. Beatrix kreeg een rammelaar in de vorm van een payung, een staatsieparasol. Ze kreeg dit van de Sultan van Deli in september 1938. De parasol is van goud met belletjes en een kroontje met diamantjes. Gauw achter slot en grendel, als je het mij vraagt.

Er ligt ook een avondtasje van Juliana. Gouden mesh, een gouden rand met saffier en diamant. Maximá draagt het een enkele keer.

In de tentoonstelling wordt ook ingezoomd op hoe schadelijk goudwinning is voor alles en iedereen. De omstandigheden waaronder in de mijnen werd en wordt gewerkt zijn verschrikkelijk, de schade aan het landschap is onherstelbaar, het gebruik van giftige stoffen om goud uit het erts te winnen, de hoeveelheid water die nodig is voor een gram goud, de astronomische hoeveelheid mijnafval.
En dat we nagenoeg alle dagen goud bij ons dragen: in ons mobieltje zit een kleine hoeveelheid goud.

Katwijk

Na een lichte maaltijd ga ik naar het busstation, om de bus naar Katwijk te pakken. We zitten in de bus en de chauffeur vertrekt, uit de bus bedoel ik. En 10 minuten later zitten we er nog. Er komt nog een bus aan, ook naar Katwijk, Halve bus stroomt leeg in die bus en we vertrekken. Gelijk komt er een chauffeur voor de eerste bus en die gaat ook rijden. Schiet mij maar lek.

Ik wandel door mistig Katwijk naar de Nieuwe Kerk waar Minne Veldman vanavond het traditionele Kerstconcert zal verzorgen.
De kerk zelf stamt uit 1885 en is een immens gebouw in een soort kruisvorm.
Het historische orgelfront houdt je een beetje voor de gek. Het is een front uit 1822, gebouwd voor het orgel van de Broerenkerk in Nijmegen en in 1887 overgeplaatst naar Katwijk. In de jaren 1940 werd er een nieuw orgel in geplaatst dat in de jaren 1980 werd vervangen door het huidige Van den Heuvel-orgel. Dit orgel is het op twee na grootste van Nederland (na de orgels van de Laurenskerk Rotterdam en de Bavobasiliek Haarlem).
Het orgel is inmiddels ruim 40 jaar oud en aan onderhoud toe. Minne moest daarom vandaag nog aanpassingen aan het programma doorvoeren, maar ook aan de registratie. Ik blijf het knap vinden dat een goede organist op een orgel dat problemen heeft, toch een fantastisch concert kan geven.
Petje af!

Sprookje

Er was eens een koning die een gevangene voorgeleid kreeg, een dronken sater. Hij was goed gestemd en liet de sater gaan. Wijngod Dyonisos was de koning zeer erkentelijk dat hij Silenos (zijn leermeester en metgezel) vrij liet en gaf de koning een wens. Of het uitmaakte wat hij wenste, vroeg de koning. Nee, zei Dyonisos. Alles wat je maar wilt.
De koning was zo blij als een kind! Nu kon hij echt rijk en machtig worden, als alles wat hij aanraakte goud zou worden. En zo geschiedde.
Maar de blijdschap was van korte duur. Aan de maaltijd raakte hij zijn eten aan. Hups! Goud, weg eten. Hij raakte zijn drinken aan. Hopla! Goud, niets te drinken. Hij raakte zijn dochter aan en een gouden standbeeld verscheen.
De koning stikte van de honger en de dorst en durfde zijn kinderen niet meer aan te raken. Ten einde raad smeekte hij Dyonisos om de wens om te keren en dat gebeurde.
Hij had zijn les geleerd.

Dezelfde koning was aanwezig bij een muziekwedstrijd tussen de goden Pan en Apollo waarbij bosgod Tmolos als scheidsrechter optrad, die Apollo tot winnaar verklaarde. De koning zei dat hij Pan ook heel goed had gevonden en Apollo werd zo kwaad dat hij de koning aan zijn oren trok en er ezelsoren van maakte. Iemand die zo slecht kon luisteren verdiende niet anders.
De koning schaamde zich diep en droeg van toen aan een tulband. Alleen zijn kapper wist er van en die moest zijn geheim ergens kwijt. Dus groef hij een gat in de aarde en fluisterde zijn geheim in de aarde. Er groeide alleen nog maar riet op die plek en omdat geheimen altijd willen uitkomen, fluisterde het riet van toen aan: ‘Koning Midas heeft ezelsoren’. De koning kreeg het te horen en stierf van schaamte.

In het Wereldmuseum ligt een conceptueel kunstwerk: een boterham belegd met de hoeveelheid goud die een mens zou kunnen hebben als iedereen evenveel zou krijgen. Ik moest gelijk aan Koning Midas denken.
En bij drie muzikale momenten in drie kerken wil ik geen scheidsrechter zijn, maar genieten van wat ik hoor.


Plaats een reactie