Gewoon even wat leuke weetjes over de oude baas!
Heeft-ie bestaan?
Ja, zeker! Hij werd geboren rond het jaar 270 in Patara in Turkije en stierf rond 336 op 6 december in Myra, ook in Turkije.
Hij was van rijke afkomst en stamde uit een Griekse familie. Dat blijkt al uit zijn naam: Nicolaas komt van het Griekse Nikèlaos.
Tijdens zijn leven was hij al geliefd en bekend en na zijn overlijden werd zijn lichaam (zijn relieken) bewaard in een speciaal daarvoor gebouwde kerk in Myra. En al in 550 werd hij door de Orthodoxe Kerk heilig verklaard.
En zo werd Myra een pelgrimsoord. Tot 1087, toen zijn beenderen werden meegenomen naar Bari uit voorzorg voor de komst van de islamitische Seltsjoeken die de relieken mogelijk zouden vernietigen.
De verering van de heilige Nicolaas kreeg zo ook opgang in westelijk Europa en zo werd hij bekend in onze streken.
Waarom eten we speculaas met Sinterklaas?
Er was een gewoonte in de Middeleeuwen om heiligen op koekjes af te beelden en zo ook Sint Nicolaas. Van andere heiligen is dat niet blijven hangen, van Sinterklaas wel. De basis van speculaaskoekjes zijn de kruiden die door de VOC in de 17e en 18e eeuw vanuit het Verre Oosten naar Nederland werden gebracht: kruidnagel, nootmuskaat, kaneel, gember en peper. De beschikbaarheid van deze kruiden in Nederland zorgde ervoor dat meer en meer bakkers konden experimenteren met smaken. En met afbeeldingen. Hiervoor werden koekstempels gemaakt, de ons zo bekende speculaasplanken. De oudst bekende plank stamt uit 1600.
Zo komt speculaas ook aan zijn naam. Het is afgeleid van het Latijn speculum voor spiegel. Het koekje is een afspiegeling van de koekplank.
De kruiden en specerijen waren best duur en daarom werden de koekjes alleen met feestdagen gebakken en gegeten, en zo komt het dat we speculaas en winter bij elkaar vinden horen.
Waarom zetten kinderen een schoen?
In de 15e eeuw was er een gewoonte dat arme kinderen hun schoentje in de kerk mochten zetten. De rijken vulden de schoentjes en verdeelden op 6 december de inhoud onder de kinderen.
Waarom wordt er gestrooid met lekkers?
Nicolaas stond bekend als een weldoener, die geschenken en lekkernijen uitdeelde aan de armen en kinderen. Het strooien met snoepgoed herinnert daaraan.
Wat is het nu, pepernoot of kruidnoot?
Die kleine harde ronde nootjes zijn kruidnoten, gemaakt van deeg met speculaaskruiden. En tegenwoordig te vinden in vele varianten.
De pepernoten zijn de brokjes taaitaai, met de smaak van ontbijtkoek en anijs. Ook daar zit weer een verhaal van Nicolaas aan vast.
Er is een legende over een arme man met drie dochters. Hij had geen geld en daardoor konden zijn dochters niet trouwen, want geen bruidsschat. Nicolaas kreeg het te horen en zorgde ervoor dat in de nacht gouden munten in het huis van de arme man werden gegooid. En onze pepernoten lijken toch echt wel een beetje goudkleurig?
Waarom zijn er speculaaspoppen en -popjes?
Speculaas was lang een lekkernij voor speciale gelegenheden. Rond Sinterklaas in vroeger tijden toonden jongemannen hun belangstelling in een meisje door een speculaaspop (een vrijer) te geven. Accepteerde het meisje de pop, dan was de liefde wederzijds.
Waarom eten we boter- en chocoladeletters?
Daarover zijn verschillende theorieën en in één ervan komt het uit het vroegere onderwijs. Chocoladeletters zouden kunnen afstammen van letters van brooddeeg die in middeleeuwse kloosterscholen werden gebruikt bij het leren schrijven. Na de les werden de letters opgegeten.
Of het komt uit de 19e eeuw, toen het de gewoonte werd om sinterklaascadeaus onder een kleed te leggen. Met een letter van brooddeeg werd aangegeven voor welk kind de cadeaus waren.
Letters van brooddeeg, koek of banket zijn ouder dan die van chocola. Je komt ze al tegen op stillevens uit de 16 en 17e eeuw.
Waarom rijdt Sint op een wit paard?
Een wit paard of een schimmel was in de middeleeuwen het rijdier voor de hogere klassen. In de 12e eeuw werd kerkelijk bepaald dat bisschoppen zich waardig, en dus veelal te paard, moesten voortbewegen.
Al vanaf de 14e eeuw wordt Sint afgebeeld op een wit paard.
Wodan of Sint?
Er zijn theoriën bedacht om Sint op zijn paard op de daken te verbinden met Wodan die op zijn achtvoetige witte paard Sleipnir langs de hemel joeg, maar historisch bronnenmateriaal is daar niet voor aan te wijzen.
Kledij
De Sint draagt een fantasiebisschopskostuum. In principe klopt bijna alles, zoals de paarse soutane of onderkleed, ook wel tabbaard genoemd. Daarover een albe, een wit met kant afgezet overkleed. Om zijn nek een rode stola die met een cingel (koord met kwastjes) om het middel wordt vastgehouden.
De rode koormantel is meer een soort cape, en niet een echte koormantel. De mijter lijkt wel op de echte bisschopsmijters, maar is toch net iets anders van vorm en rode mijters worden niet gebruikt in de Rooms-Katholieke Kerk.
De kromstaf lijkt op een bisschopsstaf, maar heeft een grotere krul.
Over de witte handschoen draagt Sint een ring met een robijn die hij links en niet rechts draagt. Is makkelijker met handen geven.
Beschermheilige
Sint-Nicolaas is de beschermheilige van schippers, scheepsbouwers, vissers, gevangenen, onschuldig veroordeelden, advocaten, deurwaarders, bankiers, dokwerkers, graanhandelaars, kuipers, wijnhandelaars, schilders, parfumeurs, apothekers, bakkers, clerici, vrijers, maagden, kinderen, prostituees en kooplieden. Veel havensteden hebben Sint-Nicolaas als beschermheilige, zoals Amsterdam, Kampen en Elburg.
In de oosters-orthodoxe kerken wordt Sint Nicolaaas zeer vereerd en is zijn beeltenis op veel iconen te vinden. Hij is één van de beschermheiligen van Rusland.
Is het nou 5 of 6 december?
Wel, de Sint was in elk geval niet jarig op 5 december en ook niet op de zesde. Het was zijn sterfdag.
Vroeger werden de schoentjes op 5 december gezet en op 6 december werden dan de cadeautjes uitgepakt. Vergelijk met hoe kerst tegenwoordig wordt gevierd.
In België is dat nog steeds vaak het geval, maar in Nederland ontstond een nieuwe traditie. Na de Tweede Wereldoorlog nam de welvaart toe en dat liet toe dat er grotere en/of meer cadeaus gegeven konden worden. Ook werd het feest meer en meer in het gezin gevierd en zo ontstond pakjesavond.
Pieterman mijn knecht
Ja, en dat is een uitvinding uit 1850 van schoolmeester Jan Schenkman uit Amsterdam. Hij schreef een boekje over Sint die met een knecht reisde. In het heersende koloniale wereldbeeld was een zwarte knecht nog normaal.

