Persoonlijk of geheim, via het Franse privé afgeleid van het Latijn privatus, vergelijk met privaat. Privaat betekent zoiets als ‘particulier, afzonderlijk’.
Ontleend aan het Latijn prīvātus ‘teruggetrokken uit het publieke leven, afgezonderd’, voltooid deelwoord van prīvāre ‘beroven, afzonderen’, een afleiding van prīvus ‘afzonderlijk’, verwant met Oudlatijn prī ‘voor, afgezonderd van.
Eindelijk scheen de zon weer eens. In De Bilt was het 11 dagen geleden dat de zon te zien was, waarmee het record van 1989/1990 werd verbroken. In Tiel was er dinsdag wel eventjes iets van de zon te zien geweest, maar vandaag is de zon uitbundig aanwezig. En zo krijgt deze frisse dag veel kleur.
Ik ben onderweg naar Vorden in de Achterhoek, een dorp aan de Baakse Beek, plaatselijk de Vordensche beek genoemd. Vorden ontleent waarschijnlijk daaraan ook de naam, naar een voorde in deze beek.
Het dorp is al sinds 1235 een zelfstandige kerkelijke parochie en was tot 2005 een zelfstandige gemeente.
Ik kom aan op het station en kom er achter dat dit station tot Parel van Vorden is uitgeroepen. Helaas heeft dat (nog) niet geresulteerd in veel zorg, want het pand ziet er doods uit met dichtgetimmerde ramen. Er groeit zelfs een klein boompje in de dakgoot.
Als ik het dorp doorwandel verbaas ik me over het grote aanbod aan winkels en restaurants. Zelfs de VVV is open. Maar verbazing moet dat eigenlijk niet wekken. Het dorp heeft waarschijnlijk de hoogste kastelendichtheid van Nederland, acht in totaal. Huis Vorden, Kasteel Hackfort, Den Bramel, De Kieftskamp, De Wildenborch, De Wiersse, Onstein en Het Medler. En dan staan er nog twee 19e eeuwse landhuizen: Het Enzerinck en Wientjesvoort.
Het glooiende landschap en de vele landgoederen met hun bossen zorgen voor een aantrekkelijke wandel- en fietsgebied.
Ik heb een wandeling opgezocht rondom Huis Vorden en De Kieftskamp. Maar ik wil ook Huis Vorden bezoeken. Eigenlijk is dat heel bijzonder. Het huis is sinds 1974 als gemeentehuis in gebruik geweest maar nu weer particulier bezit.
Het Huis of Kasteel werd al genoemd in de 12e eeuw. Veel moet je je er dan nog niet van voorstellen. Het zal een donjon of woontoren geweest zijn, die ter verdediging kon worden aangewend. In 1315 wordt het kasteel voor het eerst verkocht, waarbij Steven van Vorden het kasteel en de bijgebouwen aan zijn oom Dirk van Vorden overdeed. Deze familie staat aan het begin van de geschiedenis van het kasteel.
De vierkante donjon stamt voor een groot deel nog uit de begintijd, maar de rest van het kasteel is gebouwd in de 16e eeuw, in een winkelhaakvorm, een vorm die in die tijd veel voorkwam, met een voorplein met ophaalbrug.
Zoals de meeste kastelen verloor het zijn defensieve functie en werd het verbouwd tot landhuis. Ook de ingang werd verplaatst, naar de noordelijke vleugel, compleet met houten brug over de slotgracht.
Ik begin eerst maar eerst met een lunch in de Bosloods 1873. Het is een klein boerderijtje in neo-renaissancestijl. Binnen is het prachtig versierd voor de kerst en de inrichting heeft een hoog brocantegehalte, maar is uitermate knus.
De erwtensoep met roggebrood met spek smaakt prima, evenals de koffie, en daarna koop ik een ticket voor het kasteelbezoek. Ik krijg een audiogids mee met daaraan een sleutel zodat ik het hek kan openen.
Links staat een neorenaissance koetshuis, rechts staat een bouwhuis uit 1713. Een bouwhuis werd vaak gebruikt om de pacht in natura op te slaan. Nu is het de oranjerie van het kasteel.
De originele ophaalbrug en toegangspoort zijn er niet meer, evenals de ommuring van het voorterrein. Wel is in de bestrating nog te zien waar een wenteltrap van een nu afgebroken muurtoren zat en waar een wachthuisje stond.
Het kasteel straalt in de middagzon. Schelpmotieven in zachtgeel boven de ramen, groen omrande luiken met het Vordense wapen erop (goud met een schaakbordkruis), ramen met wiebertjesglazen.
