Als we wakker worden en gordijnen open doen, is het eerste wat we zien eendjes die op de Kalenbergergracht dobberen. Tijdens het copieuze ontbijt genieten we van de rust en het uitzicht naar drie kanten. Een man loopt voor het huisje langs en gaat vissen voor ons raam. Dan komt er een man op een bootje aan door de gracht.
Aan deze kant van de gracht is ander vervoer nauwelijks mogelijk. Te voet en te fiets kun je over het smalle paadje, per boot over het water. Een auto hebben de mensen hier nodig, maar daarvoor gaan ze lopend, fietsend of met een bootje naar de centrale parkeerplaatsen in het ‘centrum’ aan de enige weg, die doodloopt net voorbij het dorp. Wie hier niet wezen moet, komt hier niet. Echt in the middle of nowhere.
Om 9 uur stappen we de deur uit na onze gastheer en -vrouw hartelijk te hebben bedankt voor de gastvrijheid. En dan lopen we weer in het riet- en plassengebied. Een eendenkooi dient zich aan. Op deze manier eenden vangen dateert uit de middeleeuwen. In Engeland is een vermelding bekend uit 1280 voor het inrichten van een eendenkooi en de oudste in de Lage Landen ligt bij Antwerpen (1318). Deze kooi is uit 1902 en is de derde die we tijdens deze wandeldagen tegenkomen. De gevangen eenden werden verkocht voor consumptie en dit was een welkome aanvulling op het schrale inkomen dat in dit gebied verdiend werd met hard werk.
Langs de Bokvaart staan de typische kleine arbeidershuisjes van vroeger. Enorm romantisch en knus, maar als je rekent dat er een heel gezin woonde met waarschijnlijk nog een geit of een varken, dan was het krapjes.
We komen achter elkaar drie types molen tegen. De Wicher, een herbouwde spinnekopmolen. Spinnekopmolens zijn kleine molens die sterk lijken op wipmolens en die gebruikt werden om kleine polders te bepalen. Bij herindeling van de polders verdwenen de kleine molens om plaats te maken voor poldermolens of gemalen.
Iets verderop staat een tjasker, een nog kleinere windmolen, ontwikkeld in Friesland. Eigenlijk is het een uitgeklede molen. Meer dan wieken en een vijzel lijkt het niet te zijn. Toch doet het zijn werk.
En dan aan de overkant een Bosman-molen, ontwikkeld door Bas Bosman in 1929 in Piershil. De molens worden geleverd inclusief fundering, zijn daardoor snel te plaatsen en worden overal ter wereld gebruikt. Ik herinner me dat we ook zo’n molen hadden staan achter in het land. Er is ook een grotere variant, de Amerikaanse windmotor of roosmolen, en die herken je heel makkelijk aan het grote aantal wieken.
Na 5 kilometer komen we voor het eerst een auto tegen. Om maar even aan te geven, hoe rustig het hier is.
Dan gaan we richting het kanaal Steenwijk-Ossenzijl, dat we nog twee keer zullen tegenkomen.
Als we het kanaal oversteken, komen we in andere wereld: geen veen, maar glooiende weilanden, geen riet maar houtwallen en bossen. We lopen richting Paasloo. Het blijkt dat hier ooit nog een havezate heeft gestaan, maar die is al bijna 200 geleden gesloopt.
Bij het recreatiepark gaan we even pauzeren voor koffie en daar staat een model van een tonmolen, gebouwd naar voorbeeld van het origneel uit 1899. De boer die hem ontwikkelde kon geen traditionele molen bouwen omdat hij daarvoor te veel bomen moest verwijderen. De opbouw lijkt op een ton en bestaat uit scheef geplaatste verticale bladen waar de wind vat op kan krijgen.
Wij zijn hier aan de rand van het voormalige territiorium van de bisschoppen van Utrecht. Paasloo is een klein dorpje en in 1336 vroegen en kregen de bewoners toestemming een kerkje te bouwen. Voordien moesten ze naar Oldemarkt of Steenwijk. Het werd een eenvoudige schuurkerk, sterk gelijkend op de boerderijen.
