Vandaag starten we ergens op een grote weg. Nergens huizen te bekennen en even later lopen we langs de Belterwijde die aan weerskanten van de weg ligt. Het is hier laag en nat en bijzonder leeg. Hoewel?

In de zomer moet het hier een drukte van jewelste zijn met toeristen en watersporters. Nu, op deze grijze novemberdag, is het stil op het autoverkeer na. Uit de grijze lucht valt zo nu en dan lichte motregen, maar zo nu en dan licht de lucht op met de zon achter de wolken. De hele dag zullen we dit weer houden.

Buurtschap Blauwe Hand bestaat uit een ophaalbrug, een kruispunt van drie wegen en wat campings en woonboten.

Waarom het zo heet? Daar hangt een waas van geheimzinnigheid omheen. De oorspronkelijke driesprong bestond uit weggetjes door het moerasgebied, deels met takkenbossen aangelegd.  Marskramers jagers, turfmakers, boeren en burgers betaalden hier dubbel tol. Die tolgaarder was ook de plaatselijke herbergier. Het verhaal wil dat op een dag in 1578 een marskramer de tapperij binnenkwam die een uitgebreide maaltijd bestelde, opat en niet betaalde. Dat werd dus een gevecht. Een stamgast kwam de herbergier te hulp, maar de woeste marskramer hakte hem de hand af voor de herbergier de marskramer neerstak. Stamagst en marskramer bloedden dood. Uit respect zette de herbergier de hand op brandewijn, die blauw werd. Maar het wordt nog mooier. In 1592 kwamen de Spanjaarden ook nog langs en zij schijnen de fles met brandewijn te hebben leeggedronken. Weg hand, maar de naam bleef.

We naderen Giethoorn, door het lage natte land. In de verte zien we zeker acht reeën fourageren, zwanen drijven op het water, overal ganzen en stilte. En geen mensen.

Bij Smit leggen we aan voor koffie met heerlijke apfelstrudel en vervolgens gaat het brugje op brugje af door Giethoorn. Het haalt de snelheid er aardig uit, maar het is hier erg mooi en omdat er in dit seizoen veel minder toeristen zijn, kunnen we alles goed bekijken én op de foto zetten. De bultrugboerderijen met hun kameeldaken blijven schilderachtig. Vandaag zijn er alleen rondvaartboten in de vaart, maar vroeger toen alles hier met de punter werd gedaan, moet het hier heel bijzonder zijn geweest. We komen langs de Fanfare, bekend van de film van Bert Haanstra.

Als we Giethoorn achter ons laten, komen we in een totaal ander landschap, nl, de polders Giethoorn en Halfweg, een werkgelegenheidsproject uit de jaren ’30 met de karakteristieke Domeinen-boerderijen.

Moeilijk voor te stellen vandaag, maar dit gebied was het oostelijkste deel een gigantisch veenpakket dat het hele IJsselmeer omvatte, zelfs delen van de Waddenzee. Het was ontstaan in de laatste ijstijd. Toen het warmer werd, sloeg het zeewater delen van het veen weg, waardoor de Zuiderzee en voorgangers ontstonden. Na de 11e eeuw werd begonnen met turfwinning die in de 16e eeuw op grote schaal dit hele gebied op de kop zette. In het westen van het land was behoefte aan huisbrandstof en ook de industrie had brandstof nodig.

Uitbaggeren gebeurde door lange brede stroken uit te graven, de zgn. petgaten, trekgaten of weren. Het uitgebaggerde veen werd op de tussenliggende stroken land, de legakkers of ribben, te drogen gelegd. De ribben zelf werden soms ook afgegraven, waardoor een heel kwetsbaar landschap ontstond. De slappe ribben sloegen bij een storm gemakkelijk weg, waardoor het achterliggende vasteland steeds vaker bedreigd werd door hoog water.

Zo verdween in 1776 het dorpje Beulake in de golven van wat nu de Beulakerwiede is. Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die beweren de klok van de kerktoren van Beulake te horen als het spookt op de Beulakerwiede.

Muggenbeet dient zich aan, een kleine buurtschap met 25 inwoners. De naam is waarschijnlijk precies wat het zegt. In dit lage veenlandschap komen in de zomer veel, heel veel muggen voor. Al in 1313 heette het hier Mugghenbete. Bij Geertien, een bruin café, stoppen we voor een late lunch of een vroeg diner. Het is vanouds een pleisterplaats voor de turfstekers, rietmaaiers, boeren en jagers in deze streek en vandaag voor de toerist.

We steken een tamelijk drukke weg over voor de laatste kilometers van deze dag. Op naar Nederland, een buurtschap met 20 inwoners, en van oorsprong een vaardorp, een dorp dat alleen over het water ontsloten was. Het heet Nederland om dezelfde reden dat Nederland zo heet: laag land.

Kalenberg nadert, terwijl de avond aan het vallen is. De B&B ligt aan de gracht door het kleine dorp (225 inwoners) en we laten ons op het bed ploffen. 27 kilometers in de benen. Morgen weer een dag.

O ja, en die blauwe hand, hè? Bij de wegendriesprong moesten de turven met de hand vanuit de ene boot naar de andere boot worden overgebracht. De koperhoudende turf gaf de mannen blauwe handen. Ik weet niet, hoor, maar dat van die marskramer is toch wel een heel mooi verhaal. Zeker op een dag als vandaag, met het grijze weer, het bruinige riet, het roodbruine blad, de rode bessen van de Gelderse roos en roze van de kardinaalshoed, het geheimzinnige bruine water. Zo’n spookachtig verhaal past daar prima bij!


Plaats een reactie