De familie

Ze werd geboren in 1840 in Haastrecht, als dochter van de burgemeester. Haar vader stamde uit een bestuurdersgeslacht dat eeuwen terugging en de merkwaardige achternaam Bisdom draagt.

Rond 1550 is er in Krimpen aan den IJssel een Jan Bisdom. Zijn zoon Jacob werd hoogheemraad van de Krimpenerwaard. Diens zoon Adriaen werd gemeentesecretaris en notaris in Haastrecht.
Hij bouwde een huis aan de Hollandse IJssel en plantte bij de geboorte van zijn zonen rode beuken. Eind 17e eeuw is het dan.

Zoon Theodorus zoekt het hogerop. Hij is succesvol als koopman en kan de heerlijkheid Vliet bij Oudewater kopen in 1755. Niet omwille van het dan al vervallen kasteel. Nee, vanwege de titel. Hij mocht zich nu heer van Vliet noemen (en voegde van Vliet ook toe aan zijn familienaam) en werd zodoende lid van de Hollandse adel. Ook werd hij poorter van de stad Gouda, burgemeester van Haastrecht en hoogheemraad van de Krimpenerwaard.

Zoon Marcellus trouwde met een dochter van Salomon Reijnders, de vice-admiraal van Zeeland. HIj kreeg meerdere erebaantjes in Gouda, als regent van het weeshuis en kerkmeester. Hij was lid van de Goudse vroedschap (zelfs enige tijd burgemeester) en zijn fortuin groeide door het bezit van koffie- en katoenplantages in Barbados. Hij werd gezien als een nouveau riche. Een pamfletschrijver noemde Marcel ‘een Haastregtsche boerejongen wiens grootvader de kost had verdiend als hengstenlubber’. (Een lubber is een kastreerder.)

Zoon Salomon Rijnders Bisdom van Vliet is enige zoon (hij heeft vijf zussen) en erft het familiebedrijf. Alleen hadden de Engelsen huisgehouden op Barbados, dus de koloniale bezittingen waren verdampt. Hij werd schout en burgemeester van Haastrecht en liet het vroeg 17e eeuwse stadhuis restaureren. Bij zijn overlijden volgde zijn 19-jarige zoon Marcellus hem op als burgemeester die ook dijkgraaf van de Krimpenerwaard werd.

Hij trouwde weduwe Ledeboer en kreeg met haar één kind: Paulina Maria. Hij liet het huis dat voorvader Adriaen had laten bouwen afbreken en een groot nieuw huis bouwen. In 1877 was het klaar en Marcellus mocht het nog net meemaken.
Paulina was inmiddels getrouwd met domineeszoon en luitenant ter zee 1ste klasse Johan Jacob le Fèvre de Montigny uit Nieuwe Tonge.
Marcellus vroeg zijn schoonzoon om hem op te volgen als burgemeester van Haastrecht en zo geschiedde.

Paulina en Johan Jacob waren net 12 jaar getrouwd, toen Johan Jacob overleed, 41 jaar nog maar. Het is dan 1881 en Paulina blijft alleen achter in het mooie grote huis.
Zij mist haar taken en verplichtingen als burgemeestersvrouw en gaat zich nu op andere manieren inzetten voor (de bewoners van) Haastrecht.
Als in 1901 haar enige familielid, Salomon Praet II Bisdom van Vliet, kinderloos overlijdt, is zij enig erfgename van het Bisdom-fortuin.

De wandeling

Ik ben vandaag dus in Haastrecht, zoals je begrijpt. Vanaf station Gouda had ik een route in elkaar geknutseld en daardoor liep ik langs de oever van de Hollandse IJssel, redelijk ver van het drukke verkeer op de dijk verwijderd.

Ik word weer eens met de neus op het feit gedrukt dat in Nederland vrijwel alles door de mens naar de hand is gezet. Ik kom bij een plek waar ooit de Vuilebrassluis lag. Wat blijkt? In 1285 was bij Klaphek bij IJsselstein de Hollandse IJssel afgedamd. Dit zorgde ervoor dat de IJssel werd getemd, dus minder vaak hoog water en overstromingen. Het water kwam zelfs zoveel lager te staan dat het boeren in de polders de mogelijkheid gaf overtollig water weg te laten lopen naar de IJssel. Iedere polder tussen Oude Rijn en IJssel kreeg een wetering met sluis.
In 1400 waren er wel 12 weteringen met bijbehorende sluizen rond Gouda. Op de plek waar vroeger de Breevaart via een sluis in de IJssel uitmondde stond café Vuilebras, naamgever van de sluis. Een vuilebras is een echtgenoot die zijn geld aan drank verbrast.
Dit hele systeem van weteringen en sluizen werd overbodig door inklinking en bemaling met molens. Weteringen en vaarten werden gedempt en de afvloeirichting van het polderwater werd noordwaarts verlegd.