De huidige kerk is in de 16e eeuw herbouwd en heeft schuurramen, geen kerkramen, en een gotisch koor.
Hier in de buurt staat ook een kunstbunker, bij Basse iets verder op. In de Tweede Wereldoorlog werden daar ruim 3000 kunstschatten verborgen. Onze route komt er niet langs, want wij gaan de houtwallen verkennen. Glooiende paden langs slootjes, bosranden en houtwallen. We horen in de verte zo nu en dan een auto, maar verder helemaal niets.
Net voor Steenwijkerwold staat een groepje Saksische boerderijen, waarvan de ontstaansgeschiedenis teruggaat tot de 13e eeuw. In Steenwijkerwold is het tijd voor een kop warme soep. Dit kleine dorp bestaat vanouds uit drie buurtschappen: Kerkbuurt, Gelderingen en Thij. Thij is het enige dat nog zo bekend staat, de andere twee zijn tot Steenwijkerwold samengevoegd.
Het café heeft een bijzondere inrichting, met mooi beschilderde schuifdeuren voor het toneel, een preekstoel, een Sint Jozefbeeld bij de ingang en een soort altaar boven de haard.
Dan de laatste kilometers, De grijze lucht laat zo nu en dan miezer en motregen los en dus pak ik de plu er maar bij.
Achter het kerkhof staat het 19e eeuwse ’t Slothof, op de plek waar erve Croeve stond, de plek waar tijdens de 80-jarige oorlog de roomskatholieken hun erediensten in het geheim hielden.
Het pad waar we langs lopen is een eeuwenoud kerkpad met houtwallen erlangs, die ook eeuwenoud zijn.
Een houtwal (ook wel boomwal) is een aarden wal die begroeid is met bomen en struiken, ontstaan uit de behoefte om bezittingen af te bakenen. Tevens kon wild buiten en vee binnen gehouden worden. De houtwallen dienden ook als leverancier van brandhout en geriefhout. Bij geriefhout kun je denken aan stelen voor gereedschap, bonenstaken en stekpalen. De hakhoutverkoop was een jaarlijks terugkerende bedrijvigheid in Steenwijk.
De loten van de bomen werden om de ca 20 jaar geoogst waarbij de stobbe of stoof achterbleef die weer nieuwe scheuten kon geven. Daardoor staan langs dit pad misschien wel de oudste bomen van Nederland: één stoof is meer dan 800 jaar oud en zeker 18 stoven zijn meer dan 500 jaar oud.
We naderen het kanaal Steenwijk Ossenzijl en even later steken we dit over naar de singel van Steenwijk. Van de stadswallen van Steenwijk is veel gesloopt, maar hier aan de zuidoostkant is het ingericht als een wandelpark.
Dan komt het laatste grote huis van de route, geen havezate, maar een 19e eeuwse villa met de naam Rams Woerthe. Het heeft letterlijk twee gezichten. Aan het park mooi roomgeel geschilderd, aan de hoofdingang strenge baksteen. De naam komt van woerthe, de plaatselijke naam voor weiland waarop de villa is gebouwd, Rams komt van de Ramssteeg die hier liep.
We hebben na 26 km wandelen nog net tijd voor koffie met gebak om het besluit van Het Overijssels Havezatepad te vieren, en dan snel met de trein naar huis.
We hebben dit wandelpad vrijwel geheel door de provincie Overijssel gelopen, behalve een heel klein stukje net voor Steenwijkerwold. We lopen dan aan de rand van de Koloniën van Weldadigheid, met in de verte Willemsoord, weer in Overijssel. Deze koloniën waren een 19e eeuws experiment in sociale hervormingen, waarbij stedelijke armoede werd geprobeerd te verlichten door landbouwkolonies op afgelegen plekken te stichten. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.









