Vreemd geroerd loop ik de kerk uit. De moderne video- en audio-installatie had ik bij binnenkomst onbelangrijk gevonden. De muziek volgde me op mijn pad door de 13e eeuwse kerk en aan het einde van mijn rondgang langs de beelden, ramen en schilderijen ga ik zitten om toch maar even te kijken en te luisteren.
Tot mijn verbazing blijf ik kijken en luisteren.
De combinatie van beeld en geluid is een eerbetoon aan Margaretha van Parma. Een meisje en drie vrouwen van jong tot ouder zijn in dromerige gewaden gefilmd. De beelden zijn heel knap gemonteerd terwijl de muziek de beelden onderstreept en begeleidt.
Ik zie de vrouw in kracht en kwetsbaarheid door alle stadia van het leven en het komt binnen, ondanks mezelf.
Ik ben in Pamele, vanaf de 12e eeuw een kleine stad aan de rechteroever van de Schelde, tot het in 1593 geheel met Oudenaarde was versmolten.
Ik ben halverweg mijn Margaretha-wandeling door Oudenaarde.
Even terug.
Weet je wat het leuke is van het boeken van een overnachting? Dat je prettig verrast kunt worden. De site van Steenhuyse in Oudenaarde liet al wat zien, maar het overtrof mijn verwachtingen.
Het is het oudste stenen woonhuis van Oudenaarde (oudste delen uit 1504). Van binnen 18e en 19e eeuws qua aankleding met een mooie houten trap. Een Mariabeeld net buiten mijn kamer. Boven aan de trap een oeil de boeuf ofwel een oculus, een ovaal raam, in het Nederlands runderoog.
En dan mijn kamer! Groot! De wanden auberginekleurig, groot en luxe bed met spierwitte lakens, een groot bad midden in de kamer, badjas en -slippers liggen al klaar, een kroonluchter, velours gordijnen. Wat een luxe!
In de eetzaal, ook al zo mooi ingericht, geniet ik van een heerlijk diner (vissoep, hertfilet en puddinkje). Glanzend wit tafellaken, zilveren bestek.
Vanochtend mocht ik in de zaal aan de Markt plaatsnemen voor het ontbijt met zicht op de Walburgakerk en het stadhuis. Als ik even later het bordes afdaal constateer ik dat het (weer) regent. Nou ja, we maken er het beste maar van.
Op naar de Markt, naar het stadhuis. Vanaf de ontbijttafel zag ik de goudkleurige versieringen glimmen. Toen was er wat zon, namelijk.
Het stadshuis stamt uit 1526-1536 en is opgetrokken in wat Brabantse laatgotiek wordt genoemd. Het dak wemelt van de pinakels en hogels en kruisbloemen. Boven op het belfort een enorme stenen keizerskroon, op de beide dakkapellen naast de klok de keizerlijke tweekoppige adelaar.
En helemaal bovenop Hanske de Krijger. De legende zegt dat stadswachter Hanske op de uitkijk stond voor de komst van Karel V. Hij viel in slaap en zo stond de keizer voor gesloten poorten. De keizer zou de Oudenaarders het advies hebben gegeven een bril te kopen voor hun stadswachter.
En op het wapenschild staat tot op de dag van vandaag nog steeds een bril (in werkelijkheid een gestileerde A van Audenaerde).
Naar de Walburgakerk, die helaas niet open is, las ik gisteren. Het is een merkwaardige kerk, met een enorme toren en een hoog schip met een apart laag koor. De kerk is nooit afgewerkt, dat is de oorzaak.
De kerk bestaat uit twee delen: het 13e eeuwse koor in Scheldegotiek, een overblijfsel van de oorspronkelijke kerk en het 15e-16e eeuwse schip in Brabantse gotiek. In 1532 werd afgezien van het volledig nieuw bouwen van de kerk en werden beide delen aan elkaar verbonden. Buiten is dat goed te zien.
Binnen niet. Binnen? De kerk was toch dicht? Klopt, maar als ik bij de toren kom is het winket open (de kleine loopdeur in de grote toegangsdeur). Ik piep naar binnen en ik zie een paar mannen, zwarte jassen aan, voorin bezig. Verder niemand.
Ik spreek één van de mannen aan. Zo meteen een uitvaartdienst, net wat ik dacht. Of ik even mag rondlopen? En dat mag.
Als ik de kerk uitloop staat de rouwwagen net voor de deur en ik spring gauw de straat over naar het centrum voor de Ronde van Vlaanderen, waar de fietsvolgauto van Eddy Merx voor de deur staat.
In het Zakske staan drie bijzondere panden naast elkaar: de in oorsprong 9e eeuwse Boudewijnstoren (gisteravond kon ik even de poort in en het kruisgewelf bewonderen), het Huis van Margaretha van Parma (heeft ze nooit gewoond) en de Refuge van de priorij van Elsegem (onderkomen voor de kloosterlingen als hun klooster in de problemen kwam).
Het straatje ernaast bevat tegels met daarin namen van steden waarmee Oudenaarde zich heeft verbonden. Bergen op Zoom, Arras, Hastings, Buzau, Coburg en, heel verrassend, Castel Madama.