‘Ingang‘ staat er bij de deur naar de kelder. En dus ga ik maar naar binnen. De bewoners hebben zelf de audiotour ingesproken en in iedere ruimte vertellen ze iets over het kasteel, hoe zij het in deze staat hebben teruggebracht en hoe ze het kasteel gebruiken.
Want dat is dus heel bijzonder: ik loop gewoon in hun huis, door hun kamers en gangen, over hun zolder, hun trappen, zelfs de slaapkamers. Niet in elke ruimte mag je komen. Soms is een gang of deur gebarricadeerd met een stoel of een kastje. Bordje ‘privé‘ erop. Duidelijk, daar mag je niet komen, maar verder…
De roze salon, de blauwe kamer, de grote zaal, de eetkamer (met een werkelijk schitterend gedekte tafel), de gele salon, de rode bibliotheek, de 19e eeuwse vestibule, de oude kelders met mooie gewelven, de middeleeuwse waterput onder de donjon, zelfs een gevangenis is er al moet die nog worden gerestaureerd.
In veel kamers is kerstversiering aangebracht en er staan meerdere kerstbomen door het kasteel wat het nog sprookjesachtiger maakt.
De kamers zijn niet idioot groot, integendeel, en ze zijn heel gezellig, huiselijk zelfs, ingericht. De wanden zijn behangen met allerlei schilderijen (van 17e eeuws tot 20e eeuws, alles komt voorbij). In een soort rariteitenkabinet hangt een kleine collecte echte Rembrandt-etsen. En er hangen echte oude wandtapijten, waaronder zelfs eentje uit Oudenaarde (dat in de 16e en 17e eeuw hierom bekend stond).
De wandtapijten dienden drie doelen. Ze hielden kou en tocht tegen, ze hielden vocht tegen én ze waren een ‘conversation piece’. In de meeste ruimtes liggen meerdere tapijten van diverse groottes op de grond, deels over elkaar heen. Ik snap dat wel. De vloeren zijn van hout, en ondanks de vloerbedekking zo her en der, zullen tocht en kou de weg naar je voeten en benen kunnen vinden.
De grote zaal is ook de trouwzaal en daar staat een echt pronkstuk: een enorme schouw met een 17e eeuwse massief eiken ombouw en Makkumer tegeltjes. Daarnaast is de 19e eeuwse vestibule met een heel bijzonder plafond. Hierop zijn de wapenschilden aangebracht van de geslachten die het kasteel bewoond hebben tot 1974.
Terzijde: het woord schilder komt uit de heraldiek of wapenkunde. Om ridders te kunnen herkennen werden hun schilden voorzien van hun wapen. Degene die deze kleurrijke afbeeldingen op het schild aanbracht werd schilder genoemd. En om nog even iets dieper af te steken: schild komt van een woord dat met klieven of snijden te maken heeft (vergelijk ‘schil’) of van een woord dat met splijten of splitsing betekent (vergelijk het Litouwse skìltis). In het Germaans kreeg dit de betekenis verdeling en vandaar afscheiding. Het schild was immers als verdedigingsmiddel de afscheiding tussen vechter en vijand.
Door de prachtige 16e eeuws traptoren met een zandstenen spiltrap kom ik bij de uitgang. Ik kijk om en zie dat de trap een getordeerde spil heeft. De spil is zo gebeeldhouwd dat deze gedraaid of verwrongen lijkt.
Tijd om de audiotour in te leveren en dan ga ik op pad door de bossen van Landgoed Vorden en Landgoed De Kieftskamp. Sommige paden zijn enorm modderig, maar de rust en de natuur maken alles goed. Ik geniet van de omgeving, de mooie lanen, de vergezichten als ik even uit het bos ben, Ergens bij een huis staat een oud kippenhok. Het is ingericht als een soort huisje. Tafeltje, stoeltje, kerstboompje, achterwand voorzien van een mooie afbeelding, erbuiten wat houten kipjes. Lachend loop ik verder.
De Kieftskamp dient zich aan, een huis in Lodewijk XV stijl, mooi en regelmatig maar streng, heel anders dan Vorden. Hier staat ook een boerderij waar in een boom een zwaar bemost vogelvoederhuisje hangt.
Door het Knopenlaantje loop ik richting het dorp. Dit bospad was medio vorige eeuw (en nu nog steeds) geliefd bij verliefde paartjes. Om hun liefde te bezegelen, legden ze een knoop in een tak of verknoopten ze twee takken met elkaar. Volgens de overlevering hield je verbintenis langer stand als je als paartje eerst naar het Knopenlaantje ging om daar een knoop te leggen in een beukentwijg, zonder daar al te veel ruchtbaarheid aan te geven.
