Op het punt waar de gekanaliseerde Hollandse IJssel overgaat in de rivier ligt een complex sluiscomplex uit de jaren 1854-1856. De Hollandse IJssel is een getijdenrivier en tot aan deze sluis is er verschil tussen eb en vloed, tot wel 2 meter.
Om dat te kunnen overbruggen zijn er in deze sluis aan weerszijden twee stel deuren aangebracht, zogenaamde puntdeuren: binnenebdeuren en binnenvloeddeuren; en buitenebdeuren en buitenvloeddeuren. Daartussen nog een stel sluisdeuren, waaierdeuren, die er voor zorgen dat altijd geschut kan worden, bij eb en bij vloed.

Het museum

Paulina liet bij haar overlijden in 1923 haar hele bezit na aan de stichting Bisdom van Vliet, die diverse taken kreeg. Het graf van haar en haar man moest waardig worden onderhouden, het kapitaal en de opbrengst van haar bezittingen moesten worden aangewend voor de instandhouding van het door haar gebouwde Verenigingsgebouw Concordia, zorg en verpleging van arme zieke protestantse kinderen was ook een taak.
En haar huis? Dat moest een museum worden. En dat is het dit jaar al 101 jaar.

In het voormalige koetshuis krijg ik een boekje met uitleg te leen en dan kan ik naar de voordeur. Aanbellen en even later gaat de deur open. Je krijgt bijna de neiging te vragen of mevrouw thuis is.

Ik stap de vestibule binnen en mijn mond valt open.
De rijkdom die dit huis uitstraalt is echt ongekend. Plat gezegd klotste hier het geld tegen de plinten. Het is ook echt een 19e eeuws huis, dus veel verzamelingen van van alles en nog wat, ongeacht of het past. Veel schilderijen aan nagenoeg elke muur, tenminste als er geen porcelein hangt. Paulina was dol op porcelein en spreidde dat ten toon door de muren ermee te versieren. Meer dan 500 (!) borden en bordjes hangen er in het huis.

Paulina en haar man hebben veel verzameld, maar uiteraard is vanuit de familie ook het nodige geërfd. Zoals bijvoorbeeld Engelse creamware (roomwit geglazuurd aardewerk) met afbeeldingen van Willem V en Wilhelmina van Pruisen.
In veel kamers ligt kamerbreed handgeknoopt Deventer tapijt in prachtige kleuren met motieven die de plafonds weerspiegelen.
Ik kom ogen en oren te kort. In iedere ruimte zijn stoelen neergezet voor de bezoekers. Geeft me nog meer het idee dat ik bij mevrouw op visite ben.
In de Grote Salon staan in een zwarte kast werkelijk schitterend kristallen etagères, een huwelijksgeschenk van haar ouders.

De medewerkers die aanwezig zijn laten voor mij twee klokken en een speeldoos spelen. Prachtig klinkt het door dit grote huis, heel huiselijk ook, omdat Paulina dit ook heeft gehoord.
Om de kou en de tocht te weren zijn veel deuren uitgevoerd met portières, gordijnen over de deuren (die vaak ook nog dubbel zijn uitgevoerd).
In de eetkamer staat de grote eettafel gedekt voor 12 personen. Maar als ik in de kasten kijk staat er nog genoeg. Het ene servies van Meissen is 150 stuks en het Lowestoft maar liefst 300 stuks. En dan is er nog een kast vol met kristal.

De trap is net zo uitbundig en vol en ook de witte overloop. Maar dan ga ik de privévertrekken in en is het veel soberder, veel functioneler ook. De bibliotheek aan de voorzijde was tevens vergaderzaal van het hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard. Logisch als je dijkgraaf bent, laat je het bestuur bij je thuis komen vergaderen.

Tegelijk zie je hier ook iets van de tragiek van Paulina’s leven. Linksboven was een appartement voorzien voor haar vader, met woon-, slaap- en studeerkamer, maar dat heeft niet zo mogen zijn. Haar man nam na de dood van schoonpapa diens slaapkamer in gebruik als zijn studeerkamer. De salon werd een zitkamer voor logées.
Paulina en Johan Jacob hadden ieder een eigen slaapkamer, maar die van hem is na verloop van tijd haar kleedkamer geworden.
Ontroerend vind ik de foto van hem die in haar slaapkamer staat.

Het huis is niet helemaal in originele staat gebleven. De badkamer boven is een eeuw geleden verwijderd, die werd helemaal niet als bijzonder museumwaardig bevonden. En de keuken beneden is modern, wel heel klassiek maar nieuw.

Omdat nagenoeg alle ramen voorzien zijn van dunne gordijnen die het licht filteren, had ik niet door dat het inmiddels was gaan regenen. Ik loop nog even de overtuin in aan de overkant van de drukke weg.
Het is een lang smal park, want ingeplant op een voormalige touwbaan. Het moet heel mooi zijn, maar het regent behoorlijk, dus zoek ik de bus op naar Gouda.


Plaats een reactie