Dit Italiaanse stadje heet ooit Empolum, maar toen Margaretha van Parma daar kwam wonen, veranderde de naam in Castel Madama, het kasteel van de dame. Madama was de Italiaanse aanspreekvorm van Margaretha.
In het Begijnhof, ooit volledig omspoeld door de Schelde, lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Witte huizen, mooie binnentuinen en een kleine kerk, die open is en dus ga ik even naar binnen.
Ik loop even later aan de Schelde. Het waait stevig en zo nu en dan klettert er wat regen uit de lucht. Aan de overkant zie ik de Onze Lieve Vrouwe van Pamele staan en links aan de overkant van de brug staat het spierwitte Huis de Lalaing. Deze fraaie 17e eeuwse patriciërswoning dankt zijn naam aan Philips de Lalaing, stadsgouverneur, die op deze plaats in de 16e eeuw zijn woning had. Johanna Vander Geijnst was één van zijn bedienden en Margaretha kwam waarschijnlijk hier ter wereld.
De Onze Lieve Vrouwe Kerk is de plek waar ze gedoopt werd.
De kerk is tussen 1234 en 1300 gebouwd in de Scheldegotiek met romaans aandoende vensters en kooromgang en gotische kenmerken bij de zuilen boven het middenschip.
Veel kunstvoorwerpen in de kerk zijn 19e eeuws, sommige beelden 20e eeuws, evenals de prachtige glas-in-loodramen met hun felle rood en blauw.
Meteen links staat een grafmonument van Joos de Joigny en zijn vrouw Josine de Rokeghem, overleden in 1504 resp. 1498. Dit monument stond dus al in de kerk toen boreling Margaretha ten doop werd gehouden.
Ik loop langs het 19e eeuwse kasteeltje in een mooi park, aangelegd op de afgebroken vestingwerken van Vauban.
Op de hoek van een straat zie ik middeleeuws aandoend torentje. Geen enkele duiding. Google Lens biedt uitkomst. Het is nep, een als zodanig gebouwd electriciteitshuisje. Ik sta op straat te schateren van de lach. Werkelijk, hoe krijg je dit verzonnen.
Ik loop terug naar de Markt en rechts staat een witte kerk met een blauw hokje met een Mariabeeld er in. De deur staat op een kier en ja, ik kan even naar binnen glippen. Het zijn een 16e eeuwse kapel en gasthuis , gebouwd voor de broederschap van Sint Jacob van Compostela. In 1846 werd het gebouw ingericht als slotklooster voor de karmelietessenorde.
Op het Tacámbaroplein, ooit de plek van de Beverenpoort, staat een groot beeld ter nagedachtenis aan de oorlog in Mexico. De dochter van Leopold I was getrouwd met Maximiliaan, keizer van Mexico, broer van Frans Jozef I van Oostenrijk, en zodoende werd België betrokken bij een oorlog op het Amerikaanse continent.
Aan de beide zijden van de treurige parkeerplaatsen, nog meer oorlogsmonumenten. Van de USA voor de Eerste Wereldoorlog en aan de overkant monumenten voor de stad Oudenaarde ter herinnering aan beide wereldoorlogen.
Tijd om de trein te pakken. Ik ben veel te vroeg, maar heb nog een klein plannetje.
Ik stap in Zottegem uit en wandel naar het centrum. Zottegem is verbonden met graaf van Egmont die, samen met graaf Horne, aan zijn einde kwam op de Grote Markt van Brussel.
Margaretha heeft hem gekend en de executie van hem en Horne was er mede de aanleiding van dat zij haar ambt neerlegde. Zij stond niet achter de harde lijn van Alva en halfbroer Philips.
Hier in Zottegem staat nog een restant van het kasteel van Zottegem. In 1530 kwam het kasteel in handen van de Egmonts. Jan IV erfde het via zijn vrouw Francesca van Luxemburg, zuster van de laatste kinderloze heer van Zottegem.
Zoon Karel werd de volgende heer van Zottegem en na zijn dood werd Lamoraal de opvolger.
Het kasteel is nu een bibliotheek. Ik loop er even om heen en dan ga ik naar binnen. Veel kan ik niet zien, maar toch nog wat deuromlijstingen in natuursteen.
En natuurlijk het beeld van Lamoraal. Twee keer zelfs, in gietijzer bij het kasteel en in brons op de Markt. Een verkleinde kopie staat in Egmond aan den Hoef bij de plek van het vroegere kasteel Egmond.
De Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk is open en ik loop naar binnen, maar helaas, de kerk is halverwege met een lint afgesloten. Alarm staat er op het bordje. De crypte van de Egmonts, de plaats van de grafmonumenten: wordt ‘m niet vandaag. Niet erg. Er is genoeg te vertellen over Lamoraal en dat kan vast nog een andere keer.
Tijd om naar huis te gaan. Het is vrijwel donker als ik om kwart voor vier in Brussel in de trein naar Breda stap. Ik lees verder in Stoute Schoenen van Bart van Loo, ondertussen via Spotify luisterend naar een bijpassende muzieklijst. Zo kun je wel reizen.
























